Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200603798/1

Uitspraak 200603798/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:AZ7442
Datum uitspraak
31 januari 2007
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 april 2006 heeft verweerder aan de [maatschap] een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een melkrundveehouderij op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: de inrichting). Dit besluit is op 13 april 2006 ter inzage gelegd.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Vee e.a. dieren

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200603798/1.
Datum uitspraak: 31 januari 2007.

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats], gemeente Bergen (Limburg),
2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats], gemeente Bergen (Limburg),

en

het college van burgemeester en wethouders van Bergen (Limburg),
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 april 2006 heeft verweerder aan de [maatschap] een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een melkrundveehouderij op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: de inrichting). Dit besluit is op 13 april 2006 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben appellant sub 1 bij brief van 19 mei 2006, bij de Raad van State ingekomen op 23 mei 2006, en appellant sub 2 bij brief van 18 mei 2006, bij de Raad van State ingekomen op 23 mei 2006, beroep ingesteld.

Bij brief van 7 september 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 december 2006, waar appellant sub 1, vertegenwoordigd door mr. ing. A.P.J. Timmermans, appellant sub 2, in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door ing. G.J.M Geveling en A.F. Duffhues, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb en de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat de bij deze wetten doorgevoerde wetswijzigingen niet van toepassing zijn op het geding.

2.2. Op 6 december 2006 is het Besluit landbouw milieubeheer (hierna: het Besluit) inwerking getreden.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit is dit besluit van toepassing op een melkrundveehouderij.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit is dit besluit niet van toepassing op een inrichting als bedoeld in artikel 2, indien meer dan 200 stuks melkrundvee worden gehouden, exclusief bijbehorend vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar.

2.3. De bij het bestreden besluit verleende vergunning ziet op het houden van 117 stuks melkrundvee en 70 stuks jongvee in de inrichting. Ter zitting is vast komen te staan dat de inrichting onder de reikwijdte van het Besluit valt. Gelet hierop is de bij het bestreden besluit verleende vergunning van rechtswege komen te vervallen. Nu het beroep van appellanten zich richt tegen de van rechtswege vervallen vergunning hebben zij geen belang meer bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Nu ook anderszins niet is gebleken dat appellanten nog processueel belang hebben bij een oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit, dienen de beroepen niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, Voorzitter, en mr. H.P.J.A.M. Hennekens en mr. W. Sorgdrager, Leden, in tegenwoordigheid van mr. D. van Leeuwen, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Van Leeuwen
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2007.

312-492.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon