Uitspraak BRS.26.005218
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:6417
- Datum uitspraak
- 4 november 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 10 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.
- Hoger beroep
- Bewaring
Toon inhoud
BRS.26.005218
ECLI:NL:RVS:2026:6417
Datum uitspraak: 4 november 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 oktober 2026 in zaak nr. NL26.53665 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 10 september 2026 heeft de minister appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.
Bij uitspraak van 1 oktober 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding toegewezen.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.K. Bhadai, advocaat in Den Haag, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft geoordeeld dat de aan appellant opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring vanaf het begin onrechtmatig was, appellant schadevergoeding toegekend voor negen dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en de minister veroordeeld in de door hem gemaakte proceskosten. Omdat de maatregel al was opgeheven toen de rechtbank uitspraak deed, was een bevel tot opheffing niet nodig. Daarmee heeft appellant het doel van de procedure bereikt. Daarom heeft hij geen belang bij de beoordeling van het hoger beroep.
2. Omdat de rechtbank heeft geoordeeld dat de maatregel vanaf het begin onrechtmatig is, bestaat voor ambtshalve toetsing geen aanleiding. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Weber
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 november 2026
846