Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200409617/1

Uitspraak 200409617/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AT7435
Datum uitspraak
15 juni 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 augustus 2003 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de Minister) het rijbewijs van appellant voor alle categorieën ongeldig verklaard.
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200409617/1.
Datum uitspraak: 15 juni 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/402 van de rechtbank
Zwolle-Lelystad van 19 oktober 2004 in het geding tussen:

appellant

en

de Minister van Verkeer en Waterstaat.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 augustus 2003 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de Minister) het rijbewijs van appellant voor alle categorieën ongeldig verklaard.

Bij besluit van 24 februari 2004 heeft de Minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 19 oktober 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 november 2004, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 4 januari 2005 heeft de stichting "Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen" (hierna: het CBR), sedert 15 mei 2004 het terzake bevoegde bestuursorgaan, van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 juni 2005, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. Ph.J.N. Aarnoudse, advocaat te Deventer, en het CBR, vertegenwoordigd door J.A. Stelt-Launspach, juridisch medewerker bij de divisie Vorderingen van het CBR, zijn verschenen. Aan de zijde van appellant is tevens verschenen [gemachtigde].

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 132, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: de WVW 1994), voorzover hier van belang, is degene die zich ingevolge het in artikel 131, eerste lid, bedoelde besluit dient te onderwerpen aan een onderzoek verplicht de daartoe vereiste medewerking te verlenen.

In het tweede lid, eerste volzin, van voornoemd artikel, zoals dat gold ten tijde van belang en voorzover hier van belang, is bepaald dat bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde medewerking de Minister onverwijld tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de houder besluit.

Ingevolge artikel 133, eerste lid, van het Reglement rijbewijzen, zoals dat gold ten tijde van belang, worden tijdstip en plaats van het in artikel 131 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid of, indien het onderzoek in gedeelten plaatsvindt, van die gedeelten door de Minister vastgesteld.

Ingevolge het tweede lid van voornoemd artikel, zoals dat gold ten tijde van belang, worden, indien betrokkene niet op de voor het onderzoek vastgestelde tijd en plaats aanwezig is, tijd en plaats van het onderzoek door de Minister opnieuw vastgesteld, tenzij naar het oordeel van de Minister geen sprake is van een geldige reden van verhindering.

2.2. De Minister heeft bij besluit van 11 augustus 2003, zoals gehandhaafd bij besluit van 24 februari 2004, het rijbewijs van appellant ongeldig verklaard omdat hij zonder tegenbericht niet op het aan hem opgelegde onderzoek is verschenen en niet is gebleken van een geldige reden van verhindering.

2.3. Het oordeel van de rechtbank dat de Minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat hetgeen appellant aanvoert geen geldige reden van verhindering oplevert, zodat de Minister terecht tot de conclusie is gekomen dat appellant niet de vereiste medewerking heeft verleend aan het hem opgelegde onderzoek, wordt door appellant tevergeefs bestreden. Appellant wist dat een onderzoek zou plaatsvinden. Voorts is hij er schriftelijk op gewezen dat bij gebrek aan medewerking zijn rijbewijs ongeldig zou worden verklaard. Uit de brief van 5 maart 2003, waarin de Minister appellant te kennen heeft gegeven dat aan hem een onderzoek wordt opgelegd, blijkt voldoende duidelijk dat wanneer appellant tijdens de vorderingsprocedure elders zou verblijven hij dit tijdig en schriftelijk aan de divisie Vorderingen van het CBR had moeten melden. In de gewoonlijk bij de brief gevoegde folder "Onderzoek naar de geschiktheid" staat vermeld dat de divisie Vorderingen rekening houdt met reeds geplande vakanties indien deze binnen vier weken na ontvangst van het besluit schriftelijk kenbaar worden gemaakt, voorzien van bewijs. Zodra het onderzoek is gepland en de betrokkene hierover bericht heeft ontvangen, kan door de divisie Vorderingen geen rekening meer worden gehouden met afspraken van de betrokkene. Voorzover appellant beoogt te betogen dat hij deze folder niet heeft ontvangen, faalt dit betoog. De brief van 5 maart 2003, waarvan appellant niet betwist dat hij hem heeft ontvangen, had hem aanleiding moeten geven de folder bij de divisie Vorderingen op te vragen, nu appellant in die brief wordt aangeraden de folder goed te lezen.

Gelet hierop heeft de rechtbank terecht en op goede gronden geoordeeld dat van appellant verwacht mocht worden dat hij vóór zijn vertrek naar het buitenland contact had opgenomen met de divisie Vorderingen teneinde te vernemen of hij naar het buitenland kon gaan zonder dat hij het risico liep om tijdens zijn verblijf aldaar opgeroepen te worden voor dat onderzoek.

Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de Minister terecht tot de conclusie is gekomen dat appellant niet de vereiste medewerking heeft verleend aan het hem opgelegde onderzoek, als bedoeld in artikel 132, eerste lid, van de WVW 1994 en dat de Minister wegens het ontbreken van die medewerking het rijbewijs terecht ongeldig heeft verklaard.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Egmond, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Egmond
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

426.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon