Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200403680/2

Uitspraak 200403680/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AP4695
Datum uitspraak
23 juni 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 februari 2004 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel (hierna: het college) met toepassing van artikel 68, eerste lid, aanhef en onder a, van de Flora- en faunawet aan de Wildbeheereenheid Tussen Vecht en Dedemsvaart (hierna: de wildbeheereenheid) voor de periode tot en met 31 december 2004 ontheffing verleend voor het doden van reëen met behulp van het geweer in nader aangegeven gemeenten, behorende tot het werkgebied van de wildbeheereenheid, in het belang van de openbare veiligheid (verkeersveiligheid).
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200403680/2.
Datum uitspraak: 23 juni 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de stichting "Stichting De Faunabescherming", gevestigd te Amstelveen,
verzoekster,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle, verzonden op 26 april 2004, in het geding tussen:

verzoekster

en

het college van gedeputeerde staten van Overijssel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 februari 2004 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel (hierna: het college) met toepassing van artikel 68, eerste lid, aanhef en onder a, van de Flora- en faunawet aan de Wildbeheereenheid Tussen Vecht en Dedemsvaart (hierna: de wildbeheereenheid) voor de periode tot en met 31 december 2004 ontheffing verleend voor het doden van reëen met behulp van het geweer in nader aangegeven gemeenten, behorende tot het werkgebied van de wildbeheereenheid, in het belang van de openbare veiligheid (verkeersveiligheid).

Bij besluit van 15 maart 2004 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak, verzonden op 26 april 2004, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief van 3 mei 2004, bij de Raad van State ingekomen op 4 mei 2004, hoger beroep ingesteld.
Bij deze brief heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 juni 2004, waar verzoekster, vertegenwoordigd door A.P. de Jong, secretaris van de stichting, het college, vertegenwoordigd door I. Weis en R. de Hoeve, ambtenaren van de provincie, en de wildbeheereenheid, vertegenwoordigd door mr. H.A.M. Lamers, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Indien in hoger beroep een uitvoerbaar besluit aan de orde is, komt daaraan temeer betekenis toe, nu in dat geval het besluit door een rechter in eerste aanleg als niet onrechtmatig is geoordeeld.

2.2. Hetgeen verzoekster heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure geen stand zal houden. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het niet onaannemelijk is dat een beperking van de populatie zal leiden tot een vermindering van het aantal aanrijdingen en aldus zal bijdragen aan de verkeersveiligheid. Voorts wordt in aanmerking genomen dat het thans nog slechts gaat over het afschieten in 2004 van (maximaal 80) bokken en van zieke en kreupele dieren.

2.3. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening geen grond. Het verzoek daartoe wordt niet ingewilligd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.C.S. Bakker, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Bakker
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2004

91.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon