Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200401193/1

Uitspraak 200401193/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AO8449
Datum uitspraak
28 april 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 januari 2002 heeft de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de aan appellante over het tijdvak van 1 juli 1997 tot en met 30 juni 1998 toegekende huursubsidie herzien, deze nader vastgesteld op nihil en van appellante een bedrag van € 1.698,95 teruggevorderd.
  • Hoger beroep
  • Geld

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200401193/1.
Datum uitspraak: 28 april 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te Almelo,

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 8 januari 2004 in het geding tussen:

appellante

en

de Minister (voorheen: de Staatssecretaris) van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 januari 2002 heeft de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de aan appellante over het tijdvak van 1 juli 1997 tot en met 30 juni 1998 toegekende huursubsidie herzien, deze nader vastgesteld op nihil en van appellante een bedrag van € 1.698,95 teruggevorderd.

Bij besluit van 9 juli 2003 heeft het Hoofd Unit Correspondentie op last van de Directeur-Generaal Wonen voor de Minister van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de Minister) het daartegen door appellante gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 8 januari 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Almelo (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 februari 2004, hoger beroep ingesteld.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 april 2004, waar appellante in persoon, bijgestaan door M. Schroduer, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij uitspraak van 25 februari 2004, in zaak nr. 200303658/1, heeft de Afdeling geoordeeld dat de Regeling ondermandaat DGVH zich niet verdraagt met de daaraan op grond van artikel 10:5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) te stellen eisen en dat deze regeling daarom onverbindend is. De Regeling ondermandaat DGW (Stcrt. 2002, nr. 32), op grond waarvan het Hoofd Unit Correspondentie het besluit op bezwaar van 9 juli 2003 heeft genomen, bevat een gelijkluidende tekst en is derhalve evenzeer onverbindend. Gelet hierop is dit besluit in strijd met het algemene rechtsbeginsel dat een besluit bevoegdelijk moet worden genomen, en had het door de rechtbank moeten worden vernietigd. Nu de Minister bij brief van 31 maart 2004 heeft medegedeeld dat hij het besluit geheel voor zijn rekening neemt en dit besluit is genomen door een ambtenaar die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam is, kan met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb worden bepaald dat de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand blijven als de inhoud van het besluit de rechterlijke toets kan doorstaan. Zoals uit het hierna volgende blijkt, kan het besluit de rechterlijke toets evenwel niet doorstaan en zal de Afdeling er derhalve van afzien om te bepalen dat de rechtsgevolgen in stand blijven.

2.2. In geschil is het oordeel van de rechtbank dat de Minister het door appellante gemaakte bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens termijnoverschrijding.

2.3. Appellante betoogt dat zij het besluit van 21 januari 2002 niet tijdig heeft ontvangen. Naar aanleiding van de door haar ontvangen aanmaning van 29 maart 2002 ter overmaking van het teruggevorderde bedrag heeft zij naar haar zeggen contact opgenomen met de Directie Informatie, Beheer en Subsidieregelingen van het Ministerie. Eerst toen heeft zij van het besluit van 21 januari 2002 kennis genomen.

2.4. Aangezien appellante de (tijdige) ontvangst van het besluit van 21 januari 2002 heeft ontkend, ziet de Afdeling zich gesteld voor de vraag of dit besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

2.4.1. Het besluit van 21 januari 2002 is niet aangetekend verzonden. Uitgaande van de stukken moet worden geoordeeld dat de Minister op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit op die datum is verzonden. Aangezien de Minister niet ter zitting van de Afdeling is verschenen en appellante terzake niets aan haar betoog heeft toe- of afgedaan, geeft hetgeen ter zitting is verhandeld geen aanleiding voor een ander oordeel.

2.4.2. Gelet op het vorenoverwogene moet het ervoor worden gehouden dat de bekendmaking van het besluit van 21 januari 2002, als bedoeld in artikel 3:41 van de Awb, eerst na 29 maart 2002 is geschied. Het bezwaarschrift van 6 april 2002 is derhalve ruimschoots ingediend binnen de daarvoor in artikel 6:7 juncto artikel 6:8, eerste lid, van de Awb gestelde termijn. Het oordeel van de rechtbank is dan ook onjuist. Het bestreden besluit had mede vernietigd dienen te worden wegens miskenning van artikel 6:7 en artikel 6:8, eerste lid, voornoemd.

2.5. Het hoger beroep is, gelet op het vorenoverwogene, gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door appellante bij de rechtbank ingestelde beroep alsnog gegrond verklaren en het besluit op bezwaar van 9 juli 2003 vernietigen.

2.6. De Minister dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Almelo van 8 januari 2004, AWB 03/648 BELEI AG1 A;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de Minister van 9 juli 2003, AwbA26/AJBZ/332;

V. veroordeelt de Minister in de door appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 135,05; het bedrag dient door de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) te worden betaald aan appellante;

VI. gelast dat de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) aan appellante het door haar voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht (€ 291,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Sparreboom
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 april 2004

195-424.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon