Uitspraak 200605760/1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2007:2136
- Datum uitspraak
- 20 maart 2007
- Inhoudsindicatie
- Openbare zitting van de Afdeling bestuursrechtspraak, gehouden op 20 maart 2007 om 11.30 uur.
- Voorlopige voorziening
- Hoger Beroep - Overige
Toon inhoud
200605760/1.
Datum uitspraak: 20 maart 2007
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer,
appellant,
tegen de uitspraak in zaken nos. AWB 05-4002, 05-4003, 05-4004 en 05-4005 van de rechtbank Haarlem van 22 juni 2006 in het geding tussen:
1. [verzoeker sub 1] en anderen,
2. [verzoeker sub 2],
3. [verzoeker sub 3] en anderen,
4. [verzoeker sub 4] en anderen,
en
het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer.
1. Procesverloop
Openbare zitting van de Afdeling bestuursrechtspraak, gehouden op 20 maart 2007 om 11.30 uur.
Tegenwoordig:
mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. W. Konijnenbelt, en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, Leden, alsmede mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, ambtenaar van Staat
Verschenen:
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer, vertegenwoordigd door mr. M.P. van der Plaats, ambtenaar van de gemeente, en bijgestaan door mr. J.C. Ellerman, advocaat te Amsterdam, appellant (hierna: het college);
de Amsterdamse Stichtingen voor Katholiek Onderwijs, vertegenwoordigd door mr. P.L.J.V. Koonen, gemachtigde, partij;
[verzoeker sub 3] en anderen, vertegenwoordigd door [verzoeker sub 4], en bijgestaan door mr. Ch.P.A.Th. van Goethem, advocaat te Amsterdam, partij;
[verzoeker sub 1] en anderen, vertegenwoordigd door mr. B. Hamburger, gemachtigde, partij;
[verzoeker sub 2], in persoon en bijgestaan door mr. B. Hamburger, voornoemd, partij.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 22 juni 2006, verzonden op 26 juni 2006, van de rechtbank Haarlem.
De Afdeling
verklaart het hoger beroep van het college niet-ontvankelijk.
Daartoe overweegt zij het volgende.
Ter zitting is namens het college erkend dat zijn hoger beroepschrift van 3 augustus 2006 slechts een pro forma beroepschrift is en dat geen nadere gronden zijn ingediend. De Afdeling ziet geen aanleiding hier anders over te oordelen. Gelet op artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht is het hoger beroep van het college niet-ontvankelijk.
w.g. Slump w.g. Steinebach-de Wit
Voorzitter ambtenaar van Staat
328-488.