Uitspraak 202403439/1/R1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:4743
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 25 april 2024 heeft de raad van de gemeente Castricum het bestemmingsplan "Parapluplan Parkeren en Wonen" vastgesteld. Het parapluplan beoogt onder andere te voorzien in een nieuwe parkeerregeling voor het gehele grondgebied van de gemeente Castricum Aanleiding hiervoor is volgens de plantoelichting dat in het voorgaande parapluplan "Standplaatsen, terrassen en parkeren" niet is geregeld dat bij een wijziging van het bestaande gebruik in voldoende parkeerbehoefte moet worden voorzien. Met de vaststelling van het voorliggende parapluplan wordt hierin wel voorzien en is de parkeerregeling aangevuld. Het parapluplan voorziet daarnaast in een regeling voor laden en lossen. Tot slot voorziet het parapluplan in definitiebepalingen voor de begrippen "wonen" en "huishouden". Symbion is eigenaresse van het winkelcentrum aan het Bakkerspleintje in Castricum en van meerdere (winkel)panden in het centrum van Castricum, waaronder het pand aan de Dorpsstraat 62. Symbion heeft beroep ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van het parapluplan omdat zij zich niet kan verenigen met de in de planregels opgenomen bouw- en gebruiksregels voor laden en lossen en de gebruiksregels voor parkeren. Zij vreest dat deze regels haar bouw- en gebruiksmogelijkheden voor haar winkelpanden verregaand beperken.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- RO - Noord-Holland
Toon inhoud
202403439/1/R1.
Datum uitspraak: 12 augustus 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
Symbion Vastgoed B.V. (Symbion), gevestigd in Limmen, gemeente Castricum,
appellante,
en
de raad van de gemeente Castricum,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 25 april 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Parapluplan Parkeren en Wonen" (het parapluplan) vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft Symbion beroep ingesteld.
Symbion heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak behandeld op de zitting van 18 december 2025, waar Symbion, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. N.G.M. Valkering, advocaat in Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door T. van der Zanden, zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan is.
Het ontwerpplan is op 7 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Het parapluplan beoogt onder andere te voorzien in een nieuwe parkeerregeling voor het gehele grondgebied van de gemeente Castricum Aanleiding hiervoor is volgens de plantoelichting dat in het voorgaande parapluplan "Standplaatsen, terrassen en parkeren" niet is geregeld dat bij een wijziging van het bestaande gebruik in voldoende parkeerbehoefte moet worden voorzien. Met de vaststelling van het voorliggende parapluplan wordt hierin wel voorzien en is de parkeerregeling aangevuld.
Het parapluplan voorziet daarnaast in een regeling voor laden en lossen.
Tot slot voorziet het parapluplan in definitiebepalingen voor de begrippen "wonen" en "huishouden".
2.1. Symbion is eigenaresse van het winkelcentrum aan het Bakkerspleintje in Castricum en van meerdere (winkel)panden in het centrum van Castricum, waaronder het pand aan de Dorpsstraat 62. Symbion heeft beroep ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van het parapluplan omdat zij zich niet kan verenigen met de in de planregels opgenomen bouw- en gebruiksregels voor laden en lossen en de gebruiksregels voor parkeren. Zij vreest dat deze regels haar bouw- en gebruiksmogelijkheden voor haar winkelpanden verregaand beperken.
3. De relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage van deze uitspraak. De bijlage maakt deel uit van de uitspraak.
Inhoudelijke bespreking beroep
Toetsingskader
4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Omvang en samenvatting van het beroep van Symbion
5. De Afdeling begrijpt het beroep van Symbion zo dat dit beroep zich richt tegen het deel van het parapluplan dat betrekking heeft op de gronden die zij in eigendom heeft in het centrumgebied van Castricum. Het gaat daarbij specifiek om de gronden aan het Bakkerspleintje en de gronden aan de Dorpsstraat, waaronder het perceel Dorpsstraat 62, waar zij voornemens is het daarop staande pand te verbouwen tot een supermarkt. Aan deze gronden is ten tijde van de vaststelling van het parapluplan, op grond van het bestemmingsplan "Castricum Centrum" de bestemming "Centrum - 2" toegekend. Op grond van artikel 5.1, aanhef en onder a, van de regels van dat bestemmingsplan zijn deze gronden onder andere aangewezen voor detailhandel, al dan niet in combinatie met een ondergeschikte horecavoorziening.
Symbion betoogt dat de raad ten aanzien van deze gronden het parapluplan niet heeft mogen vaststellen, omdat de planregels opgenomen in de artikelen 3 en 5 met betrekking tot onderscheidenlijk laden en lossen en parkeren volgens haar om verschillende redenen onrechtmatig zijn en leiden tot te vergaande beperkingen waar het gaat om het gebruik van deze gronden voor detailhandel. Op de zitting is namens Symbion verklaard dat haar beroepsgronden over het onderdeel parkeren, alleen gericht zijn op de gebruiksregels voor dit onderdeel (artikel 5.2 van de regels van het parapluplan).
Laden en lossen
6. Symbion betoogt dat de artikelen 3.1 en 3.2 van de regels van het parapluplan in strijd zijn met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Daartoe stelt Symbion dat de raad vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening de noodzaak voor deze planregels niet heeft aangetoond en dat die planregels bovendien leiden tot te vergaande beperkingen voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden op haar gronden ten opzichte van het bestemmingsplan "Castricum Centrum". Ook gaat de raad er volgens Symbion met deze regels ten onrechte aan voorbij dat voor elk type bouwwerk en gebruik een andere behoefte kan bestaan, waardoor deze regels volgens Symbion te generiek zijn.
Tevens voert Symbion aan dat artikel 3.2 van de regels van het parapluplan de open normen "voldoende ruimte" en "vanuit verkeersoogpunt onveilige situatie" bevat, zonder enige verwijzing naar objectieve criteria. Volgens Symbion is artikel 3.2 van de planregels daarom in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en de algemene systematiek van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Zij verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling van 19 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1939.
Verder stelt Symbion dat in de regels van het parapluplan de definities van de begrippen "bouwwerk", "bouwperceel" en "openbaar gebied" ontbreken, wat volgens haar eveneens tot rechtsonzekerheid leidt.
Tot slot betoogt Symbion dat de artikelen 3.1 en 3.2 van de regels van het parapluplan in strijd zijn met richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (de Dienstenrichtlijn).
6.1. Artikel 3.1 van de regels van het parapluplan luidt:
"a. Een bouwwerk kan niet worden gebouwd wanneer op het bouwperceel niet in voldoende ruimte is voorzien voor het laden en lossen van goederen;
b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het onder a bepaalde en worden toegestaan dat op openbaar gebied wordt geladen en gelossen mits dit niet leidt tot een vanuit verkeersoogpunt onveilige situatie.
Artikel 3.2 luidt:
" a. Tot een strijdig gebruik wordt gerekend een wijziging van gebruik waarbij niet op het bouwperceel is voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen van goederen;
b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het onder a bepaalde en worden toegestaan dat op openbaar gebied wordt geladen en gelossen mits dit niet leidt tot een vanuit verkeersoogpunt onveilige situatie."
Artikel 6 luidt:
"Dit bestemmingsplan is van toepassing op alle geldende bestemmingsplannen in de gemeente Castricum."
6.2. In de plantoelichting is de achtergrond van de in het parapluplan opgenomen regeling voor laden en lossen uiteengezet. Daaruit volgt dat de raad de bouw- en gebruiksregels voor laden en lossen heeft vastgesteld, omdat de regeling voor laden en lossen in de Bouwverordening is komen te vervallen en de raad een dergelijke regeling nuttig en wenselijk acht.
De raad heeft op de zitting de door hem gestelde noodzaak hiervoor verder toegelicht. Volgens de raad wil het gemeentebestuur kunnen sturen op de verkeersveiligheid in situaties waarbij moet worden geladen en gelost in het openbaar gebied. In dit kader heeft de raad gewezen op een concrete situatie in de Dorpsstraat. Hij heeft hierover toegelicht dat op grond van het geldende bestemmingsplan de vestiging van een kringloopwinkel in een pand in het centrum van Castricum is toegestaan, waarbij het laden en lossen plaatsvindt op de Dorpsstraat. De raad heeft echter de wens om de Dorpsstraat autoluw te maken. Maar het college kon de vestiging en daarmee het laden en lossen op de Dorpsstraat bij afwezigheid van een planregeling over laden en lossen niet weigeren. De regels over laden en lossen in het parapluplan maken het volgens de raad mogelijk om de verkeersveiligheid in een dergelijke situatie te waarborgen.
Goede procesorde
7. Ten aanzien van de beroepsgrond van Symbion dat de artikelen 3.1 en 3.2 van de planregels niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn, overweegt de Afdeling het volgende.
7.1. Behalve in geschillen waarin de wet het niet toestaat, kunnen ook na afloop van de beroepstermijn en, als die termijn is gegeven, na de termijn bedoeld in artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), nieuwe gronden worden ingediend. Deze mogelijkheid wordt begrensd door de goede procesorde. De goede procesorde laat het indienen van een nieuwe beroepsgrond niet toe als andere partijen onvoldoende op die beroepsgrond kunnen reageren of de goede voortgang van de procedure daardoor op andere wijze wordt belemmerd.
7.2. Symbion heeft bij brief van 4 juni 2024 pro forma beroep ingesteld tegen het parapluplan en daarna bij brief van 2 juli 2024 beroepsgronden ingediend. De beroepsgrond over strijdigheid van de planregels met de Dienstenrichtlijn, is door Symbion eerst bij brief van 3 december 2025, ongeveer anderhalf jaar later en 14 dagen voor de zitting, ingediend. De Afdeling is van oordeel dat het aanvoeren van deze nieuwe beroepsgrond zo kort voor de zitting in strijd is met de goede procesorde. Met de beroepsgrond wordt een geheel nieuw onderwerp, namelijk strijd met de Dienstenrichtlijn, aan de orde gesteld. Niet valt in te zien dat Symbion deze nieuwe beroepsgrond, waarover de raad zich niet eerder heeft kunnen uitlaten, niet in een eerder stadium van de beroepsprocedure heeft kunnen aanvoeren. De Afdeling zal daarom deze beroepsgrond buiten beschouwing laten.
Artikel 3.1 van de planregels van het parapluplan
8. Over het betoog van Symbion dat de raad de noodzaak voor artikel 3.1 van de regels van het parapluplan niet heeft aangetoond en dat deze planregel bovendien leidt tot te vergaande beperkingen voor haar bouwmogelijkheden, overweegt de Afdeling, onder verwijzing naar wat hiervoor onder 6.2 is overwogen, dat de raad de noodzaak voor deze planregel heeft toegelicht. De Afdeling is van oordeel dat de raad vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening redelijkerwijs in deze planregel over het voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen van goederen op het bouwperceel heeft kunnen voorzien. De raad heeft daarbij aan het algemeen belang bij de bevordering van de verkeersveiligheid een zwaarder gewicht heeft mogen toekennen dan aan de belangen van Symbion. Voor zover Symbion heeft betoogd dat de betrokken planregel te generiek is en daarmee onevenredig, overweegt de Afdeling dat namens de raad op de zitting is aangegeven dat het gemeentebestuur wat betreft de mogelijkheden voor laden en lossen wil kunnen sturen bij alle functies met het oog op de bevordering van de verkeersveiligheid en niet alleen bij detailhandelsfuncties. De Afdeling acht dit niet onredelijk. De Afdeling ziet daarom in het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat de raad artikel 3.1 van de regels van het parapluplan niet heeft kunnen vaststellen.
Het betoog slaagt niet.
9. Wat betreft het betoog van Symbion over de begrippen "bouwwerk", "bouwperceel" en "openbaar gebied", stelt de Afdeling vast dat deze begrippen zijn opgenomen in artikel 3.1 van de planregels van het parapluplan. Symbion stelt dat deze begrippen niet zijn gedefinieerd in de planregels van het parapluplan. Over de begrippen "bouwperceel" en "bouwwerk", overweegt de Afdeling dat deze begrippen wel zijn gedefinieerd in onderscheidenlijk de artikelen 1.32 en 1.35 van de regels van het eveneens voor de gronden van Symbion geldende bestemmingsplan "Castricum Centrum". Gelet op artikel 6 van de regels van het parapluplan, ligt het in de rede om voor de betekenis van deze begrippen aan te sluiten bij de definitiebepalingen van dat bestemmingsplan.
Wat betreft de definitie van het begrip "openbaar gebied", stelt de Afdeling vast dat dit niet is gedefinieerd in de planregels van het parapluplan. Ook zijn in de plantoelichting geen aanknopingspunten te vinden voor de wijze waarop dit begrip moet worden uitgelegd. In dat geval kan naar het oordeel van de Afdeling aansluiting worden gezocht bij wat in het algemeen taalgebruik onder "openbaar gebied" wordt verstaan, namelijk een gebied dat voor iedereen toegankelijk is dan wel bestemd is voor publiek gebruik.
Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat het plan vanwege deze begrippen niet rechtsonzeker is.
Het betoog slaagt niet.
Artikel 3.2 van de planregels van het parapluplan
10. Ten aanzien van de beroepsgronden van Symbion over artikel 3.2 van de planregels, overweegt de Afdeling het volgende.
Niet in geschil is dat in artikel 6 van de planregels van het parapluplan is geregeld dat de regels uit het parapluplan in samenhang gelezen moeten worden met de bestemmingsplannen die binnen de gemeentegrenzen gelden. Artikel 3.2 van de planregels van het parapluplan heeft betrekking op het voorzien van voldoende ruimte voor laden en lossen bij een wijziging van het gebruik van gronden, waaronder de wijziging naar een gebruik of functie dat binnen een bestemming van een ter plaatse geldend bestemmingsplan is toegestaan. Gelet op artikel 3.2, onder a, van de regels van het parapluplan ontstaat als gevolg van het voorliggende plan de situatie dat een wijziging van een onder het bestemmingsplan toegestaan gebruik, op grond van het parapluplan zonder nader toetsingsmoment als strijdig gebruik wordt aangemerkt in de situatie dat niet is voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen van goederen op het bouwperceel. De Afdeling is van oordeel dat dit in strijd is met de systematiek van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening en met het beginsel van rechtszekerheid omdat een nader toetsingsmoment, waarbij door het college van burgemeester en wethouders op basis van objectieve maatstaven kan worden vastgesteld of de wijziging van het gebruik leidt tot strijdig gebruik als bedoeld in artikel 3.2, onder a van de regels van het parapluplan, ontbreekt. Gelet hierop heeft de raad artikel 3.2 van de regels van het parapluplan niet mogen vaststellen.
Het betoog slaagt.
10.1. De overige beroepsgronden over artikel 3.2 van de regels van het parapluplan behoeven gelet op wat hiervoor onder 10 is overwogen, geen bespreking meer.
Parkeren
11. Symbion betoogt ten aanzien van de artikelen 5.2 en 5.3 van de planregels van het parapluplan dat deze planregels leiden tot te vergaande beperkingen voor de gebruiksmogelijkheden op haar gronden en dat er vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening geen noodzaak bestaat voor deze planregels. Symbion voert in dit kader aan dat de raad niet heeft aangetoond dat het openbaar gebied onvoldoende ruimte heeft voor de afwenteling van de verhoogde parkeerdruk. Symbion wijst hierbij op de zinsnede "als de openbare ruimte daar onvoldoende capaciteit voor biedt" uit paragraaf 1.1 van de toelichting bij het plan. Die zinsnede impliceert volgens haar dat het openbaar gebied niet zonder meer onvoldoende capaciteit heeft voor de afwenteling van de parkeerdruk.
Symbion voert verder aan dat binnen het centrum van Castricum volgens haar feitelijk vrijwel geen ruimte bestaat om parkeergelegenheid op eigen terrein te voorzien. Dit betekent volgens Symbion dat de gebruiksregels voor parkeren het nagenoeg onmogelijk maken om binnen de bestemmingsmogelijkheden op een perceel in het centrum van Castricum een andere functie uit te oefenen, als dit leidt tot een grotere parkeerbehoefte.
11.1. Artikel 5.2 van de planregels voor het parapluplan luidt:
"a. Tot een gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval begrepen het wijzigen van het gebruik van gronden voor zover dit leidt tot een hogere parkeernorm dan het bestaande gebruik;
b. Van een strijdig gebruik zoals genoemd onder sub a is geen sprake als wordt voldaan aan de parkeernormen die zijn neergelegd in de "Nota Parkeernormen Castricum 2020", en indien deze normen gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging bij het bepalen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid;
c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het onder a bepaalde wanneer voldaan wordt aan artikel 2.3 van de "Nota Parkeernormen Castricum 2020", dan wel een recentere vastgestelde versie."
Artikel 5.3 luidt:
"Burgemeester en wethouders passen deze bouw- en gebruiksregels toe met inachtneming van de door hen vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren en de CROW publicatie Toekomstbestendig parkeren: van parkeerkencijfers naar parkeernormen (381) zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning."
Artikel 6 luidt:
"Dit bestemmingsplan is van toepassing op alle geldende bestemmingsplannen in de gemeente Castricum."
11.2. Volgens de plantoelichting is met het parapluplan beoogd om de regelingen over parkeren in overeenstemming te brengen met het parkeerbeleid van de gemeente. In de plantoelichting staat verder dat de raad in de planregels van het parapluplan gebruiksregels voor parkeren heeft vastgesteld, om te voorkomen dat een verhoogde parkeerdruk als gevolg van een gebruikswijziging wordt afgewenteld op openbaar gebied. Uit de plantoelichting volgt dat het openbaar gebied daarvoor onvoldoende capaciteit heeft.
11.3. In artikel 6 van de regels van het parapluplan is geregeld dat de regels uit het parapluplan in samenhang gelezen moeten worden met de bestemmingsplannen die binnen de gemeentegrenzen gelden. Artikel 5.2, onder a, van de regels van het parapluplan regelt dat een gebruikswijziging die leidt tot een hogere parkeernorm dan het bestaande gebruik, in strijd is met alle bestemmingen. Hiervan kan volgens artikel 5.2, onder a, van de regels van het parapluplan alleen worden afgeweken, indien voldaan wordt aan de parkeernormen die zijn neergelegd in de "Nota Parkeernormen Castricum 2020" (parkeernota) dan wel een recentere versie hiervan. Concreet voor het perceel Dorpsstraat 62 van Symbion betekent dit dat als het bestaande - op grond van de geldende centrumbestemming toegestane - gebruik wijzigt naar een andere binnen de geldende centrumbestemming toegestaan gebruiksfunctie, die gebruikswijziging op grond van artikel 5.2, onder a, van de regels van het parapluplan alleen nog maar is toegestaan als wordt voldaan aan de voor die gewijzigde gebruiksfunctie geldende parkeernorm.
Onder verwijzing naar wat de Afdeling hiervoor onder 10 heeft overwogen over artikel 3.2 van de regels van het parapluplan over het laden en lossen, is de Afdeling van oordeel dat ook artikel 5.2, onder a, van de regels van het parapluplan, waarin eveneens een nader toetsingsmoment ontbreekt, in strijd is met de systematiek van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening en het beginsel van rechtszekerheid. Gelet hierop heeft de raad ook artikel 5.2 van de regels van het parapluplan niet mogen vaststellen.
11.4. Gelet op wat hiervoor onder 11.3 is overwogen, is de Afdeling van oordeel dat ook artikel 5.3 van de regels van het parapluplan, voor zover daarin een verwijzing is opgenomen naar de gebruiksregels van artikel 5.2 van de regels van het parapluplan, in strijd met artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening is vastgesteld.
11.5. Het betoog slaagt.
Detailhandelsbeleid
12. Symbion voert aan dat het parapluplan in strijd is met het gemeentelijk en regionaal detailhandelsbeleid, omdat de bouw- en gebruiksregels met betrekking tot laden en lossen de vestiging van detailhandel en daarmee de versterking van de winkelgebieden in de gemeente, nagenoeg onmogelijk maken. Zij wijst in dit verband op de op 11 september 2012 vastgestelde "Notitie Detailhandel Gemeente Castricum"(de notitie) en de "Detailhandelsvisie Regio Alkmaar 2025" (de regionale detailhandelsvisie). Volgens Symbion heeft de raad ten onrechte het parapluplan niet getoetst aan het detailhandelsbeleid.
12.1. De Afdeling overweegt dat de regionale detailhandelsvisie niet is vastgesteld door de raad en dat de raad reeds hierom niet gebonden is aan dit beleidsdocument.
Wat betreft het gemeentelijk beleid zoals verwoord in de notitie, overweegt de Afdeling dat de notitie uitgangspunten bevat ten opzichte van de voorziening van detailhandel binnen de gemeente. In de notitie staat onder meer dat wordt gestreefd naar een versterking van het winkelgebied in het centrum van Castricum en dat de vestiging van een supermarkt is gewenst in het kerngebied rondom het Bakkerspleintje. De Afdeling ziet in wat Symbion heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het parapluplan in strijd met het gemeentelijk beleid zoals verwoord in de notitie heeft vastgesteld. Het parapluplan levert weliswaar beperkingen op voor het vestigen van detailhandel ten opzichte van de bestaande planologische situatie, maar op grond van het geldende bestemmingsplan "Castricum Centrum" is het ook na de vaststelling van dit parapluplan nog steeds mogelijk om detailhandel op te richten op gronden aan de Dorpsstraat en het Bakkerspleintje. Symbion heeft niet nader geconcretiseerd met welke uitgangspunten uit de notitie dit niet in overeenstemming zou zijn.
Het betoog slaagt niet.
Financiële uitvoerbaarheid
13. Symbion betoogt dat de raad ten onrechte de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan niet heeft onderbouwd of aangetoond. De planregels voor laden en lossen maken het volgens Symbion nagenoeg onmogelijk om de functies van panden in het centrum van Castricum te wijzigen, omdat deze panden veelal geen eigen laad- en losruimte hebben. Dit leidt volgens Symbion tot planschadekosten die niet door de raad zijn meegenomen in de beoordeling van de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan. Het plan is volgens Symbion in zoverre in strijd met artikel 3.1.6, eerste lid, onder f, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en artikel 3:2 van de Awb vastgesteld.
13.1. Bij een beroep tegen een bestemmingsplan kan een betoog over de uitvoerbaarheid van dat plan, waaronder de financieel-economische uitvoerbaarheid, alleen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit als de raad redelijkerwijs had moeten inzien dat het plan om financieel-economische of andere redenen op voorhand niet uitvoerbaar is. Symbion heeft haar stelling dat het parapluplan zal leiden tot zeer hoge planschadekosten niet nader onderbouwd. Ook heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat de raad niet in staat is om eventuele tegemoetkomingen in planschade te dragen. Gelet hierop heeft de raad zich redelijkerwijs op het standpunt mogen stellen dat er geen redenen zijn waarom het plan, voor zover dat in dit beroep stand houdt, op voorhand niet uitvoerbaar is.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
14. Het beroep van Symbion is gegrond. Gelet op wat de Afdeling hiervoor heeft overwogen onder 10, 11.3 en 11.4, is het bestreden besluit, voor zover het betreft de artikelen 3.2 en 5.2 en artikel 5.3, voor zover in laatstgenoemd artikel "- en gebruiks" is vermeld, van de regels van het parapluplan in strijd met artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en in strijd met het beginsel van rechtszekerheid vastgesteld. De Afdeling zal het bestreden besluit in zoverre daarom vernietigen. Gelet op de aard van de constateerde gebreken ziet de Afdeling geen aanleiding voor het toepassen van een bestuurlijke lus.
15. Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Bro, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken op de landelijke voorziening.
16. De raad moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep gegrond;
II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Castricum van 25 april 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Parapluplan Parkeren en Wonen", voor zover het betreft de artikelen 3.2 en 5.2 en artikel 5.3, voor zover in laatstgenoemd artikel "- en gebruiks" is vermeld, van dat bestemmingsplan;
III. draagt de raad van de gemeente Castricum op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel II wordt verwerkt op de landelijke voorziening;
IV. veroordeelt de raad van de gemeente Castricum tot vergoeding van de bij Symbion Vastgoed B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
V. gelast dat de raad van de gemeente Castricum aan Symbion Vastgoed B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 371,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. Tieleman, griffier.
w.g. Van den Biggelaar
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Tieleman
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026
817-1099
Bijlage
Het Besluit ruimtelijke ordening
Artikel 3.1.2
[…]
2. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening kan een bestemmingsplan regels bevatten:
a. waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels;
[…]
Regels van het parapluplan
Artikel 3 Overige regels - Laden en Lossen
3.1 Laden en lossen bouwen
a. Een bouwwerk kan niet worden gebouwd wanneer op het bouwperceel niet in voldoende ruimte is voorzien voor het laden en lossen van goederen;
b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het onder a bepaalde en worden toegestaan dat op openbaar gebied wordt geladen en gelossen mits dit niet leidt tot een vanuit verkeersoogpunt onveilige situatie."
3.2 Laden en lossen gebruik
a. Tot een strijdig gebruik wordt gerekend een wijziging van gebruik waarbij niet op het bouwperceel is voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen van goederen;
b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het onder a bepaalde en worden toegestaan dat op openbaar gebied wordt geladen en gelossen mits dit niet leidt tot een vanuit verkeersoogpunt onveilige situatie.
Artikel 5 Overige regels - Parkeren
Artikel 5.2 Parkeren gebruik
a. Tot een gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval begrepen het wijzigen van het gebruik van gronden voor zover dit leidt tot een hogere parkeernorm dan het bestaande gebruik;
b. Van een strijdig gebruik zoals genoemd onder sub a is geen sprake als wordt voldaan aan de parkeernormen die zijn neergelegd in de "Nota Parkeernormen Castricum 2020", en indien deze normen gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging bij het bepalen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid;
c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het onder a bepaalde wanneer voldaan wordt aan artikel 2.3 van de "Nota Parkeernormen Castricum 2020", dan wel een recentere vastgestelde versie.
Artikel 5.3 Beleidsregels
Burgemeester en wethouders passen deze bouw- en gebruiksregels toe met inachtneming van de door hen vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren en de CROW publicatie Toekomstbestendig parkeren: van parkeerkencijfers naar parkeernormen (381) zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
Artikel 6 Van toepassing verklaren
Dit bestemmingsplan is van toepassing op alle geldende bestemmingsplannen in de gemeente Castricum.
Regels van het bestemmingsplan "Castricum Centrum"
Artikel 5 Centrum - 2
Artikel 5.1
De voor "Centrum - 2" aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. detailhandel, al dan niet in combinatie met een ondergeschikte horecavoorziening.
[…].