Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202504901/1/A2

Uitspraak 202504901/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6499
Datum uitspraak
4 november 2026
Inhoudsindicatie
Bij brief van 23 mei 2024 heeft de minister van Buitenlandse Zaken gereageerd op het verzoek van [appellant] om actie te ondernemen tegen de Tsjechische Republiek. [appellant] is het niet eens met civielrechtelijke uitspraken van Tsjechische rechters over zijn alimentatieverplichtingen en de daarop volgende strafrechtelijke uitspraken. Volgens hem hebben de Tsjechische rechters zich niet gehouden aan diverse Europese regelgeving waardoor zijn fundamentele rechten zijn geschonden. Hij heeft de minister daarom meermaals verzocht om onder andere een inbreukprocedure in te leiden tegen de Tsjechische Republiek bij de Europese Commissie, te bevorderen dat prejudiciële vragen worden gesteld aan het [appellant] van Justitie en om in algemene zin de minister van Justitie en of de minister van Buitenlandse Zaken van de Tsjechische Republiek te vorderen de civielrechtelijke en strafrechtelijke uitspraken tegen hem te vernietigen inclusief alle vorderingen die daaruit voortvloeien. In deze zaak is uitsluitend aan de orde of de brief van de minister van 23 mei 2024 een besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en daarmee samenhangend de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister zijn bezwaar niet-ontvankelijk mocht verklaren.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202504901/1/A2.
Datum uitspraak: 4 november 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-­Nederland van 25 juli 2025 in zaak nr. 24/4101 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Buitenlandse Zaken.

Procesverloop

Bij brief van 23 mei 2024 heeft de minister gereageerd op het verzoek van [appellant] om actie te ondernemen tegen de Tsjechische Republiek.

Bij besluit van 2 september 2024 heeft de minister het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 25 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 29 september 2026, waar [appellant], en de minister vertegenwoordigd door mr. F.C.A. van Hilten en R.J. van der Leij, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] is het niet eens met civielrechtelijke uitspraken van Tsjechische rechters over zijn alimentatieverplichtingen en de daarop volgende strafrechtelijke uitspraken. Volgens hem hebben de Tsjechische rechters zich niet gehouden aan diverse Europese regelgeving waardoor zijn fundamentele rechten zijn geschonden. Hij heeft de minister daarom meermaals verzocht om onder andere een inbreukprocedure in te leiden tegen de Tsjechische Republiek bij de Europese Commissie, te bevorderen dat prejudiciële vragen worden gesteld aan het [appellant] van Justitie en om in algemene zin de minister van Justitie en of de minister van Buitenlandse Zaken van de Tsjechische Republiek te vorderen de civielrechtelijke en strafrechtelijke uitspraken tegen hem te vernietigen inclusief alle vorderingen die daaruit voortvloeien.

2. Bij meerdere brieven, laatstelijk bij brief van 23 mei 2024, heeft de minister laten weten niet over te gaan tot de door [appellant] gevraagde actie. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom bezwaar gemaakt tegen de brief van 23 mei 2024. Bij besluit van 2 september 2024 heeft de minister het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat de brief van 23 mei 2024 geen besluit is waartegen bezwaar kan worden gemaakt.

De rechtbank heeft in haar uitspraak geoordeeld dat de minister zich terecht op dat standpunt heeft gesteld. Omdat [appellant] het daar niet mee eens is, heeft hij hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.

Behandeling van het hoger beroep

3. In deze zaak is uitsluitend aan de orde of de brief van de minister van 23 mei 2024 een besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en daarmee samenhangend de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister zijn bezwaar niet-ontvankelijk mocht verklaren. Door de niet-ontvankelijkverklaring is de minister niet toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar van [appellant]. Dit betekent dat in deze zaak niet aan de orde is of de minister de gevraagde actie tegen de Tsjechische autoriteiten had moet ondernemen. Ook liggen de door [appellant] genoemde uitspraken van Tsjechische rechters, de door [appellant] gestelde onjuistheden daarin en de daarbij door [appellant] gestelde schendingen van Europese regelgeving en fundamentele rechten niet ter beoordeling voor aan de Afdeling.

4. [appellant] betoogt dat de afwijzing van de minister om actie te ondernemen tegen de Tsjechische Republiek wel degelijk rechtsgevolgen voor hem heeft. Hij voert aan dat doordat de minister niets doet hij zijn rechtsbescherming verliest om de uitspraken van de Tsjechische rechters te kunnen corrigeren. Weliswaar kan Nederland, zoals de rechtbank ook overweegt, niet direct zelf een inbreukprocedure starten tegen de Tsjechische Republiek, maar door niet een procedure in te leiden bij de Europese Commissie, ontstaat het rechtsgevolg dat hij rechtsbescherming verliest. Ook heeft de afwijzing van zijn vordering om hem geen juridische ondersteuning te bieden, gelet op zijn ervaringen met de Tsjechische rechtspraak, rechtsgevolgen voor hem. Dit is echter volgens [appellant] pas aan de orde bij het wel inleiden van een inbreukprocedure, zijn eerste vordering. [appellant] betoogt dat hij als ingezetene van Nederland slachtoffer is geworden van onjuiste uitspraken van Tsjechische rechters en dat de minister hem rechtsbescherming moet bieden.

4.1. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn grotendeels een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 5.3 en 5.3.1 van de uitspraak van de rechtbank opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Over het betoog van [appellant] in hoger beroep dat er wel degelijk rechtsgevolgen voor hem zijn, voegt de Afdeling nog het volgende toe. Op de zitting is besproken dat [appellant] een breed verzoek heeft gedaan aan de minister om actie te ondernemen. De minister heeft daarover toegelicht deels niet bevoegd te zijn de gevraagde actie uit te voeren en dat het verder gaat om feitelijk handelen. De minister is bijvoorbeeld niet bevoegd om prejudiciële vragen te stellen aan het [appellant] van Justitie, dat is alleen voorbehouden aan rechtelijke instanties. Ook kan de minister niet direct een inbreukprocedure starten bij het Europese [appellant] van Justitie. Als het gaat om het indienen van een klacht bij de Europese Commissie of het verzoek om diplomatieke actie te ondernemen en contacten te leggen met Tsjechische autoriteiten dan gaat het volgens de minister om feitelijk handelen. Dat de minister geen aanleiding ziet om dit te doen, wijzigt volgens de minister de rechten en plichten van [appellant] niet. De Afdeling ziet geen reden de toelichting van de minister niet te volgen. Omdat met de brief van 23 mei 2024 geen wijziging in de rechtspositie van [appellant] wordt bewerkstelligd, ontstaan er geen rechtsgevolgen. Of [appellant] succes zou kunnen hebben als indienen van een klacht zou leiden tot een inbreukprocedure of als diplomatieke actie wordt ondernomen is daarvoor niet bepalend. De rechtbank heeft dus terecht geoordeeld dat de brief van 23 mei 2024 geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb en dat de minister daarom het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk mocht verklaren.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie en proceskosten

5. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

6. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.G. Alderlieste, griffier.

w.g. Uylenburg
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Alderlieste
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 november 2026

590


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon