Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200506094/2

Uitspraak 200506094/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AU1119
Datum uitspraak
12 augustus 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 juli 2003 heeft verzoeker een verzoek van [wederpartijen] om planschadevergoeding afgewezen.
  • Voorlopige voorziening
  • Schadevergoeding

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200506094/2.
Datum uitspraak: 12 augustus 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de raad van de gemeente Meerssen,
verzoeker,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/401 WRO van de rechtbank Maastricht van 6 juni 2005 in het geding tussen:

[wederpartijen], wonend te [woonplaats]

en

verzoeker.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 juli 2003 heeft verzoeker een verzoek van [wederpartijen] om planschadevergoeding afgewezen.

Bij besluit van 8 april 2004 heeft verzoeker het daartegen door [wederpartijen] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 juni 2005, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Maastricht (hierna: de rechtbank), voorzover hier van belang, het daartegen door [wederpartijen] ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en verzoeker opgedragen met inachtneming van de uitspraak een nieuw besluit te nemen.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 juli 2005, hoger beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 juli 2005, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 juli 2005, hebben [wederpartijen] ingestemd met uitstel van de te nemen nieuwe beslissing op bezwaar.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting aan de orde gesteld op 11 augustus 2005, waar partijen - met bericht - niet zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek heeft geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat verzoeker in afwachting van de uitspraak op het ingestelde hoger beroep geen nieuwe beslissing op bezwaar hoeft te nemen.

2.2. De rechtbank heeft de bestreden beslissing op bezwaar van 8 april 2004 vernietigd en verzoeker opgedragen een nieuw besluit te nemen. Zij heeft verzoeker daarvoor geen termijn gesteld. Op grond van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) dient het bestuursorgaan dan in beginsel binnen zes weken op het bezwaar te beslissen, terwijl het derde lid een verdaging van ten hoogste vier weken mogelijk maakt.

2.3. [wederpartijen] hebben verzoeker onder verwijzing naar artikel 7:10, vierde lid, van de Awb schriftelijk meegedeeld dat zij instemmen met uitstel van de opnieuw op hun bezwaarschrift te nemen beslissing totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op het hoger beroep van verzoeker.

2.4. Gelet op de verleende instemming is er voor verzoeker geen verplichting (meer) om thans een nieuw besluit te nemen. Hij heeft derhalve geen belang meer bij zijn verzoek, zodat dit dient te worden afgewezen.

2.5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Dallinga
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2005

18-477.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon