Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200608549/2

Uitspraak 200608549/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:AZ6832
Datum uitspraak
17 januari 2007
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 oktober 2006 heeft verweerder aan [vergunninghouder] een vergunning, als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet milieubeheer, verleend voor het oprichten en in werking hebben van een rundveehouderij, gelegen op het perceel [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 31 oktober 2006 ter inzage gelegd.
  • Voorlopige voorziening
  • Vee e.a. dieren

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200608549/2.
Datum uitspraak: 17 januari 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Renswoude,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 oktober 2006 heeft verweerder aan [vergunninghouder] een vergunning, als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet milieubeheer, verleend voor het oprichten en in werking hebben van een rundveehouderij, gelegen op het perceel [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 31 oktober 2006 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 24 november 2006, bij de Raad van State ingekomen op 27 november 2006, beroep ingesteld.
Bij separate brief van 24 november 2006, bij de Raad van State ingekomen op 27 november 2006, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 4 januari 2007, waar verzoeker, in persoon en bijgestaan door mr. B. Nijman, advocaat te Wageningen, en verweerder, vertegenwoordigd door Jhr. mr. K.F.H. Schorer, burgemeester, en J.A.M. van Rhijn, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is vergunninghouder, in persoon en bijgestaan door S. van Westreenen, daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Bij het bestreden besluit is krachtens de Wet milieubeheer een oprichtingsvergunning verleend voor onder meer het houden van zoogkoeien, vrouwelijk jongvee, vleesstieren en ander vleesvee, fokstieren en overig rundvee, verdeeld over twee stallen (D en E genoemd in de aanvraag). Gebleken is dat de voor stal E benodigde bouwvergunning en de voor de aangevraagde aanpassingen van de eerder al gerealiseerde stal D benodigde bouwvergunning niet zijn verleend, zodat de bij het bestreden besluit verleende oprichtingsvergunning ingevolge artikel 20.8 van de Wet milieubeheer niet in werking is getreden. Er is dus geen sprake van onverwijlde spoed als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, die een voorlopige voorziening vergt. Dat in stal D reeds (bedrijfsmatig) vee zou worden gehouden, wat daarvan ook zij, maakt dit niet anders. De Voorzitter ziet geen aanleiding om in afwachting van de behandeling van het geding in de bodemprocedure een voorlopige voorziening te treffen.

2.3. De Voorzitter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.G. Timmerman, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Timmerman
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2007

431


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon