Uitspraak 200700657/2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2007:2131
- Datum uitspraak
- 3 april 2007
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 27 april 2007 heeft de gemeenteraad van Bergeijk het bestemmingsplan "Woongebieden Oost, Bergeijk" vastgesteld.
- Voorlopige voorziening
- RO - Noord-Brabant
Toon inhoud
200700657/2.
Datum uitspraak: 3 april 2007
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 27 april 2007 heeft de gemeenteraad van Bergeijk het bestemmingsplan "Woongebieden Oost, Bergeijk" vastgesteld.
Bij besluit van 19 december 2006, nummer 1196777, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.
Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 16 februari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 19 februari 2007, beroep ingesteld.
Bij brief van 16 februari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 19 februari 2007, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 maart 2007, waar verzoekers, in persoon en bijgestaan door mr. H.A. Gooskens, en verweerder vertegenwoordigd door drs. H.J.F.M. Verputten, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn daar gehoord de gemeenteraad van Bergeijk, vertegenwoordigd door A.L. Oosterwijk, ambtenaar van de gemeente, en [partij], eigenaar van de omstreden gronden.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het verzoek is gericht op schorsing van de goedkeuring van het bestemmingsplan voor zover dat voorziet in de bouw van een woning in het bosperceel gelegen tussen Bucht 46 en 52. Zij voeren aan dat het besluit tot goedkeuring van dit plandeel gebrekkig is gemotiveerd. Voorts stellen zij dat voorbij is gegaan aan de toezegging van het gemeentebestuur bij aankoop van hun woning dat de bestemming van het bosperceel nooit zal worden gewijzigd.
2.3. Ter zitting is desgevraagd van de zijde van het gemeentebestuur medegedeeld dat geen bouwvergunning is aangevraagd. Voorts heeft [partij], eigenaar van het bosperceel, uitdrukkelijk verklaard dat er vooralsnog geen bouwvergunning zal worden aangevraagd en dat de in het plan vervatte bouwmogelijkheid pas over enige tijd zal worden verwezenlijkt. Gelet hierop ontbreekt het voor het treffen van een voorlopige voorziening vereiste spoedeisende belang en dient het verzoek te worden afgewezen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A. Kosto, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Rop, ambtenaar van Staat.
w.g. Kosto w.g. Rop
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2007
417