Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202201577/2/R4

Uitspraak 202201577/2/R4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5801
Datum uitspraak
30 september 2026
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:608, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Epe opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van deze tussenuitspraak de gebreken in het besluit van 27 januari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Epe, Herstelplan 2020" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak de raad opgedragen om het perceel van [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] aan de [locatie 1] alsnog op te nemen in het plangebied en de vergunde afmetingen van de recreatiewoning van [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] op te nemen in het plan, de bestaande legale woning van [appellant sub 1] aan de [locatie 2] alsnog positief als woning te bestemmen, alsnog de vergunde afmetingen van de woning en het bijgebouw van [appellant sub 1] op te nemen in het plan en het gebruik van de voormalige boerderij van [appellant sub 2] aan de [locatie 3] door twee huishoudens in het plan mogelijk te maken.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202201577/2/R4.
Datum uitspraak: 30 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.       [appellant sub 1], wonend in [woonplaats], gemeente Epe,
2.       [appellant sub 2], wonend in Epe,
3.       [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B], wonend in [woonplaats], gemeente Epe,
appellanten,

en

de raad van de gemeente Epe,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:608, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van deze tussenuitspraak de gebreken in het besluit van 27 januari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Epe, Herstelplan 2020" te herstellen.

Bij besluit van 9 juli 2026 heeft de raad het plan opnieuw en gewijzigd vastgesteld, teneinde de gebreken die in de tussenuitspraak zijn vastgesteld te herstellen.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] een zienswijze naar voren gebracht.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c en d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de Afdeling bepaald dat een tweede onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Conclusie over het besluit van 27 januari 2022

1.       De Afdeling heeft in de tussenuitspraak de raad opgedragen om het perceel van [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] aan de [locatie 1] alsnog op te nemen in het plangebied en de vergunde afmetingen van de recreatiewoning van [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] op te nemen in het plan, de bestaande legale woning van [appellant sub 1] aan de [locatie 2] alsnog positief als woning te bestemmen, alsnog de vergunde afmetingen van de woning en het bijgebouw van [appellant sub 1] op te nemen in het plan en het gebruik van de voormalige boerderij van [appellant sub 2] aan de [locatie 3] door twee huishoudens in het plan mogelijk te maken.

2.       Gelet op hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen onder 7.1, 9.2, 10.1 en 11.2, is het plan vastgesteld in strijd met artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 3:2 van de Awb. De beroepen van [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B], [appellant sub 1] en [appellant sub 2] tegen het besluit van 27 januari 2022 zijn gegrond. Dit besluit moet daarom worden vernietigd. Omdat de raad het plan geheel opnieuw heeft vastgesteld, moet uit een oogpunt van rechtszekerheid de oude versie van het plan uit 2022 worden verwijderd. De Afdeling zal daarom de raad opdragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken op de landelijke voorziening.

Conclusie over herstelbesluit van 9 juli 2026

3.       Bij besluit van 9 juli 2026 heeft de raad het besluit van 27 januari 2022 vervangen. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding.

4.       [appellant sub 1] en [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] hebben in hun zienswijze meegedeeld dat het herstelbesluit volledig aan hun bezwaren tegemoet komt. De Afdeling begrijpt dit aldus dat zij zich daarom kunnen verenigen met het herstelbesluit. Gelet hierop is voor hen geen beroep van rechtswege als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb ontstaan waarop nog moet worden beslist.

5.       [appellant sub 2] heeft naar aanleiding van het besluit van 9 juli 2026 geen zienswijze ingediend en dus niet te kennen gegeven dat hij zich niet met het besluit van 9 juli 2026 kan verenigen. Dit betekent dat hij geen beroepsgronden tegen dit besluit heeft aangevoerd. Het van rechtswege ontstane beroep is ongegrond.

6.       Het besluit van 9 juli 2026 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Epe, Herstelplan 2020" blijft dus in stand.

Proceskosten

7.       De raad moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart de beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] tegen het besluit van de raad van de gemeente Epe van 27 januari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Epe, Herstelplan 2020" gegrond;

II.       vernietigt het besluit van 27 januari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Epe, Herstelplan 2020";

III.      verklaart het beroep van [appellant sub 2] tegen het besluit van de raad van de gemeente Epe van 9 juli 2026 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Epe, Herstelplan 2020" ongegrond;

IV.     draagt de raad van de gemeente Epe op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel II wordt verwerkt op de landelijke voorziening;

V.      veroordeelt de raad van de gemeente Epe tot vergoeding van:

a.       bij [appellant sub 1] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.335,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

b.       bij [appellant sub 2] in verband met de behandeling van het beroep   opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00,  geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

c.       bij [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.819,65, waarvan € 2.802,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen de raad aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

VI.     gelast dat de raad van de gemeente Epe aan de hierna vermelde appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van:

a.       € 184,00 voor [appellant sub 1];

b.       € 184,00 voor [appellant sub 2];

c.       € 184,00 voor [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B], met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen de raad aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.V. Vreugdenhil, griffier.

w.g. Besselink
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Vreugdenhil
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2026

571


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon