Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202505411/3/R4

Uitspraak 202505411/3/R4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4934
Datum uitspraak
24 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 september 2025 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland het projectbesluit "Windpark Echteld-Lienden" vastgesteld. Het projectbesluit voorziet in een windpark met zeven windturbines langs de rijksweg A15 in de gemeenten Neder-Betuwe en Buren. Het projectbesluit wijzigt de omgevingsplannen van die gemeenten en geldt als omgevingsvergunning voor verschillende activiteiten in verband met de realisatie van het windpark. Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines is het niet eens met het projectbesluit en heeft daarom beroep ingesteld tegen dit besluit. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om gedurende de bodemprocedure een voorlopige voorziening te treffen. NLVOW vreest dat begonnen zal worden met realisatie van het windpark voordat de Afdeling uitspraak doet in de bodemprocedure. Zij voert in dit verband aan dat initiatiefnemers begin maart 2026 zijn begonnen met voorbereidende werkzaamheden voor realisatie van het windpark. NLVOW wil daarnaast voorkomen dat voor het windpark subsidie wordt verleend en dat het projectbesluit leidt tot waardedaling van woningen in de omgeving in de periode tot aan de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.
  • Voorlopige voorziening
  • Projectbesluit

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202505411/3/R4.
Datum uitspraak: 24 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) in het geding tussen onder meer:

Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW), gevestigd in Aa en Hunze,
verzoekster,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 september 2025 heeft het college het projectbesluit "Windpark Echteld-Lienden" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer NLVOW beroep ingesteld.

NLVOW heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Vattenfall Duurzame Energie N.V. en Windpark Echteld Lienden B.V. (initiatiefnemers) en het college hebben nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op zitting behandeld op 13 augustus 2026, waar NLVOW, vertegenwoordigd door [gemachtigde A], en het college, vertegenwoordigd door mr. C.E. Barnhoorn, advocaat in Den Haag, en mr. J.A.E. Ross, zijn verschenen. Ook zijn initiatiefnemers, vertegenwoordigd door mr. E.M.N. Noordover, advocaat in Amsterdam, en [gemachtigde B], gehoord.

Overwegingen

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.       Het projectbesluit voorziet in een windpark met zeven windturbines langs de rijksweg A15 in de gemeenten Neder-Betuwe en Buren. Het projectbesluit wijzigt de omgevingsplannen van die gemeenten en geldt als omgevingsvergunning voor verschillende activiteiten in verband met de realisatie van het windpark.

NLVOW is het niet eens met het projectbesluit en heeft daarom beroep ingesteld tegen dit besluit. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om gedurende de bodemprocedure een voorlopige voorziening te treffen.

3.       Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb bepaalt, voor zover hier van belang, dat de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Dit betekent dat er aan de zijde van NLVOW een spoedeisend belang moet zijn bij het treffen van een voorlopige voorziening. Voor toewijzing van het verzoek is niet voldoende dat, naar NLVOW heeft gesteld, er geen belang van initiatiefnemers is dat tegen het treffen van een voorlopige voorziening pleit.

4.       Volgens NLVOW heeft zij om een aantal redenen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. NLVOW vreest dat begonnen zal worden met realisatie van het windpark voordat de Afdeling uitspraak doet in de bodemprocedure. Zij voert in dit verband aan dat initiatiefnemers begin maart 2026 zijn begonnen met voorbereidende werkzaamheden voor realisatie van het windpark. NLVOW wil daarnaast voorkomen dat voor het windpark subsidie wordt verleend en dat het projectbesluit leidt tot waardedaling van woningen in de omgeving in de periode tot aan de uitspraak van de Afdeling. NLVOW wil ten slotte zo snel mogelijk een oordeel over haar beroepsgrond dat een provinciebestuur, gelet op onder meer het in artikel 2.3 van de Omgevingswet neergelegde subsidiariteitsbeginsel, niet bevoegd is om tegen de wens van een gemeente een windpark mogelijk te maken. Volgens NLVOW speelt dit bij meer geplande windparken, ook in andere provincies, en zij wil dat deze in haar visie onrechtmatige dwang vanuit provincies zo snel mogelijk stopt.

4.1.    Initiatiefnemers hebben in reactie op het verzoek medegedeeld in ieder geval niet te beginnen met de bouw van de windturbines zelf totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure. Ook hebben zij medegedeeld niet voornemens te zijn om op korte termijn andere werkzaamheden op grond van het projectbesluit te verrichten. In eerste instantie waren initiatiefnemers nog voornemens het onderstation voor de windturbines in de loop van 2026 te realiseren, maar dat voornemen bestaat niet meer. Ook waren initiatiefnemers in eerste instantie van plan om in april 2026 bekabeling aan te leggen, omdat die werkzaamheden dan gecombineerd zouden kunnen worden met werkzaamheden van netbeheerder Liander, maar daar hebben initiatiefnemers uiteindelijk van afgezien. De door NLVOW genoemde werkzaamheden begin maart 2026 zijn niet door hen en niet op grond van het projectbesluit verricht, aldus initiatiefnemers.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan deze mededelingen van initiatiefnemers. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat op korte termijn werkzaamheden op grond van het projectbesluit zullen plaatsvinden, zodat in zoverre geen sprake is van een spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Initiatiefnemers hebben bovendien op de zitting toegezegd dat, als bij hen gedurende de bodemprocedure toch het voornemen ontstaat om werkzaamheden op grond van het projectbesluit te verrichten, zij dit ten minste zes weken voor aanvang van die werkzaamheden aan NLVOW zullen melden.

4.2.    Ook wat NLVOW aanvoert over subsidieverlening voor het windpark en over waardedaling van woningen in de omgeving levert geen spoedeisend belang op dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Datzelfde geldt voor de wens van NLVOW om, met het oog op andere geplande windparken, een snel oordeel te krijgen over de onder 4 genoemde beroepsgrond. Overigens zou, zoals al is overwogen onder 1, een oordeel van de voorzieningenrechter over die beroepsgrond een voorlopig en niet bindend karakter hebben.

5.       Omdat er geen spoedeisend belang is dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt, wordt het verzoek afgewezen.

6.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, griffier.

w.g. Ten Veen
voorzieningenrechter

w.g. Van Grinsven
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2026

462


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon