Uitspraak 200504267/2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2005:AT7979
- Datum uitspraak
- 16 juni 2005
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 10 mei 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond (hierna: het college) [verzoeker A] onder oplegging van een dwangsom gelast de met het geldende bestemmingsplan strijdige situatie in [Eethuis] aan de [locatie] te [plaats] ongedaan te maken en de voorzieningen (tafels, stoelen, servetten etc.) gericht op het nuttigen van een consumptie ter plaatse blijvend te verwijderen.
- Voorlopige voorziening
- Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
Toon inhoud
200504267/2.
Datum uitspraak: 16 juni 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker A] en [verzoeker B], handelend onder de naam [Eethuis], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/612 EN AWB 05/613 van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 31 maart 2005 in het geding tussen:
verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van Helmond.
1. Procesverloop
Bij besluit van 10 mei 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond (hierna: het college) [verzoeker A] onder oplegging van een dwangsom gelast de met het geldende bestemmingsplan strijdige situatie in [Eethuis] aan de [locatie] te [plaats] ongedaan te maken en de voorzieningen (tafels, stoelen, servetten etc.) gericht op het nuttigen van een consumptie ter plaatse blijvend te verwijderen.
Bij besluit van 4 januari 2005 heeft het college het daartegen door verzoekers gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 31 maart 2005, verzonden op 1 april 2005, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch het daartegen door verzoekers ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 13 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 18 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op 19 mei 2005, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 juni 2005, waar verzoekers in persoon, bijgestaan door mr. T. Peters, advocaat te Helmond, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.C. Boelens-Horn, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer, indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het daartegen ingestelde beroep ongegrond heeft geoordeeld.
2.2. In hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven.
2.3. Gelet hierop, bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Boer, ambtenaar van Staat.
w.g. Vlasblom w.g. Boer
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2005
201.