Uitspraak 202402731/1/R4
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:4738
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 29 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Wijchen het bestemmingsplan "Hoogeerdstraat naast [nummer A] en [nummer B]" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van twee woningen mogelijk op het perceel tussen de Hoogeerdstraat [nummer A] en [nummer B] in Niftrik. Het perceel krijgt de bestemming "Wonen - 1" met binnen het bouwvlak de functieaanduiding "specifieke vorm van wonen - levensloopbestendige woningen". Aan de zijde van het plangebied dat aan de Hoogeerdstraat is gelegen, is het de bedoeling dat per woning drie parkeerplaatsen worden aangelegd. Het deel van het plangebied dat achter de voorziene woningen is gelegen, wordt op natuurlijke wijze ontwikkeld via een voorwaardelijk verplicht gesteld landschappelijk inrichtingsplan. Daarbij wordt voorzien in de ontwikkeling van een wadi met natuurvriendelijke oevers en rietkragen en een kruidenrijke zone van ongeveer 800 m2 met bosplanten, wilde bloemen en lage struiken langs de perceelgrenzen. Omwonenden vrezen dat hun woon- en leefklimaat wordt aangetast door de voorziene woningen. Daarnaast is MHS Machinery schuin tegenover het perceel gevestigd op de Hoogeerdstraat 15. Dit bedrijf repareert en verhuurt pompinstallaties en compressoren. MHS Machinery vreest dat zij als gevolg van de voorziene woningen wordt belemmerd in haar bedrijfsvoering.
- Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
- RO - Gelderland
Toon inhoud
202402731/1/R4.
Datum uitspraak: 12 augustus 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) in het geding tussen:
1. [appellant sub 1] en anderen, wonend in Niftrik, gemeente Wijchen,
2. MHS Machinery B.V., gevestigd in Niftrik, gemeente Wijchen,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Wijchen,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 29 februari 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Hoogeerdstraat naast [nummer A] en [nummer B]" gewijzigd vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en anderen en MHS Machinery beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op de zitting behandeld van 4 juni 2026, waar [appellant sub 1], [appellant A] en [appellant B], bijgestaan door [gemachtigde], en MHS Machinery B.V., vertegenwoordigd door voornoemde [appellant sub 1], bijgestaan door voornoemde [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door ing. L.E.A. Houben en S. Kik, zijn verschenen. Verder zijn op de zitting [vier personen] gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 8 februari 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Het bestemmingsplan maakt de bouw van twee woningen mogelijk op het perceel tussen de Hoogeerdstraat [nummer A] en [nummer B] in Niftrik. Het perceel krijgt de bestemming "Wonen - 1" met binnen het bouwvlak de functieaanduiding "specifieke vorm van wonen - levensloopbestendige woningen". Aan de zijde van het plangebied dat aan de Hoogeerdstraat is gelegen, is het de bedoeling dat per woning drie parkeerplaatsen worden aangelegd. Het deel van het plangebied dat achter de voorziene woningen is gelegen, wordt op natuurlijke wijze ontwikkeld via een voorwaardelijk verplicht gesteld landschappelijk inrichtingsplan. Daarbij wordt voorzien in de ontwikkeling van een wadi met natuurvriendelijke oevers en rietkragen en een kruidenrijke zone van ongeveer 800 m2 met bosplanten, wilde bloemen en lage struiken langs de perceelgrenzen.
2.1. Naast het perceel wonen aan de ene zijde [echtpaar] op de Hoogeerdstraat [nummer A] en aan de andere zijde van het perceel wonen [appellant A] en [persoon A] op [nummer B]. Aan de overzijde van het perceel wonen [persoon B] en [appellant B] op de Hoogeerdstraat [nummer C]. De woning van [appellant sub 1] en [persoon C] is gelegen op [nummer D]. Zij vrezen dat hun woon- en leefklimaat wordt aangetast door de voorziene woningen. Daarnaast is MHS Machinery schuin tegenover het perceel gevestigd op de Hoogeerdstraat 15. Dit bedrijf repareert en verhuurt pompinstallaties en compressoren. MHS Machinery vreest dat zij als gevolg van de voorziene woningen wordt belemmerd in haar bedrijfsvoering.
Wettelijk kader
3. De relevante bepalingen staan in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.
Toetsingskader
4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Intrekking beroepsgronden
5. Op de zitting hebben [appellant sub 1] en anderen en MHS Machinery hun beroepsgronden over kleinschalige particuliere woningbouwinitiatieven (KPI), over de deels onder het plangebied lopende gasleiding en over de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland ingetrokken.
Ontwerpbestemmingsplan
6. [appellant sub 1] en anderen en MHS Machinery betogen dat het plan ten onrechte afwijkt van het ontwerpplan. Volgens hen voorzag het ontwerpplan namelijk in één starterswoning en één levensloopbestendige woning, terwijl het plan uiteindelijk in twee levensloopbestendige woningen voorziet. Dat het ten tijde van het ontwerp de bedoeling was dat in een starterswoning werd voorzien, volgt ook uit het principeverzoek uit 2021. Een starterswoning zorgt volgens [appellant sub 1] en anderen en MHS Machinery voor een minder grote ruimtelijke impact, omdat daarvoor binnen de gemeente Wijchen een maximale inhoud van 250 m3 geldt. De raad heeft dit verschil tussen het plan en het ontwerpplan volgens hen onvoldoende ruimtelijk beoordeeld.
6.1. De Afdeling stelt vast dat het plan niet in de door [appellant sub 1] en anderen en MHS Machinery bedoelde zin afwijkt van het ontwerpplan. Hoewel in de toelichting van het ontwerpplan wordt geschreven over een starterswoning, volgt uit de verbeelding en bijbehorende regels van het ontwerpplan niet dat specifiek in een starterswoning wordt voorzien. De verbeelding van het ontwerpplan en het plan zijn wat dat betreft gelijk. In beide verbeeldingen is namelijk binnen het bouwvlak de functieaanduiding "specifieke vorm van wonen - levensloopbestendige woningen" met de maatvoering "maximum aantal wooneenheden: 2" opgenomen. Dat het vastgestelde bestemmingsplan in de door [appellant sub 1] en anderen en MHS Machinery bedoelde zin afwijkt van het ontwerpplan volgt de Afdeling daarom niet. Dat in de toelichting van het ontwerpplan is geschreven over een starterswoning leidt niet tot een andere conclusie omdat die toelichting, anders dan de verbeelding en daarbij behorende regels, niet bepalend is voor het antwoord op de vraag wat het ontwerpplan mogelijk maakt.
Het betoog slaagt niet.
Belemmering bedrijfsvoering
7. MHS Machinery betoogt dat zij als gevolg van het plan in haar bedrijfsvoering zal worden beperkt omdat de voorziene woningen op ongeveer 21 m afstand van haar bedrijf zullen worden gebouwd. Volgens haar geldt in dit geval volgens de VNG‑brochure Bedrijven en milieuzonering 2009 een richtafstand van 50 m voor geluid. Aan die richtafstand wordt dus niet voldaan. Volgens MHS Machinery heeft de raad het toetsingskader voor geluid uit de VNG-brochure toegepast, dat bestaat uit verschillende stappen. De eerste stap gaat over de richtafstand. Als daar niet aan wordt voldaan kan in het kader van stap 2 worden beoordeeld of aan de daarin vermelde richtwaarden voor de geluidbelasting kan worden voldaan. Uit het Akoestisch onderzoek Hoogeerdstraat 15 Niftrik van Adviesburo van der Boom van 23 november 2023 (het akoestisch onderzoek) is gebleken dat de geluidbelasting op de voorziene woningen te hoog is om aan de in stap 2 vermelde richtwaarden te voldoen. MHS Machinery stelt dat evenmin aan stap 3 is voldaan omdat de raad voor de daarin vermelde hogere maximale waarden voor de geluidbelasting aanvullend moet motiveren waarom deze in het concrete geval aanvaardbaar zijn, waarbij ook de cumulatieve geluidbelasting moet worden betrokken. Een dergelijke motivering ontbreekt, zo betoogt MHS Machinery. Gelet daarop heeft de raad volgens MHS Machinery onvoldoende onderzocht en gemotiveerd dat met betrekking tot het geluid van haar bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de voorziene woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. In plaats daarvan lijkt in het akoestisch onderzoek de verantwoordelijkheid voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van de nieuwe woningen eenzijdig bij MHS Machinery te worden neergelegd. Daarin staat namelijk dat zij geluidreducerende maatregelen moet treffen.
Voor zover de raad zich op het standpunt stelt dat de voorziene woningen voor het aspect geluid niet maatgevend zijn omdat bestaande woningen dichterbij haar bedrijf zijn gelegen, wijst MHS Machinery erop dat zij de planologische mogelijkheid heeft om haar inrit te verplaatsen zodat de voorziene woningen wel maatgevend worden.
Verder voert MHS Machinery over de geluidbelasting in de tuin van de voorziene woningen aan dat het bestemmingsplan beoogt om woningen voor senioren mogelijk te maken, aangezien die woningen levensloopbestendig zijn. Volgens haar zijn senioren overdag veelal thuis en besteden zij meer tijd in de tuin zodat zij doorgaans ook meer overlast van haar bedrijf zullen ervaren.
7.1. Voor zover de raad heeft betoogd dat het relativiteitsvereiste, als bedoeld in artikel 8:69a van de Awb, aan MHS Machinery moet worden tegengeworpen, omdat zij niet voor de belangen van de nieuwe bewoners kan opkomen, volgt de Afdeling dat standpunt niet. MHS Machinery beoogt met deze beroepsgrond immers haar eigen belangen, te weten, een ongestoorde bedrijfsvoering, te behartigen.
Vast staat dat met de afstand tussen het bedrijf van MHS Machinery en de voorziene woningen niet wordt voldaan aan de in dit geval van toepassing zijnde richtafstand van 50 m voor geluid uit de VNG-brochure. Daarom heeft de raad het akoestisch onderzoek laten verrichten. De raad heeft onweersproken gesteld dat in het akoestisch onderzoek voor het bedrijf van MHS Machinery is uitgegaan van een ‘worst case’ situatie. Volgens het akoestisch onderzoek wordt in die situatie ten aanzien van de bestaande woningen aan de Hoogeerdstraat [nummer E] en [nummer A] al niet aan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (het Activiteitenbesluit) voldaan. Die bestaande woningen zijn dichterbij het bedrijf gelegen dan de in het plan voorziene woningen en in de onderzochte ‘worst case’ situatie bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau 54 dB(A) ter plaatse van de woning aan de Hoogeerdstraat [nummer E] en 58 dB(A) ter plaatse van de woning aan de Hoogeerdstraat [nummer A]. Gelet daarop zou de in het akoestisch onderzoek beoordeelde ‘worst case’ situatie reeds vanwege die bestaande woningen niet mogelijk zijn, omdat in dat geval ten aanzien van die woningen niet aan de in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit bepaalde norm voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 50 dB(A) overdag op de gevel van gevoelige gebouwen zou worden voldaan. Omdat dus al ten aanzien van de bestaande woningen aan de Hoogeerdstraat [nummer E] en [nummer A] moet worden voldaan aan de norm van een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 50 dB(A) overdag, waarbij het aan MHS Machinery is om daarvoor zorg te dragen, heeft de raad zich op het standpunt kunnen stellen dat het plan in zoverre niet leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de daarin voorziene woningen. De raad heeft zich gelet daarop ook redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat de in het plan voorziene woningen voor het aspect geluid geen belemmeringen opleveren voor het bedrijf van MHS Machinery, omdat de bestaande woningen aan de Hoogeerdstraat [nummer E] en [nummer A] daarvoor al een meer belemmerende factor zullen zijn. De Afdeling verwijst ter vergelijking naar haar uitspraak van 11 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3672, onder 17.3.
Over het verplaatsen van de inrit van MHS Machinery in de richting van de voorziene woningen heeft de raad toegelicht dat dit geen reële mogelijkheid is, omdat zich op die locatie al de bedrijfswoning met tuin bevindt. MHS Machinery heeft niet gemotiveerd waarom de verplaatsing van de inrit naar die locatie desondanks moet worden betrokken bij een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden van haar bedrijf. Gelet hierop heeft de raad daarmee naar het oordeel van de Afdeling geen rekening hoeven houden bij de beoordeling van de geluidbelasting ter plaatse van de voorziene woningen.
Het betoog slaagt in zoverre niet.
7.2. Anders dan MHS Machinery lijkt te veronderstellen, voorziet het plan niet specifiek in seniorenwoningen. Ook overigens ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat er in dit geval voor senioren meer of speciale maatregelen getroffen moeten worden ten aanzien van de geluidbelasting in de tuin.
Het betoog slaagt ook in zoverre niet.
Gevaar, geur en stof
8. Voor zover MHS Machinery heeft gewezen op de aspecten gevaar, geur en stof, heeft zij in de stukken en desgevraagd op de zitting in het geheel niet gespecificeerd om welke concrete elementen van de bedrijfsvoering het daarbij zou gaan. Het betoog slaagt alleen al daarom niet.
Gemeentelijk beleid
9. [appellant sub 1] en anderen en MHS Machinery betogen dat het bestemmingsplan in strijd is met gemeentelijk beleid. Het plan is ten eerste niet in overeenstemming met de Structuurvisie Wijchen, zoals vastgesteld door de raad op 9 juli 2009, waarin staat dat woningbouw in het buitengebied alleen is toegestaan als dit zorgt voor een ruimtelijke kwaliteitsverbetering door functiewijziging van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen of landgoedontwikkeling. Volgens hen is daar hier geen sprake van en heeft de raad niet gemotiveerd waarom van dit uitgangspunt is afgeweken.
Ten tweede is het plan volgens [appellant sub 1] en anderen en MHS Machinery in strijd met de Woonvisie Wijchen 2025 waarin staat dat er meer mogelijkheden moeten komen om starters, jonge gezinnen, (vitale) senioren en mensen met een zorgvraag te huisvesten. Omdat een levensloopbestendige woning in beginsel geschikt is voor iedereen wordt hiermee niet ingespeeld op een specifieke behoefte of doelgroep. Bovendien zijn de voorziene woningen qua grootte en planologische mogelijkheden volgens hen niet gericht op starters.
9.1. De raad heeft in paragraaf 3.4 van de plantoelichting gemotiveerd dat uit de Structuurvisie volgt dat het buitengebied in principe niet de plek is om nieuwe woningen toe te voegen. In de Structuurvisie zijn de gronden van het plangebied aangewezen als ‘gemengde functies buitengebied/verbreden landbouw’. In dit geval is echter van belang dat de woningen zijn voorzien binnen bestaand bebouwd gebied. Volgens de raad speelt het plan daarom in op de ambities van de Structuurvisie die onder meer betrekking hebben op compacte groei en het benutten van de potenties van het bestaand stedelijk gebied en sterke kleine kernen. Daarnaast zorgt het plan volgens de raad voor een ruimtelijke kwaliteitsverbetering omdat het perceel groen wordt ingericht met gebiedseigen landschappelijke elementen en maatregelen om de natuurwaarden op de locatie te verbeteren. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad hiermee deugdelijk gemotiveerd dat de Structuurvisie niet aan het plan in de weg staat.
Over de Woonvisie heeft de raad toegelicht dat het plan bijdraagt aan een oplossing voor het woningtekort. Volgens de raad speelt het plan daarbij in op een actuele behoefte binnen de gemeente Wijchen omdat levensloopbestendige woningen geschikt zijn om verschillende doelgroepen te huisvesten. Hiermee heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling deugdelijk gemotiveerd dat het plan niet in strijd is met de Woonvisie. Anders dan [appellant sub 1] en anderen en MHS Machinery lijken te veronderstellen, volgt uit wat zij over de Woonvisie hebben aangevoerd namelijk niet dat een afzonderlijk bestemmingsplan alleen mag voorzien in woningen voor specifieke behoeften of doelgroepen die in de Woonvisie worden benoemd. Dat het plan voorziet in woningen die geschikt zijn voor meerdere doelgroepen, maakt dat het plan juist aansluit bij de doelstellingen van de Woonvisie.
Het betoog slaagt niet.
Borging vorm en situering woningen
10. [appellant sub 1] en anderen en MHS Machinery betogen dat in het bestemmingsplan onvoldoende is geborgd dat de voorziene woningen aaneengesloten en naast elkaar worden gebouwd. Zij vrezen dat in plaats daarvan twee vrijstaande woningen achter elkaar zullen worden gebouwd. Dit heeft volgens hen een andere ruimtelijke uitstraling.
10.1. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat het plan voorziet in twee aaneengebouwde woningen. Volgens de raad is daarbij voldoende geborgd dat de woningen naast elkaar en met de voorgevel naar de Hoogeerdstraat gericht worden gebouwd. In artikel 2.1.2, onder a en onder 6, van het Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen uit 2017 staat namelijk dat op de bebouwingslinten gerichte hoofdgebouwen cultuurhistorische waarde hebben. Daarnaast heeft de raad gewezen op privaatrechtelijke afspraken.
10.2. De Afdeling begrijpt dat de raad het uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk acht dat de voorziene woningen aaneen en naast elkaar worden gebouwd, met de voorgevel naar de Hoogeerdstraat gericht. De door de raad aangehaalde bepaling uit het Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen uit 2017, waaruit volgt dat op de bebouwingslinten gerichte hoofdgebouwen cultuurhistorische waarde hebben, borgt niet dat de in dit plan voorziene woningen aaneen en naast elkaar, met de voorgevel gericht naar de Hoogeerdstraat, worden gebouwd. Dit is ook niet geborgd met het voorwaardelijk verplicht gestelde landschappelijk inpassingsplan, aangezien dat met name ziet op de landschappelijke inpassing en niet op de precieze vorm en situering van de bebouwing. Met de niet nader gespecificeerde privaatrechtelijke afspraken is dit evenmin publiekrechtelijk geborgd. Omdat de raad het wel noodzakelijk acht dat de voorziene woningen op de hiervoor beschreven manier gebouwd worden, had dit in de planregels geborgd moeten worden. Dat heeft de raad ten onrechte niet gedaan.
Het betoog slaagt.
Belangenafweging woon- en leefklimaat
11. [appellant sub 1] en anderen betogen verder dat hun woon- en leefklimaat onaanvaardbaar wordt aangetast omdat het plan zeer ruime vrijstaande, al dan niet achter elkaar geplaatste, woningen mogelijk maakt. Ook maakt het plan per woning een zwembad en een paardenbak mogelijk, wat volgens [appellant sub 1] en anderen niet verenigbaar is met de gestelde natuurlijke inrichting van het perceel. Al deze mogelijkheden zorgen er volgens [appellant sub 1] en anderen voor dat zij als gevolg van het plan volledig kunnen worden ingebouwd en dat hun uitzicht en privacy onaanvaardbaar kan worden aangetast. Daarbij kunnen de mogelijk gemaakte zwembaden zorgen voor geluidoverlast en wordt voor de mogelijk gemaakte paardenbakken niet voldaan aan een geurcontour van 50 m.
11.1. De raad heeft gemotiveerd dat aan het perceel een relatief beperkt bouwvlak is toegekend om te voorkomen dat het helemaal wordt volgebouwd. Volgens de raad worden de voorziene woningen, gelet op de situering van het bouwvlak, op minimaal 3,85 m van de erfgrens met de Hoogeerdstraat [nummer A] gebouwd. De afstand van het bouwvlak tot de woning op dat adres is ongeveer 15 m. De afstand van het bouwvlak tot de erfgrens van de Hoogeerdstraat [nummer C] is minimaal 19,6 m en minimaal 30 m tot de woning op dat adres. Voor de Hoogeerdstraat [nummer B] is de afstand van het bouwvlak tot de erfgrens minimaal 6,25 m en minimaal 13 m tot de woning. Daarnaast volgt volgens de raad uit het landschappelijk inpassingsplan dat het perceel groen wordt ingericht met veel beplanting. Voor de privacy is in het landschappelijk inpassingsplan een groene haag van 180 cm langs de perceelsgrenzen ingetekend. Verder heeft de raad toegelicht dat voor zwembaden en paardenbakken dezelfde planregels zijn opgenomen als de planregels die voor de omliggende woonbestemmingen onder het bestemmingsplan "Buitengebied Wijchen" uit 2013 gelden.
Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat de raad de belangen van [appellant sub 1] en anderen voldoende heeft meegewogen bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad redelijkerwijs een groter gewicht mogen toekennen aan het belang van de bouw van de twee woningen op deze locatie. Weliswaar zal het woon- en leefklimaat van [appellant sub 1] en anderen als gevolg van het plan veranderen, maar de raad heeft dit aanvaardbaar en in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening mogen achten. Daarbij betrekt de Afdeling de relatief beperkte omvang van het bouwvlak, de afstand van het bouwvlak tot de omliggende percelen en woningen en de waarborgen die het voorwaardelijk verplicht gestelde landschappelijk inpassingsplan biedt voor het uitzicht en de privacy. Mede gelet op die aspecten, leiden de mogelijkheden die het plan biedt voor zwembaden en paardenbakken ook niet tot een andere conclusie. Geluid dat wordt veroorzaakt door het gebruik van eventueel te realiseren zwembaden heeft de raad, mede gelet op de verwijzing naar de planregels uit het bestemmingsplan "Buitengebied Wijchen" die voor de omliggende woonbestemmingen gelden, passend en gebruikelijk binnen een woonbestemming mogen achten. Voor zover [appellant sub 1] en anderen voor de paardenbakken hebben gewezen op een geurcontour, hebben zij niet onderbouwd welke geurcontour zij precies bedoelen en evenmin dat deze van toepassing is op het soort paardenbak dat het plan mogelijk maakt.
Het betoog slaagt niet.
Uitvoerbaarheid
12. [appellant sub 1] en anderen en MHS Machinery betogen ten slotte dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is. Daartoe voeren zij aan dat uit artikel 3.2.4 van de planregels kan worden afgeleid dat in totaal binnen het bouwvlak 1.600 m3 aan woningen gebouwd mag worden terwijl het bouwvlak slechts een oppervlakte heeft van 350 m2. Daarnaast is het volgens hen niet mogelijk dat de woningen naast elkaar worden gebouwd omdat het bouwvlak maar 17 m breed is.
12.1. In artikel 3.2.4 van de planregels is bepaald dat voor de woningen een maximale inhoudsmaat van 800 m3 geldt. Dat is dus een maximum en geen verplichting om tot aan dat maximum te bouwen. Alleen al omdat daarmee dus ook de mogelijkheid bestaat om per woning minder dan het maximum van 800 m3 te bouwen, is de vraag of dit maximum binnen het bouwvlak valt te realiseren, niet bepalend voor de uitvoerbaarheid van het plan. De Afdeling ziet daarom in wat [appellant sub 1] en anderen en MHS Machinery hebben aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad op voorhand had moeten inzien dat het plan niet uitvoerbaar is.
Verder heeft de raad over het bouwvlak toegelicht dat dit ongeveer 17 bij 25 m is en dat hierbinnen twee woningen passen van bijvoorbeeld 8 bij 12 m. Dit zijn volgens de raad, in combinatie met de maximaal toegestane bouwhoogten die volgen uit artikel 3.2.3 van de planregels, reguliere woningen. Met deze afmetingen blijft bovendien een doorzicht naar de achterzijde van het perceel behouden. [appellant sub 1] en anderen en MHS Machinery hebben hier niets tegenin gebracht, zodat de Afdeling hen ook op dit punt niet volgt in hun stelling dat de raad op voorhand had moeten inzien dat het plan niet uitvoerbaar is.
Het betoog slaagt niet.
Slot en conclusie
13. Gelet op wat de Afdeling onder 10.2 heeft overwogen, is het besluit van 29 februari 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hoogeerdstraat naast [nummer A] en [nummer B]" niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid, waardoor het in strijd met artikel 3:2 van de Awb is genomen. Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil, zal de Afdeling op grond van artikel 8:51d van de Awb de raad opdragen om binnen 12 weken na de verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van wat daarin is overwogen het in overweging 10.2 geconstateerde gebrek in het besluit van 29 februari 2024 te herstellen.
14. De raad kan dit bijvoorbeeld doen door alsnog in de planregels te borgen dat de twee woningen die maximaal binnen het bouwvlak zijn toegestaan aaneen en naast elkaar, met de voorgevel gericht naar de Hoogeerdstraat, moeten worden gebouwd.
15. De raad dient de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mee te delen en een nieuw of gewijzigd besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen. Bij de voorbereiding van een nieuw of gewijzigd besluit hoeft afdeling 3.4 van de Awb niet te worden toegepast.
16. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1174, blijft op een gewijzigd of nieuw besluit het recht, zoals dat gold onmiddellijk vóór 1 januari 2024, van toepassing.
17. In de einduitspraak wordt beslist over vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
draagt de raad van de gemeente Wijchen op om:
- binnen 12 weken na de verzending van deze tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, het in overweging 10.2 geconstateerde gebrek in het besluit van 29 februari 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hoogeerdstraat naast [nummer A] en [nummer B]" te herstellen en;
- de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mee te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen.
Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Es, griffier.
w.g. Knol
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Es
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026
826-1187
BIJLAGE
Bestemmingsplan "Hoogeerdstraat naast [nummer A] en [nummer B]"
Artikel 3 Wonen - 1
3.1 Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Algemeen
De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen;
b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - levensloopbestendige woningen' zijn uitsluitend levensloopbestendige woningen toegestaan; […]
3.2 Bouwregels
[…]
3.2.2 Situering
Indien in een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangeduid is het hoofdgebouw uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'.
[…]
3.2.4 Inhoud
Voor woningen geldt een maximale inhoudsmaat van 800 m³.
[…]
3.4.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Gebruik overeenkomstig de bestemming conform lid 3.1 is enkel toegestaan onder de voorwaarde dat er binnen een termijn van maximaal 1 jaar na ingebruikname uitvoering is gegeven aan de aanleg en vervolgens instandhouding van het landschappelijke inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 of een vergelijkbaar landschappelijk inpassingsplan ter beoordeling van het bevoegd gezag.