Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200405098/1 en 200405102/1

Uitspraak 200405098/1 en 200405102/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AU6666
Datum uitspraak
23 november 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 4 mei 2004, kenmerk 2002/36044 en 2002/47348 heeft verweerder de verzoeken van appellanten tot intrekking van de krachtens de Grondwaterwet aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "ENCI Maastricht B.V." verleende vergunning van 6 juli 1993 voor het onttrekken van grondwater afgewezen.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Grondwaterwet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200405098/1 en 200405102/1.
Datum uitspraak: 23 november 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de stichting "Stichting ENCI STOP" en de vereniging "Vereniging tot Redding van de Sint Pietersberg", gevestigd te Maastricht,
2. het college van burgemeester en schepenen van Riemst (België),
appellanten,

en

het college van gedeputeerde staten,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluiten van 4 mei 2004, kenmerk 2002/36044 en 2002/47348 heeft verweerder de verzoeken van appellanten tot intrekking van de krachtens de Grondwaterwet aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "ENCI Maastricht B.V." verleende vergunning van 6 juli 1993 voor het onttrekken van grondwater afgewezen.

Tegen dit besluit hebben appellanten sub 1 bij brief van 21 juni 2004, bij de Raad van State ingekomen op 22 juni 2004, en appellant sub 2 bij brief van 21 juni 2004, bij de Raad van State ingekomen op 22 juni 2004, beroep ingesteld. Appellante sub 1 hebben hun beroep aangevuld bij brief van 19 juli 2004. Appellant sub 2 heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 19 juli 2004.

Bij brief van 16 september 2004 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft een deskundigenbericht uitgebracht, gedateerd 5 juli 2005. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 oktober 2005, waar appellanten sub 1 en sub 2, vertegenwoordigd door mr. A.M. Nijboer, advocaat te Amsterdam, en drs. Ch. Cammaer, deskundige, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. P.R.J. Engelen, ir. J.L. van der Veer en J.C.M. Geraedts, ambtenaren van de provincie zijn verschenen.
Tevens is namens vergunninghoudster mr. M.R.J. Baneke, advocaat te Nijmegen, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb en de Aanpassingswet uniforme voorbereidingsprocedure Awb in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wetten op dit geding van toepassing blijft.

2.2. Appellanten voeren aan dat de onttrekking van grondwater niet langer toelaatbaar is omdat dit negatieve gevolgen heeft voor de natuurwaarden.

2.2.1. Verweerder voert aan dat de onttrekking nog steeds toelaatbaar is. Hij verwijst in dit verband naar zijn besluit van 11 januari 2005, kenmerk CC 7520, waarbij een nieuwe onttrekkingsvergunning is verleend en de oude vergunning van 6 juli 1993 is ingetrokken.

2.2.2. Uit de stukken blijkt dat het besluit van 6 juli 1993 is ingetrokken. Bij uitspraak van heden in zaak no. 200501373/1 blijft deze intrekking in stand. Gelet hierop en nu noch ter zitting, noch anderszins is gebleken van feiten of omstandigheden die op het tegendeel wijzen, is de Afdeling van oordeel dat appellanten geen processueel belang meer hebben bij een beoordeling van de rechtmatigheid van de onderhavige besluiten. De beroepen moeten derhalve reeds om deze reden niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.M. van Angeren, Voorzitter, en drs. H. Borstlap en mr. M.W.L. Simons-Vinckx, Leden, in tegenwoordigheid van drs. G.K. Klap, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Angeren w.g. Klap
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 november 2005

315.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon