Uitspraak BRS.26.004552
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:5114
- Datum uitspraak
- 28 augustus 2026
- Inhoudsindicatie
- Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is erop gericht te voorkomen dat zij op 29 augustus 2026 om 13:00 uur terugreist naar Paraguay.
- Mondelinge uitspraak
- Voorlopige voorziening
- Bewaring
Toon inhoud
BRS.26.004552
ECLI:NL:RVS:2026:5114
Datum uitspraak: 28 augustus 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[betrokkene],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 28 augustus 2026 in zaken nrs. NL26.47650 en NL26.47651 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter
griffier: mr. R.M. Ahmady-Pikart
====================================
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is erop gericht te voorkomen dat zij op 29 augustus 2026 om 13:00 uur terugreist naar Paraguay.
De voorzieningenrechter, bij mondelinge uitspraak van 28 augustus 2026:
wijst het verzoek af.
Gronden:
Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Hoewel de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening, gelet op de belangen die de minister en verzoekster naar voren hebben gebracht.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Ahmady-Pikart
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2026
638