Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202201981/2/R3

Uitspraak 202201981/2/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5808
Datum uitspraak
30 september 2026
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2090 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Twenterand opgedragen om binnen 24 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 15 februari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Twenterand PH [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling het beroep van Manege De Lourenshoeve B.V. tegen het besluit van 15 februari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan behandeld. Manege De Lourenshoeve B.V. is eigenaresse van de bedrijfswoning aan de Flierdijk 1 en de recreatiewoningen aan de Flierdijk 3 in Den Ham. Zij vreest dat de activiteiten die het bestemmingsplan bij de manage aan het [locatie 3] en de (recreatieve) activiteiten op het perceel [locatie 1] mogelijk maken, leiden tot een aantasting van het verblijfsklimaat in en bij deze (recreatie)woningen. Naar aanleiding van dit beroep heeft de Afdeling een aantal gebreken in dit besluit geconstateerd.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202201981/2/R3.
Datum uitspraak: 30 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.       Manege De Lourenshoeve B.V., gevestigd in Den Ham, gemeente Twenterand,
2.       [appellant sub 2] en anderen, gevestigd respectievelijk wonend in Den Ham, gemeente Twenterand,
3.       [appellante sub 3], gevestigd in Den Ham, gemeente Twenterand,
4.       Vereniging van Eigenaren "Vakantiepark de Lourenshoeve" (VvE), gevestigd in Utrecht,
appellanten,

en

de raad van de gemeente Twenterand,
verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2090 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 24 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 15 februari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Twenterand PH [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]" te herstellen.

Bij besluit van 16 december 2025 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld (herstelbesluit).

Daartoe in de gelegenheid gesteld hebben Manege De Lourenshoeve B.V. en Adventure Point een zienswijze naar voren gebracht over de wijze waarop de gebreken zijn hersteld.

[appellant sub 2] en anderen, de VvE en [appellante sub 3] hebben beroep ingesteld tegen het herstelbesluit.

De raad heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant sub 2] en anderen, de VvE, [appellante sub 3] en Adventure Point hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een nadere behandeling van de zaak op een zitting achterwege blijft, waarna zij het onderzoek met toepassing van het derde lid van dat artikel heeft gesloten.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Zoals in de tussenuitspraak is overwogen, blijft op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing.

De tussenuitspraak

2.       In de tussenuitspraak heeft de Afdeling het beroep van Manege De Lourenshoeve B.V. tegen het besluit van 15 februari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan behandeld. Manege De Lourenshoeve B.V. is eigenaresse van de bedrijfswoning aan de Flierdijk 1 en de recreatiewoningen aan de Flierdijk 3 in Den Ham. Zij vreest dat de activiteiten die het bestemmingsplan bij de manage aan het [locatie 3] en de (recreatieve) activiteiten op het perceel [locatie 1] mogelijk maken, leiden tot een aantasting van het verblijfsklimaat in en bij deze (recreatie)woningen. Naar aanleiding van dit beroep heeft de Afdeling een aantal gebreken in dit besluit geconstateerd. Het gaat om de volgende gebreken:

- onder 13.5 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad bij de beantwoording van de vraag of het bestemmingsplan voorziet in een aanvaardbaar verblijfsklimaat niet is uitgegaan van de uiterste situering van de gevels van de bedrijfswoning en de recreatiewoningen die op grond van het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk zijn;

- onder 14.2 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad ten onrechte niet heeft gemotiveerd dat voor de beoordeling van de geluidniveaus in het kader van het gemeentelijk geluidbeleid kon worden uitgegaan van een etmaalwaarde van 50 dB(A);

- onder 16.2 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad ten onrechte niet heeft beoordeeld welk beschermingsniveau aan de recreatiewoningen toekomt;

- onder 16.3 en 20.1 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling verder overwogen dat in de einduitspraak een oordeel zal worden gegeven over het betoog dat in de planregels ten onrechte niet is geborgd dat het muziekgeluid afkomstig van de manege op het perceel [locatie 3] bij woningen van derden niet hoorbaar mag zijn, het betoog over de aanvaardbaarheid van het verblijfsklimaat bij de recreatiewoningen en het betoog dat het gebruik van de in- en uitrit op het perceel [locatie 1] tot geluidoverlast bij de bedrijfswoning zal leiden. Daar komt de Afdeling op terug onder 16 van deze uitspraak.

3.       Gelet op wat in de tussenuitspraak is overwogen, is het besluit van 15 februari 2022 in zoverre vastgesteld in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Het beroep van Manege De Lourenshoeve B.V. tegen het besluit van 15 februari 2022 is gegrond. Dit besluit moet worden vernietigd voor zover het betreft de plandelen die betrekking hebben op de percelen [locatie 1] en [locatie 3] in Den Ham.

4.       In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 24 weken na verzending van de tussenuitspraak de gebreken in het besluit van 15 februari 2022 te herstellen.

Het herstelbesluit

5.       Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad in het herstelbesluit het bestemmingsplan op enkele onderdelen gewijzigd en voorzien van een nadere onderbouwing, onder meer in de vorm van een aanvullend akoestisch onderzoek van Akoestisch Buro Tideman van 2 september 2025 (akoestisch onderzoek van 2 september 2025).

6.       De raad heeft artikel 5.3.1 van de planregels voor wat betreft het perceel [locatie 1] in Den Ham gewijzigd. Dit artikel luidt:

"Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend:

[…]

c. een gebruik waar de geluidsbelasting tot gevolg heeft dat de in de onderstaande tabel aangegeven waarden worden overschreden.

d. een gebruik waar de geluidsbelasting tot gevolg heeft dat de in de onderstaande tabel aangegeven waarden worden overschreden.

7.       Daarnaast heeft de raad artikel 6.3.3 van de planregels voor wat betreft het perceel [locatie 3] in Den Ham gewijzigd door daar sub e en f aan toe te voegen. Dit artikel luidt:

"Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen voor:

[…]

e. een gebruik overeenkomstig het bepaalde in artikel 6.1, onder a en b, waar de geluidsbelasting tot gevolg heeft dat de in de onderstaande tabel aangegeven waarden worden overschreden.

f. een gebruik overeenkomstig het bepaalde in artikelen 6.3.1 en 6.3.2 waar de geluidsbelasting tot gevolg heeft dat de in de onderstaande tabel aangegeven waarde wordt overschreden.

8.       Het herstelbesluit wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding.

Ontvankelijkheid

Vooraf

9.       Zoals hiervoor is overwogen, is het besluit van 16 december 2025 een herstelbesluit. De Afdeling stelt vast dat [appellant sub 2] en anderen en [appellante sub 3] geen beroep hebben ingesteld tegen het eerdere besluit van 15 februari 2022. De VvE heeft wel beroep ingesteld tegen het besluit van 15 februari 2022, maar dit beroep is in de uitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2090, onder 4.1, niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling zal daarom beoordelen of de beroepen van [appellant sub 2] en anderen, [appellante sub 3] en de VvE tegen het herstelbesluit ontvankelijk zijn.

9.1.    De Afdeling overweegt in dit verband dat vanwege het belang van een efficiënte geschilbeslechting en de rechtszekerheid van andere partijen niet kan worden aanvaard dat tegen een herstelbesluit dat hangende de procedure wordt genomen, beroep wordt ingesteld door een belanghebbende die geen beroep heeft ingesteld tegen het eerdere besluit. Dat geldt niet als die belanghebbende door het nieuwe besluit in een nadeliger positie is komen te verkeren of als door gewijzigde feiten of omstandigheden de belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij geen beroep heeft ingesteld tegen dat eerdere besluit. De Afdeling verwijst ter vergelijking naar haar uitspraak van 26 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5762, onder 7.1.

9.2.    De Afdeling heeft [appellant sub 2] en anderen en [appellante sub 3] in de gelegenheid gesteld aan te geven of zij door het nieuwe besluit in een nadeliger positie zijn komen te verkeren of dat hen door gewijzigde feiten of omstandigheden redelijkerwijs niet kan worden verweten geen beroep te hebben ingesteld tegen het eerdere besluit. De Afdeling heeft de VvE vanwege de niet-ontvankelijkverklaring van haar beroep in de uitspraak van 7 mei 2025 alleen in de gelegenheid gesteld uit te leggen of zij door het herstelbesluit in een nadeliger positie is komen te verkeren.

Het beroep van [appellant sub 2] en anderen

10.     [appellant sub 2] en anderen hebben geen gewijzigde feiten of omstandigheden aangevoerd die maken dat het hen redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen beroep hebben ingesteld tegen het besluit van 15 februari 2022. De door [appellant sub 2] en anderen gegeven toelichting dat in de aan het herstelbesluit ten grondslag gelegde oplegnotitie wordt verwezen naar de vaststellingsovereenkomst van 22 maart 2005, kan niet als zo'n omstandigheid worden gezien.

10.1.  Ook is de Afdeling niet gebleken dat [appellant sub 2] en anderen door het herstelbesluit in een nadeliger positie zijn komen te verkeren dan waarin zij zich bevonden als gevolg van het besluit van 15 februari 2022. De Afdeling is van oordeel dat de door hen genoemde geluidnormen in de artikelen 5.3.1 en 6.3.3 van de planregels hen niet in een nadeliger positie hebben gebracht, omdat aanvankelijk in de planregels geen geluidnormen ter beperking van de geluidoverlast van de met het plan mogelijk gemaakte activiteiten op de percelen [locatie 3] en [locatie 1] waren opgenomen. De Afdeling wijst ter vergelijking naar haar uitspraak van 30 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4394, onder 9.

Gelet op het voorgaande is het beroep van [appellant sub 2] en anderen niet-ontvankelijk.

Het beroep van [appellante sub 3]

11.     [appellante sub 3] heeft in reactie op de brief van de Afdeling uiteengezet dat in het akoestisch onderzoek "Buitengebied Twenterand PH [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]" van Akoestisch Buro Tideman van 2 februari 2021, dat aan het besluit van 15 februari 2022 ten grondslag lag, van een lagere geluidbelasting werd uitgegaan. Volgens haar staan de in artikel 6.3.3, onder e en onder f, van de planregels opgenomen geluidnormen ten onrechte een hogere geluidbelasting toe.

11.1.  [appellante sub 3] heeft geen gewijzigde feiten of omstandigheden aangevoerd die maken dat het haar redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 15 februari 2022. Ook is de Afdeling niet gebleken dat [appellante sub 3] door het herstelbesluit is komen te verkeren in een nadeliger positie dan waarin zij zich bevond als gevolg van het besluit van 15 februari 2022. De Afdeling is van oordeel dat artikel 6.3.3, onder e en onder f, van de planregels [appellante sub 3] niet in een nadeliger positie heeft gebracht omdat aanvankelijk geen geluidnormen ter beperking van de geluidoverlast van de met het plan mogelijk gemaakte activiteiten op het perceel [locatie 3] in de planregels waren opgenomen. Dat in het akoestisch onderzoek van 2 februari 2021 van een lagere geluidbelasting is uitgegaan - los van de vraag of dat zo is - doet hier niet aan af, alleen al niet omdat het akoestisch onderzoek als bijlage bij de plantoelichting geen juridisch bindend onderdeel is van het bestemmingsplan. De Afdeling wijst ter vergelijking naar haar uitspraak van 4 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:237, onder 3.6.

Gelet op het voorgaande is het beroep van [appellante sub 3] niet-ontvankelijk.

Het beroep van de VvE

12.     De VvE heeft in reactie op de brief van de Afdeling gesteld dat het herstelbesluit een hogere geluidnorm legaliseert en dat zij daardoor in een nadeliger positie is komen te verkeren.

12.1.  De Afdeling is niet gebleken dat de VvE door het herstelbesluit in een nadeliger positie is komen te verkeren dan waarin zij zich bevond als gevolg van het besluit van 15 februari 2022. De Afdeling verwijst in dit verband naar wat zij heeft overwogen onder 10.1.

Gelet op het voorgaande is het beroep van de VvE niet-ontvankelijk.

Beoordeling van het herstelbesluit

13.     Manege De Lourenshoeve B.V. heeft naar aanleiding van het herstelbesluit een zienswijze naar voren gebracht. Volgens haar zijn niet alle gebreken die in de tussenuitspraak zijn geconstateerd, hersteld.

14.     De Afdeling zal hierna aan de hand van de door Manege De Lourenshoeve B.V. naar voren gebrachte zienswijze over het herstelbesluit beoordelen of de raad heeft voldaan aan de opdracht in de tussenuitspraak.

Onzorgvuldige voorbereiding

15.     Manege De Lourenshoeve B.V. betoogt dat het herstelbesluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Zij stelt dat het herstelbesluit in strijd is met de vaststellingsovereenkomst van 22 maart 2005. Daaruit volgt volgens haar dat de raad voorafgaand aan de vaststelling van het herstelbesluit overleg met haar had moeten voeren. Zij stelt verder dat de vaststellingsovereenkomst een privaatrechtelijke belemmering is die aan de vaststelling van het herstelbesluit in de weg staat.

15.1.  De Afdeling stelt voorop dat onder 29 van de tussenuitspraak is bepaald dat afdeling 3.4 van de Awb bij de voorbereiding van het gewijzigde of nieuwe besluit niet opnieuw hoeft te worden toegepast. De raad hoefde dus niet opnieuw een ontwerpplan ter inzage te leggen waarover zienswijzen naar voren konden worden gebracht. In wat is aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad in dit geval desondanks uit het oogpunt van zorgvuldigheid in overleg had moeten treden met Manege De Lourenshoeve B.V. Voor zover zij een beroep doet op de vaststellingsovereenkomst tussen de gemeente Twenterand en onder meer "De Lourenshoeve", overweegt de Afdeling dat uit artikel 6, onder d, van de vaststellingsovereenkomst slechts volgt dat de bij de overeenkomst betrokken partijen de intentie uitspreken voor een oplossing in overleg in plaats van het voeren van juridische procedures. Daaruit volgt niet dat voorafgaand aan de vaststelling van het herstelbesluit in overleg had moeten worden getreden met Manege De Lourenshoeve B.V.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

15.2.  De Afdeling ziet verder geen aanleiding voor het oordeel dat sprake is van een privaatrechtelijke belemmering die aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staat. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bestaat voor het oordeel van de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de vaststelling van een bestemmingsplan in de weg staat, alleen aanleiding wanneer deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is namelijk de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit, waarbij de bewijslast wordt beheerst door de in die procedure geldende regels. De Afdeling verwijst naar haar uitspraak van 30 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY9957. Er is niet gebleken van het bestaan van enig privaatrechtelijk recht aan de zijde van Manege De Lourenshoeve B.V. dat aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staat.

Het betoog slaagt ook in zoverre niet.

Geluid

16.     Zoals hiervoor onder 6 en 7 is overwogen, heeft de raad in het herstelbesluit geluidnormen aan het plan toegevoegd waaraan moet worden voldaan. De Afdeling stelt vast dat de raad met deze planregels in het herstelbesluit is tegemoetgekomen aan het beroep van Manege De Lourenshoeve B.V., voor zover dat ziet op mogelijke geluidoverlast. Hieruit vloeit voort dat het oorspronkelijk bestreden besluit in zoverre geen betekenis meer heeft. Wat Manege De Lourenshoeve B.V. in relatie tot geluid over het oorspronkelijk bestreden besluit heeft gesteld, behoeft daarom geen bespreking meer. Om die reden gaat de Afdeling niet meer afzonderlijk in op de hiervoor onder 2 weergegeven gebreken met betrekking tot het oorspronkelijk bestreden besluit, maar beperkt de Afdeling zich in het vervolg van de uitspraak tot de bespreking van de beroepsgronden die naar aanleiding van het herstelbesluit naar voren zijn gebracht.

Maximale geluidnorm van 50 dB(A) etmaalwaarde

17.     Manege De Lourenshoeve B.V. betoogt dat het herstelbesluit niet deugdelijk is gemotiveerd. Hierover voert zij aan dat op pagina 3 van de oplegnotitie waarin de raad een nadere motivering heeft opgenomen, ten onrechte wordt verwezen naar de aanwezigheid van een pitch- en puttbaan terwijl deze niet meer aanwezig is.

17.1.  De raad heeft voor de beoordeling van de geluidniveaus aansluiting gezocht bij de maximale geluidnorm van 50 dB(A) etmaalwaarde uit het gemeentelijk geluidbeleid en de VNG-brochure. De Afdeling heeft de raad onder 28 van de tussenuitspraak opgedragen om alsnog toereikend te motiveren dat voor de beoordeling van de geluidniveaus in het kader van het gemeentelijk geluidbeleid kon worden uitgegaan van een maximale geluidnorm van 50 dB(A) etmaalwaarde.

17.2.  De raad heeft in de oplegnotitie de verschillende kenmerken van het gebied betrokken die in dit geval maken dat voor de beoordeling van de geluidniveaus in het kader van het gemeentelijk geluidbeleid kon worden uitgegaan van 50 dB(A) etmaalwaarde. Zo staat daarin onder meer het volgende: "In de omgeving van de Flierdijk zijn onder meer twee maneges, enkele verblijfsrecreatieparken inclusief groepsaccommodaties en een pitch- en puttbaan met actieve recreatie (nu Adventure Point) aanwezig. Manege De Lourenshoeve B.V. en anderen exploiteren op hun gronden aan de Flierdijk een manege en vakantiepark met groepsaccommodatie inclusief dagrecreatieve voorzieningen. Aan de overzijde aan de [locatie 1] bevindt zich een pitch- en puttbaan met actieve recreatie (nu Adventure Point) en grenzend aan de Flierdijk is al lange tijd een manege aan het [locatie 3] aanwezig. Verder is ook nog sprake van de aanwezigheid van een groepsaccommodatie met dagrecreatieve activiteiten ([appellante sub 3]) aan het [locatie 4]. In deze omgeving is een hogere milieubelasting tot de bovengrens aanvaardbaar."

