Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200606518/3

Uitspraak 200606518/3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:AZ9490
Datum uitspraak
21 februari 2007
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 3 november 2006, in zaak no. 200606518/2, heeft de Voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van verweerder van 25 juli 2006 (hierna: het besluit) geschorst. De uitspraak is aangehecht.
  • Voorlopige voorziening
  • Vee e.a. dieren

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200606518/3.
Datum uitspraak: 21 februari 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van:

1. [verzoeker sub 1], wonend te [woonplaats],
2. [verzoekster sub 2], gevestigd te [plaats],

om opheffing of wijziging (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij uitspraak van 3 november 2006, in zaak no. 200606518/2, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen:

[wederpartijen], allen wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Venray,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 3 november 2006, in zaak no. 200606518/2, heeft de Voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van verweerder van 25 juli 2006 (hierna: het besluit) geschorst. De uitspraak is aangehecht.

Bij brieven van 10 januari 2007, bij de Raad van State op dezelfde dag per fax ingekomen, hebben verzoeker sub 1 en verzoekster sub 2 de Voorzitter verzocht deze voorlopige voorziening op te heffen of te wijzigen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 februari 2007, waar verzoekers, vertegenwoordigd door mr. J van Groningen, advocaat te Middelharnis, en [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. M. Backbier, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn [wederpartijen], vertegenwoordigd door ir. A.K.M. van Hoof, daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. De Voorzitter heeft bij uitspraak van 3 november 2006, in zaak no. 200606518/2 het besluit bij wijze van voorlopige voorziening geschorst, omdat verweerder in het kader van de Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden (hierna: de Wet stankemissie) ten onrechte een afzonderlijke beoordeling heeft gemaakt van de stankhinder van de twee binnen de aan de [locatie] te [plaats] gelegen inrichting (hierna: de inrichting) aanwezige nertsenstallen.

2.2. Verzoekers hebben verzocht om de getroffen voorlopige voorziening op te heffen. Zij voeren hiertoe aan dat verzoeker sub 1 in december 2006 een deel van de inrichting heeft verkocht aan verzoekster sub 2. Hierdoor zijn er volgens verzoekers twee afzonderlijke inrichtingen ontstaan, zodat voor de stankhinder afkomstig van de twee nertsenstallen een afzonderlijke beoordeling gemaakt moet worden. Het besluit is derhalve niet langer in strijd met de Wet stankemissie, aldus verzoekers.

2.3. De Voorzitter overweegt dat het betoog van verzoekers, wat daar ook van zij, ziet op omstandigheden die dateren van na het nemen van het besluit. De Afdeling is bij de behandeling van de tegen het besluit ingediende beroepen gehouden de situatie te beoordelen zoals deze was ten tijde van het nemen van het besluit. Derhalve acht de Voorzitter het niet uitgesloten dat de Afdeling, mede gelet op de uitspraak van de Voorzitter waar het thans aan de orde zijnde verzoek op ziet, het besluit zal vernietigen. Gelet hierop en mede gezien de spoedige behandeling ter zitting op 19 maart 2007 van de tegen het besluit ingediende beroepen, ziet de Voorzitter aanleiding het verzoek af te wijzen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Van Hardeveld
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2007

312-492.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon