Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200702236/1

Uitspraak 200702236/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BA5227
Datum uitspraak
11 mei 2007
Inhoudsindicatie
Bij brieven van 24 januari 2007 en 10 januari 2007 hebben verzoekers sub 1 respectievelijk sub 2 verweerder verzocht om in verband met overtreding van de milieuvoorschriften welke zijn verbonden aan de revisievergunning van 14 juli 1992, handhavend op te treden ten aanzien van [vergunninghoudster], gelegen aan het [locatie] te [plaats].
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200702236/1.
Datum uitspraak: 11 mei 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

1. [verzoekster sub 1], wonend te [woonplaats],
2. [verzoeker sub 2], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Meerssen,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij brieven van 24 januari 2007 en 10 januari 2007 hebben verzoekers sub 1 respectievelijk sub 2 verweerder verzocht om in verband met overtreding van de milieuvoorschriften welke zijn verbonden aan de revisievergunning van 14 juli 1992, handhavend op te treden ten aanzien van [vergunninghoudster], gelegen aan het [locatie] te [plaats].

Bij brief van 14 maart 2007 heeft verweerder gereageerd op deze verzoeken.

Na ontvangst van deze brief heeft verzoekster sub 1 bezwaar gemaakt wegens het uitblijven van een beslissing op het verzoek tot handhaving. Verzoeker sub 2 heeft primair bezwaar gemaakt tegen genoemde brief en subsidiair bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op het verzoek tot handhaving.

Bij brief van 26 maart 2007, bij de Raad van State ingekomen op 29 maart 2007, heeft verzoekster sub 1 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 30 maart 2007, bij de Raad van State ingekomen op 3 april 2007, heeft verzoeker sub 2 de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 1 mei 2007, waar verweerder, vertegenwoordigd door drs. R.M.L. Baltesen, ambtenaar van de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Voorzitter ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of de brief van 14 maart 2007 van verweerder als een besluit dient te worden aangemerkt. Naar het oordeel van de Voorzitter moet de brief aldus worden gelezen dat op dat moment geen overtredingen plaatsvonden en derhalve geen bevoegdheid tot handhavend optreden bestond. Verweerder heeft daaraan toegevoegd dat indien in de nabije toekomst overtredingen geconstateerd worden, hij ter zake alsnog handhavend zal optreden. Nu de brief van 14 maart 2007 beschouwd moet worden als een weigering om onmiddellijk tot handhaving over te gaan, dient deze te worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1: 3 van de Algemene wet bestuursrecht. Het bezwaar en het verzoek van verzoeker sub 2 moeten dan ook worden beschouwd als gericht tegen dit besluit. De Voorzitter ziet voldoende aanleiding om het bezwaar en het verzoek van verzoekster sub 1 eveneens in die zin op te vatten.

2.2. Verzoekers stellen dat zij al geruime tijd overlast ondervinden omdat de onderhavige inrichting niet voldoet aan de voorschriften van de vigerende milieuvergunning. Deze overlast bestaat in het bijzonder uit rook-, stank- en geluidoverlast en het buiten de toegestane openingstijden in werking zijn van de inrichting. Verweerder heeft ten onrechte afgezien van onmiddellijk handhavend optreden, aldus verzoekers.

2.3. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren, dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.4. Blijkens de stukken heeft verweerder in het verleden handhavend opgetreden tegen vergunninghoudster. Dit zag voornamelijk op het buiten de vergunde openingstijden in werking zijn van de inrichting. In de periode tussen de door verzoekers gedane verzoeken tot handhaving en het bestreden besluit zijn door verweerder echter geen overtredingen geconstateerd. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat nadien overigens evenmin overtredingen zijn geconstateerd. Gezien het vorenstaande is de Voorzitter van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat hij niet bevoegd was tot handhavend optreden.

2.5. Gelet hierop bestaat aanleiding de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. M. Oosting, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat.

w.g. Oosting w.g. Sparreboom
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2007

195-529.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon