Uitspraak 202602733/2/R3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:5701
- Datum uitspraak
- 22 september 2026
- Inhoudsindicatie
- Deze uitspraak gaat over het besluit van 24 juni 2026 waarbij de raad "TAM-omgevingsplan Reeuwijk - Oudeweg 25" heeft vastgesteld als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Reeuwijk-Bodegraven. Aan de Oudeweg 25 te Reeuwijk staan een woning, twee recreatiewoningen en bijgebouwen. Het is de bedoeling om deze te slopen, de percelen opnieuw in te delen twee vrijstaande woningen te bouwen. Het wijzigingsbesluit voorziet hierin.
- Mondelinge uitspraak
- Voorlopige voorziening
- Bouwen
- Omgevingsplan
- RO - Zuid-Holland
Toon inhoud
202602733/2/R3.
Datum uitspraak: 22 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend in Reeuwijk, gemeente Bodegraven-Reeuwijk, en anderen,
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 22 september 2026 om 10:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. N. Verheij, voorzieningenrechter
griffier: mr. M. Priem
Verschenen:
[verzoeker] en mr. S. Boes;
de raad, vertegenwoordigd door E. Groeneveld en B. Drost-Westland;
[partij], vertegenwoordigd door [gemachtigde].
====================================
Deze uitspraak gaat over het besluit van 24 juni 2026 waarbij de raad "TAM-omgevingsplan Reeuwijk - Oudeweg 25" heeft vastgesteld als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Reeuwijk-Bodegraven.
Aan de Oudeweg 25 te Reeuwijk staan een woning, twee recreatiewoningen en bijgebouwen. Het is de bedoeling om deze te slopen, de percelen opnieuw in te delen twee vrijstaande woningen te bouwen. Het wijzigingsbesluit voorziet hierin.
[verzoeker] en anderen zijn omwonenden. Zij zijn het niet eens met het wijzigingsbesluit en hebben daarom beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
[verzoeker] en anderen hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 24 juni 2026 en zij hebben de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
De voorzieningenrechter is om de volgende reden tot dit oordeel gekomen.
Op de zitting is gebleken dat voorafgaand aan de uitspraak in de bodemprocedure geen aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit zal worden gedaan op grond van het wijzigingsbesluit van 24 juni 2026. Ook heeft de initiatiefnemer toegezegd geen andere voorbereidende werkzaamheden te verrichten die niet al mogelijk zijn op grond van het vorige planologische regime.
Wel wijst de voorzieningenrechter erop dat [verzoeker] en anderen een nieuw verzoek om voorlopige voorziening kunnen indienen als zich nieuwe of andere omstandigheden voordoen die maken dat alsnog een voorlopige voorziening moet worden getroffen voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op het beroep in de bodemprocedure.
De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Verheij
voorzieningenrechter
w.g. Priem
griffier
646