17.3.  Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat de raad heeft voldaan aan de in de tussenuitspraak gegeven opdracht om alsnog toereikend te motiveren dat voor de beoordeling van de geluidniveaus in het kader van het gemeentelijk geluidbeleid kon worden uitgegaan van een maximale geluidnorm van 50 dB(A) etmaalwaarde. Daarmee heeft de raad het geconstateerde gebrek in het besluit van 15 februari 2022 hersteld. Wat Manege De Lourenshoeve B.V. op dit punt aanvoert, biedt onvoldoende aanknopingspunten voor een ander oordeel. Daarbij acht de Afdeling van belang dat de aanwezigheid van een pitch- en puttbaan, wat daar verder ook van zij, niet het enige kenmerk van het gebied is waaraan de raad in zijn motivering betekenis heeft toegekend.

Het betoog slaagt niet.

Geluidbelasting ter plaatse van de bedrijfswoning en de recreatiewoningen

18.     Manege De Lourenshoeve B.V. kan zich niet verenigen met de in het herstelbesluit toegevoegde geluidnormen. De Afdeling bespreekt hierna de beroepsgronden hierover.

-         Geluidnormen in artikel 5.3.1, onder c, van de planregels voor (bedrijfs)woningen

19.     Manege De Lourenshoeve B.V. betoogt dat niet aan de in artikel 5.3.1, onder c, van de planregels opgenomen geluidnormen van 45 dB(A) in de avond- en 40 dB(A) in de nachtperiode zal kunnen worden voldaan, aangezien horeca-activiteiten tussen 19:00 uur en 01:30 uur zijn toegestaan.

19.1.  Aan de gronden in het oosten van het perceel [locatie 1] in Den Ham is de bestemming "Recreatie" toegekend. Aan een deel van die gronden is ook de functieaanduiding "horeca" toegekend.

Artikel 5.1 van de planregels luidt:

"De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor recreatie in de vorm van:

[…]

b. horeca-activiteiten die direct verband houden met de onder sub a toegestane recreatieve functies alsmede zelfstandige horeca-activiteiten ten behoeve van feesten en partijen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca', een en ander met in achtneming van de volgende voorwaarden:

[…]

4. De horeca-activiteiten zijn uitsluitend toegestaan tussen 10.00 uur 's morgens en 1:30 uur 's nachts, met dien verstande dat zelfstandige horeca-activiteiten ten behoeve van feesten en partijen uitsluitend zijn toegestaan tussen 19:00 uur 's avonds en 1:30 uur 's nachts;

[…]

19.2.  Volgens de tabel in artikel 5.3.1, onder c, van de planregels mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau veroorzaakt door activiteiten op gronden met de bestemming "Recreatie" op de gevel van (bedrijfs)woningen van 19:00 uur tot 23:00 uur niet meer dan 45 dB(A) bedragen, en van 23:00 uur tot 07:00 uur niet meer dan 40 dB(A). In het akoestisch onderzoek van 2 september 2025 zijn de relevante geluidbronnen, in het bijzonder de horeca-activiteiten en voertuigbewegingen, betrokken. Daarbij is een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau berekend op de gevel van de bedrijfswoning van Manege De Lourenshoeve van ten hoogste 42,2 dB(A) in de avondperiode en 36,4 dB(A) in de nachtperiode. Manege De Lourenshoeve B.V. heeft de juistheid van deze berekeningen niet betwist. Voor het oordeel dat niet aan de in artikel 5.3.1, onder c, van de planregels opgenomen geluidnormen zal kunnen worden voldaan, bestaat dan ook geen aanleiding.

Het betoog slaagt niet.

-         Geluidnormen in artikel 5.3.1, onder d, van de planregels voor recreatiewoningen

20.     Manege De Lourenshoeve B.V. betoogt dat de in artikel 5.3.1, onder d, van de planregels opgenomen geluidnormen van 50 dB(A) in de dag- en avondperiode en 45 dB(A) in de nachtperiode te hoog zijn. Zij heeft daartoe een tegenrapport van DGMR van 16 februari 2026 overgelegd. Daarin staat dat uit het akoestisch onderzoek van 2 september 2025 blijkt dat de geluidbelasting van de met het plan mogelijk gemaakte activiteiten op het perceel [locatie 1] in Den Ham voldoen aan de maximale geluidnorm van 50 dB(A) etmaalwaarde. Dit betekent volgens DGMR dat de geluidbelasting 50 dB(A) in de dag-, 45 dB(A) in de avond- en 40 dB(A) etmaalwaarde in de nachtperiode zou moeten bedragen.

20.1.  Volgens de tabel in artikel 5.3.1, onder d, van de planregels mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau veroorzaakt door activiteiten op gronden met de bestemming "Recreatie" op de gevel van recreatiewoningen van 07:00 uur tot 23:00 uur niet meer dan 50 dB(A) bedragen, en van 23:00 uur tot 07:00 uur niet meer dan 45 dB(A). Uit het akoestisch onderzoek van 2 september 2025 volgt dat de met het plan mogelijk gemaakte activiteiten aan deze geluidnormen kunnen voldoen. Manege De Lourenshoeve B.V. heeft dit niet betwist. Naar het oordeel van de Afdeling is het dan ook aannemelijk dat het plan ter plaatse van gronden met de bestemming "Recreatie" een invulling mogelijk maakt waarmee aan de geluidnormen van artikel 5.3.1, onder d, van de planregels kan worden voldaan. De bij het herstelbesluit toegevoegde geluidnormen waarborgen dat ter hoogte van de recreatiewoningen geen sprake zal zijn van onaanvaardbare geluidoverlast als gevolg van de activiteiten van Adventure Point. Voor een verdergaande geluidnormering bestaat uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening geen aanleiding. Daarvoor acht de Afdeling van belang dat de raad in de oplegnotitie gemotiveerd heeft toegelicht dat hogere geluidnormen op de gevel van recreatiewoningen aanvaardbaar zijn omdat deze zijn bedoeld voor tijdelijk recreatief verblijf. Dat Manege De Lourenshoeve B.V. de voorkeur geeft aan lagere geluidnormen, betekent niet dat de raad gehouden was die lagere geluidnormen te hanteren.

Het betoog slaagt niet.

-         Geluidnormen in artikel 6.3.3, onder e, van de planregels

21.     Manege De Lourenshoeve B.V. betoogt dat de in artikel 6.3.3, onder e, van de planregels opgenomen geluidnormen van 50 dB(A) in de dag- en avondperiode en 45 dB(A) in de nachtperiode te hoog zijn. Ter onderbouwing wijst zij op het tegenrapport van DGMR van 16 februari 2026. Daarin staat dat uit het akoestisch onderzoek van 2 september 2025 blijkt dat de geluidbelasting van de met het plan mogelijk gemaakte activiteiten op het perceel [locatie 3] voldoen aan de maximale geluidnorm van 50 dB(A). Dit betekent volgens DGMR dat de geluidbelasting 50 dB(A) in de dag-, 45 dB(A) in de avond- en 40 dB(A) etmaalwaarde in de nachtperiode zou moeten bedragen.

21.1.  Volgens de tabel in artikel 6.3.3, onder e, van de planregels mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau veroorzaakt door activiteiten op gronden met de bestemming "Sport" op de gevel van recreatiewoningen van 07:00 uur tot 23:00 uur niet meer dan 50 dB(A) bedragen, en van 23:00 uur tot 07:00 uur niet meer dan 45 dB(A). Uit het akoestisch onderzoek van 2 september 2025 volgt dat de met het plan mogelijk gemaakte activiteiten aan deze geluidnormen kunnen voldoen. Manege De Lourenshoeve B.V. heeft dit niet betwist. Naar het oordeel van de Afdeling is het dan ook aannemelijk dat het plan ter plaatse van gronden met de bestemming "Sport" een invulling mogelijk maakt waarmee aan de geluidnormen van artikel 6.3.3, onder e, van de planregels kan worden voldaan. De bij het herstelbesluit toegevoegde geluidnormen waarborgen dat ter hoogte van de recreatiewoningen geen sprake zal zijn van onaanvaardbare geluidoverlast als gevolg van de representatieve bedrijfssituatie van manege De Bosruiters. Voor een verdergaande geluidnormering bestaat uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening geen aanleiding. De Afdeling verwijst in dit verband naar wat zij heeft overwogen onder 20.1. Dat Manege De Lourenshoeve B.V. de voorkeur geeft aan lagere geluidnormen, maakt niet dat de raad gehouden was die lagere geluidnormen te hanteren.

