Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200702795/1

Uitspraak 200702795/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BA5991
Datum uitspraak
24 mei 2007
Inhoudsindicatie
Bij brief van 4 april 2007 heeft verweerder verzoekster geantwoord dat voor de door haar voorgenomen uitvoer van afvalstoffen naar China kennis moet worden gegeven overeenkomstig Verordening 259/93/EEG van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en vanuit de Europese Gemeenschap (hierna: de Verordening).
  • Voorlopige voorziening
  • Afval

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200702795/1.
Datum uitspraak: 24 mei 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
"Europe Metals B.V.", gevestigd te Heeze,
verzoekster,

en

de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, thans de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij brief van 4 april 2007 heeft verweerder verzoekster geantwoord dat voor de door haar voorgenomen uitvoer van afvalstoffen naar China kennis moet worden gegeven overeenkomstig Verordening 259/93/EEG van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en vanuit de Europese Gemeenschap (hierna: de Verordening).

Tegen die brief heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Bij brief van 20 april 2007, bij de Raad van State ingekomen op 20 april 2007, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 mei 2007, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. B.J.M. Veldhoven, advocaat te Den Haag, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. M.A.G. Welschen, ambtenaar van het ministerie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij besluit van 26 juni 2004 heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd voor overbrenging van afvalstoffen in strijd met artikel 26 van de Verordening.

2.2. De brief van 4 april 2007 behelst een reactie van verweerder op vragen van verzoekster omtrent het voornemen om bepaalde afvalstoffen over te brengen naar China.

2.3. In die brief geeft verweerder verzoekster te kennen - kort gezegd - op welke lijst hij de door haar genoemde afvalstoffen zal indelen, dat voor de overbrenging van die stoffen de kennisgevingsprocedure op grond van de Verordening moet worden gevolgd en dat het niet volgen van die procedure een overtreding is waarvoor een dwangsom wordt verbeurd.

2.4. Naar het oordeel van de Voorzitter bevat de brief van 4 april 2007 alleen een uitleg van verweerder over de uitoefening van zijn bevoegdheden en doet die brief niet toe of af aan het dwangsombesluit. De brief is niet op rechtsgevolg gericht en is daarom geen besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. De Voorzitter gaat er dan ook van uit dat verweerder het tegen die brief gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaart. Daarom wijst de Voorzitter het verzoek af.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door Mr. J.M. Boll, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van Mr. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Stolker
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2007

157


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon