Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202406424/1/R1

Uitspraak 202406424/1/R1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4732
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf geweigerd aan [appellant A] een omgevingsvergunning te verlenen voor de verbouwing van de woning en de bouw van een aantal bouwwerken, waaronder een technische ruimte/berging, in en om die woning op het perceel [locatie] in Landgraaf. [appellant A] en [appellant B] zijn ieder voor de helft eigenaar van de woning op het perceel [locatie] in Landgraaf. Op 1 april 2020 heeft [appellant A] een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning. De aanvraag is gedaan voor de activiteiten "bouwen" en "gebruiken in strijd met het bestemmingsplan", onder andere voor de bouw van een technische ruimte/berging. Het college heeft bij besluit van 22 februari 2022 de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen geweigerd, omdat de vrees bestaat dat het aangevraagde zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Volgens het college hangt de activiteit bouwen onlosmakelijk samen met de activiteit gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Het college heeft daarom ook de aanvraag voor zover het de activiteit strijdig gebruik met het bestemmingsplan betreft geweigerd.
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202406424/1/R1.
Datum uitspraak: 12 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend in Landgraaf,
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 11 september 2024 in zaak nr. 22/836 in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B]

en

het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf.

Procesverloop

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college geweigerd aan [appellant A] een omgevingsvergunning te verlenen voor de verbouwing van de woning en de bouw van een aantal bouwwerken, waaronder een technische ruimte/berging, in en om die woning op het perceel [locatie] in Landgraaf.

Bij uitspraak van 11 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door [appellant A] en [appellant B] ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant A] en [appellant B] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 juli 2026, waar het college, vertegenwoordigd door mr. M. Costongs, (digitaal) is verschenen.

Overwegingen

Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 1 april 2020. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2.       [appellant A] en [appellant B] zijn ieder voor de helft eigenaar van de woning op het perceel [locatie] in Landgraaf. Op 1 april 2020 heeft [appellant A] een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning. De aanvraag is gedaan voor de activiteiten "bouwen" en "gebruiken in strijd met het bestemmingsplan", onder andere voor de bouw van een technische ruimte/berging. Het college heeft bij besluit van 22 februari 2022 de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen geweigerd, omdat de vrees bestaat dat het aangevraagde zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Volgens het college hangt de activiteit bouwen onlosmakelijk samen met de activiteit gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Het college heeft daarom ook de aanvraag voor zover het de activiteit strijdig gebruik met het bestemmingsplan betreft geweigerd.

3.       De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het door [appellant A] en [appellant B] ingestelde beroep ongegrond verklaard en het besluit van 22 februari 2022 in stand gelaten. De rechtbank heeft onder meer geoordeeld dat het college de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ heeft kunnen weigeren. Dat betekent volgens de rechtbank dat, nu de gevraagde toestemming voor bouwen is geweigerd op grond van artikel 2.20, eerste lid, van de Wabo in samenhang met artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen (Wet Bibob), niet los daarvan een toestemming voor de activiteit "gebruiken in strijd met het bestemmingplan" kan worden verleend.

De rechtbank heeft verder geoordeeld dat de technische ruimte/berging niet voldoet aan de voorwaarden van vergunningsvrij bouwen als bedoeld in artikel 2, aanhef en derde lid, van het Bor.

Omdat de gevraagde toestemming voor de activiteit bouwen is geweigerd en niet los daarvan een toestemming voor "gebruiken in strijd met het bestemmingplan", heeft de rechtbank tot slot geoordeeld dat aan de vraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden op grond van artikel 7 van de Beleidsregels omtrent toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 van de Wabo in verbinding met artikel 4, eerste lid, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Beleidsregels), niet meer kan worden toegekomen.

Toetsingskader

4.       Artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo, bepaalt dat in gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder c, de aanvraag mede wordt aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, en wordt de vergunning op de grond, bedoeld in het eerste lid, onder c, slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is.

Artikel 2.11, tweede lid, van de Wabo, bepaalt dat indien sprake is van strijd met de regels, bedoeld in het eerste lid, de aanvraag mede wordt aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, en wordt de vergunning slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is.

Beroepsgrond [appellant A] en [appellant B]

5.       [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat sprake is van een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 7 van de Beleidsregels, namelijk de landelijke ligging van de betrokken woning. Dat betekent volgens hen dat ten behoeve van het oprichten van de gevraagde technische ruimte/berging op grond van de Beleidsregels het college toestemming had moeten verlenen voor de activiteit "gebruik in strijd met het bestemmingsplan". [appellant A] en [appellant B] voeren daarbij aan dat door de ligging van de woning het stedenbouwkundig beeld niet wordt aangetast, omdat het bijbehorende bouwwerk binnen de 3 meter zone achter de voorgevel is gerealiseerd.

5.1.    De Afdeling stelt voorop dat de door [appellant A] en [appellant B] genoemde Beleidsregels alleen betrekking hebben op de activiteit "gebruiken in strijd met het bestemmingsplan". De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak geoordeeld dat het college de gevraagde toestemming wat betreft de activiteit "bouwen" heeft kunnen weigeren en dat de bouw van de technische berging/ruimte niet vergunningsvrij kan worden opgericht. Tegen deze oordelen van de rechtbank hebben [appellant A] en [appellant B] geen hoger beroepsgronden aangevoerd. Hierdoor is vast komen te staan dat de omgevingsvergunning voor de activiteit "bouwen" moest worden geweigerd. De rechtbank heeft terecht overwogen dat voor de activiteiten zoals hier aan de orde zijnde geen deelvergunningen kunnen worden verleend. Aan een formele beoordeling of sprake is van een bijzondere omstandigheid, waardoor in afwijking van de door [appellant A] en [appellant B] genoemde Beleidsregels toestemming moest worden verleend voor de activiteit "gebruiken in strijd met het bestemmingsplan", is de rechtbank terecht niet meer toegekomen. Reeds hierom is de Afdeling van oordeel dat het betoog van [appellant A] en [appellant B] niet kan slagen.

6.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

7.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. Tieleman, griffier.

w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Tieleman
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026

817-1185


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon