Uitspraak 202403616/4/R4
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij tussenuitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2068, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Harderwijk opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 25 april 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Stadsweiden - Randmeer" te herstellen. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk het woonzorgcentrum Randmeer en de appartementsgebouwen daaromheen in Harderwijk te herontwikkelen. Beoogd is de sloop van 101 wooneenheden en de realisatie van twee appartementsgebouwen met in totaal 156 wooneenheden. Verder wordt het appartementsgebouw aan de zuidwestzijde van het plangebied met 40 wooneenheden gerenoveerd. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de raad het bestemmingsplan niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft vastgesteld. De reden hiervoor is dat de raad bij de berekening van de parkeerbehoefte ervan is uitgegaan dat 91 van de woningen die het bestemmingsplan mogelijk maakt aanleunwoningen zullen zijn. [appellante] betoogt dat de definitie van het begrip ‘aanleunwoning’ in de planregels rechtsonzeker is. [appellante] betoogt vervolgens dat de raad de parkeerbehoefte onjuist heeft vastgesteld, omdat de gehanteerde parkeernormen onvoldoende zijn gemotiveerd.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- RO - Gelderland
Toon inhoud
Woningbouw in Harderwijk
Uitspraak over het bestemmingsplan ‘Stadsweiden-Randmeer’ dat de gemeenteraad van Harderwijk heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw mogelijk van 156 appartementen en de renovatie van veertig appartementen aan het Westeinde in Harderwijk. Een omwonende is het niet eens met het bestemmingsplan, omdat dit plan volgens haar niet waarborgt dat er wooncomplex komt voor ouderen met een zorgbehoefte. Ook vreest ze voor parkeeroverlast. In mei 2025 deed de Afdeling bestuursrechtspraak een zogenoemde tussenuitspraak in deze zaak waarin zij de gemeenteraad opdroeg om de geconstateerde gebreken binnen twintig weken te herstellen. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak is niet vast komen te staan dat het bestemmingsplan voldoende parkeergelegenheid biedt. De gemeenteraad is er bij de berekening van de parkeerbehoefte van uitgegaan dat 91 van de woningen die het plan mogelijk maakt, aanleunwoningen zullen zijn. Voor aanleunwoningen geldt een lagere parkeernorm dan voor reguliere woningen. Maar in het bestemmingsplan zijn de aanleuningwoningen niet als zodanig opgenomen, zodat die 91 woningen als reguliere woning gebruikt mogen worden. In oktober 2025 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan hierop aangepast, maar de omwonende vindt dat gemeente daarmee niet heeft aangetoond dat er voldoende parkeergelegenheid zal worden gerealiseerd. In de uitspraak van 12 augustus 2026 beoordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak of de gemeenteraad de gebreken in het plan heeft hersteld en daarmee aan de opdracht van de tussenuitspraak heeft voldaan.