Uitspraak 202503765/1/A3
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de bedrijfspanden en het bijbehorende terrein aan de [locatie] in Rotterdam (het terrein), met onmiddellijke ingang gesloten voor de duur van twee weken (het noodbevel). In de bestuurlijke rapportage van de politie van 12 oktober 2023 en de aanvullende rapportage deel 1 van 13 oktober 2023, staat dat de politie op die dagen bij het terrein een persoon heeft aangehouden die een explosief bij zich droeg met respectievelijk 1300 en 1000 gram flitspoeder. Daarbij is ter vergelijking opgemerkt dat een Cobra tussen de 25 en 30 gram flitspoeder bevat. Verder heeft de politie beide keren alle benodigdheden om het explosief tot ontploffing te brengen op het terrein aangetroffen. In de aanvullende rapportage deel 2 van 23 oktober 2023 staat dat de politie op 14 oktober 2023 opnieuw een persoon heeft aangehouden, nadat op het terrein een explosief was afgegaan. De politie meent dat de dreiging ongewijzigd is. In de bestuurlijke rapportage van 26 oktober 2023 staat dat de politie op 8 maart 2021 een schriftelijke mededeling van de Amerikaanse opsporingsautoriteiten heeft ontvangen die de dagelijks bestuurder van [wederpartij] mogelijk in verband brengt met handel in cocaïne.
- Hoger beroep
- Hoger Beroep - Overige
Toon inhoud
Noodbevel van burgemeester van Rotterdam om bedrijfsterrein tijdelijk te sluiten
Uitspraak over het besluit van de burgemeester van Rotterdam om bedrijfspanden en een bedrijfsterrein van twee recyclingbedrijven aan de Doklaan in Rotterdam te sluiten voor een periode van twee weken. Op het terrein bevindt zich een groot aantal brandbare en gevaarlijke stoffen. De politie heeft in oktober 2023 op drie verschillende dagen bij het terrein een persoon aangehouden die een explosief bij zich droeg. Een keer is er een explosief afgegaan waardoor een rolluik van een loods is beschadigd. De dagelijks bestuurder van de bedrijven wordt in verband gebracht met handel in cocaïne. Hierop heeft de burgemeester een noodbevel uitgevaardigd en het terrein tijdelijk gesloten vanwege ernstige vrees voor wanordelijkheden. Daarna is de sluiting nog eens met twee weken verlengd. De bedrijven zijn het niet eens met het verlengingsbesluit dat de burgemeester heeft genomen en kwamen daartegen in beroep bij de rechtbank Rotterdam. Die gaf de bedrijven gelijk dat het besluit om de sluiting te verlengen niet zorgvuldig was genomen. De burgemeester heeft zich volgens de rechtbank de belangen van de bedrijven onvoldoende aangetrokken. De rechtbank heeft daarbij meegewogen dat de bedrijven zich al vanaf het eerste incident hebben ingespannen om het terrein te beveiligen en hebben onderzocht welke maatregelen nog meer zouden kunnen worden genomen. De burgemeester is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en is daartegen in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zie ook de uitspraak met zaaknummer 202503759/1 die de Afdeling bestuursrechtspraak eveneens op 7 oktober 2026 openbaar maakt. Die uitspraak gaat over twee bedrijven die huurders zijn op het bedrijventerrein. Zij hebben te maken gehad met dezelfde spoedsluiting en verlenging ervan. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft beide zaken op 25 juni 2026 op zitting behandeld.