Uitspraak 202300973/2/R2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:4876
- Datum uitspraak
- 19 augustus 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij uitspraak van 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2299, heeft de Afdeling het onderzoek in de zaak heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak omtrent gevorderde schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
- Eerste aanleg - meervoudig
- Schadevergoeding
Toon inhoud
202300973/2/R2.
Datum uitspraak: 19 augustus 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op verzoeken om schadevergoeding van:
1. Sedum Extra B.V., gevestigd in Alphen, gemeente Alphen-Chaam,
2. Milieuvereniging de Groene Koepel, gevestigd in Breda.
Procesverloop
Bij uitspraak van 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2299, heeft de Afdeling het onderzoek in de zaak heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak omtrent gevorderde schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De Afdeling heeft de Staat der Nederlanden (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (de Staat) aangemerkt als partij in deze procedure.
Partijen hebben niet verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een nadere zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.
Overwegingen
1. Sedum Extra en De Groene Koepel hebben bij brieven van 3 april 2026 onderscheidenlijk 21 april 2026 verzocht om vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
2. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste vier jaar redelijk. Hierbij wordt een half jaar gerekend voor de behandeling van het bezwaar, anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep en twee jaar voor de behandeling van het hoger beroep. De termijn begint op het moment van ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuursorgaan.
3. Het college heeft het bezwaarschrift van Sedum Extra op 28 mei 2021 ontvangen. De redelijke termijn is in deze procedure dus met ruim 10 maanden overschreden. Deze overschrijding moet aan het bestuursorgaan en de Afdeling worden toegerekend. De overschrijding moet voor 1/10e deel aan het bestuursorgaan en voor 9/10e deel aan de Afdeling worden toegerekend.
4. De Afdeling hanteert een forfaitaire vergoeding van € 500,00 per half jaar waarmee de redelijke termijn is overschreden. Daarmee wordt de schadevergoeding voor Sedum Extra vastgesteld op € 1.000,00 en voor De Groene Koepel ook op € 1.000,00.
5. De verzoeken om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn worden dus toegewezen. De Afdeling zal, gelet op het voorgaande, het college veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding aan Sedum Extra van € 100,00 en aan De Groene Koepel van € 100,00, en de Staat tot een schadevergoeding aan Sedum Extra van € 900,00 en aan De Groene Koepel van € 900,00.
6. Omdat de overschrijding van de redelijke termijn zowel aan het college, als aan de Afdeling is toe te rekenen, moeten het college en de Staat (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) ieder de helft van de proceskosten vergoeden. Bij de berekening van de kosten zal wat betreft de zwaarte van de zaak de wegingsfactor licht (0,5) worden gehanteerd, omdat het hier alleen gaat om beantwoording van de vraag of de redelijke termijn is overschreden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. wijst de verzoeken om schadevergoeding toe;
II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam om:
- aan Sedum Extra B.V. een schadevergoeding te betalen van € 100,00;
- aan Milieuvereniging De Groene Koepel een schadevergoeding te betalen van € 100,00;
III. veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) om:
- aan Sedum Extra B.V. een schadevergoeding te betalen van € 900,00;
- aan Milieuvereniging De Groene Koepel een schadevergoeding te betalen van € 900,00;
IV. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam tot vergoeding van bij verzoekers in verband met de behandeling van de verzoeken om schadevergoeding opgekomen proceskosten tot een bedrag van:
- € 233,50 aan Sedum Extra B.V., geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
- € 233,50 aan Milieuvereniging De Groene Koepel, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
V. veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) tot vergoeding van bij verzoekers in verband met de behandeling van de verzoeken om schadevergoeding opgekomen proceskosten tot een bedrag van:
- € 233,50 aan Sedum Extra B.V., geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
- € 233,50 aan Milieuvereniging De Groene Koepel, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. M.M. Kaajan, voorzitter, mr. A. Kuijer en mr. J.J.W.P. van Gastel, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, griffier.
w.g. Kaajan
voorzitter
w.g. Kuipers
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2026
271