Het betoog slaagt niet.

-         Geluidnorm in artikel 6.3.3, onder f, van de planregels

22.     Manege De Lourenshoeve B.V. betoogt dat de in artikel 6.3.3, onder f, van de planregels opgenomen geluidnorm van 58 dB(A) te hoog is. Zij voert in de eerste plaats aan dat in artikel 6.3.3, onder f, van de planregels ten onrechte een hogere geluidnorm is opgenomen dan in het akoestisch onderzoek van 2 september 2025 is berekend. Daaruit volgt namelijk dat de incidentele bedrijfssituatie een geluidbelasting op de gevel van de recreatiewoningen van 58 dB(A) in de dag- en 52 dB(A) in de avondperiode veroorzaakt. Zij voert in de tweede plaats aan dat in artikel 6.3.3, onder f, van de planregels ten onrechte geen onderscheid is gemaakt tussen de maximale geluidniveaus in de dag-, avond- en nachtperiode. Dit is volgens haar in strijd met de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai".

22.1.  Artikel 6.3.1 van de planregels luidt:

"De gronden binnen deze bestemming zijn naast het bepaalde in artikel 6.1 bestemd voor:

a. manege-activiteiten in de vorm van hippische wedstrijden met een maximum van 17 dagen per kalenderjaar, waarvan maximaal 12 dagen per kalenderjaar er ook hippische wedstrijdactiviteiten buiten de gebouwen mogen plaatsvinden;

b. ringsteken, inpandig in een gebouw;

c. manege-activiteiten buiten het gebouw zonder mechanische geluidversterking;

d. een clubkampioenschap buiten het gebouw met geluidversterking, met een maximum van één dag per kalenderjaar;

e. overige in de buitenlucht te houden hippische wedstrijden en/of concoursen, met een maximum van twaalf dagen per kalenderjaar, met dien verstande dat geluidversterking uitsluitend is toegestaan op de momenten dat de wedstrijd of het concours plaatsvindt;

f. een paardenmarkt, met een maximum van één dag per kalendermaand;

g. evenementen ten behoeve van andere verenigingen uit Twenterand, die geen betrekking hebben op paardensport, in de vorm van huldigingen, overige verenigingsactiviteiten van paardenverenigingen, dierenkeuringen, rommelmarkten, kerst- of culturele markten, country- en, of gardenfairs, tentoonstellingen en, of beurzen met een maximum van drie dagen per kalenderjaar, waarbij het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement voor ten hoogste één dag per evenement is toegestaan.

Artikel 6.3.2 luidt:

"Een eendaags of meerdaags evenement vindt maximaal plaats tussen 07:00 uur en 23:00 uur."

22.2.  De Afdeling heeft de raad onder 28 van de tussenuitspraak opgedragen om alsnog te beoordelen welk beschermingsniveau aan de recreatiewoningen toekomt. Uit de oplegnotitie volgt dat bij een maximaal geluidniveau van 58 dB(A) tijdens de specifiek toegestane activiteiten van manege De Bosruiters sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat bij de recreatiewoningen van Manege De Lourenshoeve B.V. Uit de oplegnotitie volgt dat de raad deze geluidnorm aanvaardbaar acht omdat het gaat om een beperkt aantal evenementen per jaar, de evenementen tot 23:00 uur mogen duren en het bovendien gaat om niet permanent bewoonde recreatiewoningen.

22.3.  Voor zover Manege De Lourenshoeve B.V. betoogt dat ten onrechte een ruimere maximale geluidbelasting is opgenomen dan is berekend in het akoestisch onderzoek van 2 september 2025, overweegt de Afdeling als volgt. De in artikel 6.3.3, onder f, van de planregels opgenomen maximale geluidnorm van 58 dB(A) komt overeen met de volgens het akoestisch onderzoek van 2 september 2025 berekende hoogste geluidniveaus op de gevels van de maatgevende recreatiewoningen. Dat betekent niet dat deze hoogste geluidniveaus op de gevels van alle recreatiewoningen rond het [locatie 3] in Den Ham zijn toegestaan. Een maximaal toegelaten geluidniveau op een verder weg gelegen recreatiewoning zou namelijk tot gevolg hebben dat het maximale geluidniveau op een dichterbij gelegen recreatiewoning, in strijd met artikel 6.3.3, onder f, van de planregels wordt overschreden.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

22.4.  De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat in artikel 6.3.3, onder f, van de planregels voor de maximale geluidbelasting ten onrechte geen onderscheid is gemaakt tussen de dag-, avond- en nachtperiode. In artikel 6.3.3, aanhef en onder f, van de planregels is bepaald dat tot een strijdig gebruik wordt gerekend een gebruik overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 6.3.1 en 6.3.2 van de planregels dat een hogere geluidbelasting dan 58 dB(A) op de gevel van recreatiewoningen veroorzaakt. De Afdeling acht van belang dat de artikelen 6.3.1 en 6.3.2 van de planregels het aantal evenementen per jaar en het aantal uren per dag waarop eendaagse of meerdaagse evenementen mogen plaatsvinden beperken. Daarom heeft de raad er naar het oordeel van de Afdeling van kunnen afzien om dit ook in artikel 6.3.3, onder f, van de planregels op te nemen.

Voor zover Manege De Lourenshoeve B.V. verwijst naar de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai" leidt dat niet tot een ander oordeel. Deze handleiding geeft richtlijnen en aanwijzingen voor het meten en berekenen van geluid afkomstig van inrichtingen. Dat de handleiding in dat verband het uitgangspunt hanteert dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau wordt bepaald per etmaalperiode, betekent nog niet dat dit ook zo in de planregels tot uitdrukking moet worden gebracht.

Het betoog slaagt ook in zoverre niet.

-         Conclusie geluid

23.     De Afdeling concludeert gelet op het voorgaande dat het niet aannemelijk is dat het plan voor Manege De Lourenshoeve B.V. ter hoogte van haar bedrijfswoning en recreatiewoningen tot onaanvaardbare geluidoverlast zal leiden.

Verkeer

24.     Manege De Lourenshoeve B.V. betoogt dat er veel meer verkeersbewegingen plaatsvinden dan waarvan in het aanvullend verkeersonderzoek "Verkeersadvies [locatie 1] Den Ham" van Roelofs van 9 juli 2025 is uitgegaan. Zij heeft dit niet onderbouwd. Alleen al daarom slaagt het betoog niet.

Overige gronden

25.     Manege De Lourenshoeve B.V. betoogt verder dat de raad ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de ruime horecamogelijkheden van Adventure Point. Ook is het plan volgens haar in strijd met de "Structuurvisie Flierdijk" uit 2004 omdat het gebied rondom de Flierdijk hierin is omschreven als een stil buitengebied.

25.1.  Deze gronden zijn reeds afgedaan in de tussenuitspraak. Voor zover Manege De Lourenshoeve B.V. zich keert tegen overwegingen van de tussenuitspraak, overweegt de Afdeling dat zij behalve in uitzonderlijke gevallen niet kan terugkomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. Een uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde, zodat de Afdeling uitgaat van het in de tussenuitspraak gegeven oordeel.

Conclusie over het herstelbesluit

26.     De beroepen van [appellant sub 2] en anderen, [appellante sub 3] en de VvE tegen het herstelbesluit zijn niet-ontvankelijk.

27.     Gelet op het voorgaande is het beroep van Manege De Lourenshoeve B.V. tegen het herstelbesluit ongegrond.

Proceskosten

28.     De raad moet de proceskosten van Manege De Lourenshoeve B.V. vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

ten aanzien van het besluit van 15 februari 2022

I.        verklaart het beroep van Manege De Lourenshoeve B.V. gegrond;

II.       vernietigt het besluit van 15 februari 2022 voor zover het betreft de plandelen die betrekking hebben op de percelen [locatie 1] en [locatie 3] in Den Ham;

ten aanzien van het besluit van 16 december 2025

III.      verklaart het beroep van Manege De Lourenshoeve B.V. ongegrond;

IV.      verklaart de beroepen van [appellant sub 2] en anderen, [appellante sub 3] en Vereniging van Eigenaren "Vakantiepark de Lourenshoeve" niet-ontvankelijk;

ten aanzien van de proceskosten en het griffierecht

V.       veroordeelt de raad van de gemeente Twenterand tot vergoeding van bij Manege De Lourenshoeve B.V. in verband met de behandeling van deze zaak opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.335,00;

VI.      gelast dat de raad van de gemeente Twenterand aan Manege De Lourenshoeve B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht van € 365,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzitter, en mr. N.H. van den Biggelaar en mr. A.B. Blomberg, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.R. Mosterd, griffier.

w.g. Hoekstra
voorzitter

w.g. Mosterd
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2026

1091


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon