Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202402952/1/A3

Uitspraak 202402952/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4726
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 november 2022 heeft de bewaarder het verzoek van [appellant] om herstel van een bijwerking in de basisregistratie kadaster afgewezen. [appellant] heeft op 25 oktober 2022 aan de bewaarder verzocht om herstel van een bijwerking in de basisregistratie kadaster omdat hij van mening is dat hij eigenaar is van het doorgangspad tussen de Wildhage en de Dr. Hein Hoebenlaan in Breda en de grenzen in de basisregistratie kadaster onjuist zijn weergegeven. De bewaarder heeft naar aanleiding van dit verzoek gecontroleerd of de grenzen van de betrokken percelen overeenkomen met de grenzen zoals deze in de brondocumenten zijn vastgelegd. Uit deze brondocumenten, bestaande uit de relazen van bevindingen, volgt dat de grenzen correct zijn overgenomen op de kadastrale kaart. Hierop is het verzoek afgewezen omdat geen sprake is van een kennelijke misslag zoals bedoeld in artikel 7t van de Kadasterwet.
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202402952/1/A3.
Datum uitspraak: 12 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats], gemeente Breda,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant van 26 maart 2024 in zaak nr. 23/2249 in het geding tussen:

[appellant]

en

de bewaarder van het kadaster en de openbare registers.

Procesverloop

Bij besluit van 4 november 2022 heeft de bewaarder het verzoek van [appellant] om herstel van een bijwerking in de basisregistratie kadaster afgewezen.

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de bewaarder het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard.

Bij besluit van 21 juli 2023 heeft de bewaarder het besluit van 23 februari 2023 herroepen en het door [appellant] gemaakte bezwaar wederom ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 26 maart 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De bewaarder heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 juli 2026, waar [appellant], vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. C.H.M. Verdaas, en de bewaarder, mr. L.A.M. Meijerink, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] heeft op 25 oktober 2022 aan de bewaarder verzocht om herstel van een bijwerking in de basisregistratie kadaster omdat hij van mening is dat hij eigenaar is van het doorgangspad tussen de Wildhage en de Dr. Hein Hoebenlaan in Breda en de grenzen in de basisregistratie kadaster onjuist zijn weergegeven.

De bewaarder heeft naar aanleiding van dit verzoek gecontroleerd of de grenzen van de betrokken percelen overeenkomen met de grenzen zoals deze in de brondocumenten zijn vastgelegd. Uit deze brondocumenten, bestaande uit de relazen van bevindingen, volgt dat de grenzen correct zijn overgenomen op de kadastrale kaart. Hierop is het verzoek afgewezen omdat geen sprake is van een kennelijke misslag zoals bedoeld in artikel 7t van de Kadasterwet.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft geoordeeld dat artikel 7t van de Kadasterwet een regeling biedt voor het op verzoek herstellen van een misslag. Een verzoek tot herstel kan gericht zijn tegen het feit dat de bijwerking zelf onjuist of onvolledig is geschied omdat de bijwerking niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig het resultaat, zoals vermeld in de kennisgeving. Het verzoek kan niet gericht zijn tegen het resultaat van de bijwerking, dat aan de belanghebbende is medegedeeld. De gegevens neergelegd in de relazen van bevindingen van het veldwerk uit 1970 en 1976 staan daarom niet meer ter discussie. Deze gegevens zijn correct overgenomen op de kadastrale kaarten in de basisregistratie kadaster, waardoor de in de basisregistratie kadaster vermelde gegevens niet berusten op een misslag. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat bij het veldwerk ten behoeve van de relazen van bevindingen beide malen de noordgevel van de schuur is gebruikt als uitgangspunt en niet de door [appellant] genoemde eikenboom. De landmeter heeft daarbij de nieuwe grens ingetekend met als ijkpunt de noordgevel van de schuur.

Over het betoog van [appellant] dat zijn vader [naam vader], destijds de eigenaar, in strijd met de uitvoeringsregeling Kadasterwet nooit een kennisgeving van het resultaat heeft ontvangen, heeft de rechtbank geoordeeld dat dit niet betekent dat [appellant] het resultaat van de metingen zoals neergelegd in de relazen van bevindingen uit 1970 en 1976 nu nog in rechte kan betwisten. Als het al zo zou zijn dat geen kennisgeving is ontvangen dan had het op de weg van [vader] gelegen om na de aanwijs in 1970 en 1976 te controleren of de grens overeenkomstig de aanwijs was ingetekend, aldus de rechtbank.

Hoger beroep

3. [appellant] betoogt dat de landmeter een misslag heeft begaan bij meting van de grens. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat de relazen van bevindingen niet meer ter discussie staan. Doordat zijn vader nooit een kennisgeving heeft ontvangen is de bezwaartermijn nooit gaan lopen. [appellant] betoogt verder dat de relazen van bevindingen niet de enige relevante brondocumenten zijn. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld vertonen de relazen gebreken en kunnen daardoor geen relevante brondocumenten zijn. Relevante brondocumenten zijn volgens [appellant] de notariële akten uit 1970 en 1976 en de inhoud daarvan komt niet overeen met de registraties in de basisregistratie kadaster. [appellant] betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op zijn betoog over het belang van de eikenboom als ijkpunt van de metingen.

In het aanvullende hogerberoepschrift betoogt [appellant] dat zijn grootste probleem met de huidige begrenzing de geluidsoverlast is die hij ondervindt omdat het pad ook door ander verkeer dan voetgangers wordt gebruikt. Als de grenzen worden aangepast, al is het maar 10 of 20 centimeter, dan is het pad niet meer geschikt voor dit verkeer. Tot slot verzoekt hij om vergoeding van schade in verband met de onredelijk lange duur van de procedure.

De beoordeling van het hoger beroep

4. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat in dit geval alleen ter beoordeling kan staan of de in de basisregistratie kadaster vermelde gegevens berusten op een misslag. Een verzoek om herstel kan worden ingewilligd als er een verschil is tussen de bijwerking van de basisregistratie kadaster en het daaraan ten grondslag liggende brondocument, in dit geval het relaas van bevindingen. Anders dan [appellant] betoogt, mag de bewaarder zich uitsluitend baseren op het relaas van bevindingen, zijnde het brondocument en is deze niet gehouden daarbij ook andere documenten zoals notariële leveringsakten te betrekken. Als er tussen de bijwerking en het relaas van bevindingen geen verschil is, maar een belanghebbende het niet eens is met het resultaat van de bijwerking, kan een verzoek om herstel niet worden ingewilligd (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 16 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1668, onder 7). In dit geval gaat het [appellant] om het resultaat van de bijwerking. Van een misslag waarvoor artikel 7t van de Kadasterwet een regeling biedt, is geen sprake.

Dat het veldwerk en dus het relaas van bevindingen volgens [appellant] bij de vaststelling van de kadastrale grens gebrekkig is geweest, kan - wat daar ook verder van zij - nu niet meer leiden tot een aanpassing. Zoals de Afdeling onder meer heeft overwogen in de uitspraak van 16 april 2025, onder 8, kan de inhoud van het relaas van bevindingen niet meer worden aangevochten. Belanghebbenden worden naar aanleiding van de vorming van percelen en het bijwerken van de kadastrale registratie door middel van een kennisgeving van de bijwerking op de hoogte gesteld. Die bijwerking is een besluit dat op rechtsgevolg is gericht.

Voor zover [appellant] zich op het standpunt stelt dat hij het resultaat van de meting van het perceel nog in rechte kan betwisten omdat zijn vader daar destijds geen kennisgeving van heeft ontvangen, volgt de Afdeling hem niet. Of [vader] na de meting van de percelen in 1970 en 1976 in strijd met de regels geen kennisgeving van het resultaat heeft ontvangen is nu niet meer na te gaan. Indien dat al het geval geweest zou zijn, had het op de weg van [vader] gelegen om daar navraag naar te doen, te meer omdat hij bij beide metingen persoonlijk aanwezig is geweest (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 11 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1195, onder 5.1). Dat hij dat toen niet heeft gedaan en ook niet toen een deel van het perceel in 1983 werd verkocht, komt voor zijn rekening en risico (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 4 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1317, onder 4.2).

De rechtbank heeft terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de bewaarder het verzoek om herstel als bedoeld in artikel 7t van de Kadasterwet ten onrechte heeft afgewezen.

5. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

6. Op de zitting in hoger beroep heeft [appellant] nog betoogd dat hij de juridische status van het relaas [locatie] bestrijdt. Naar zijn mening kan dit niet kan worden aangemerkt als relaas van bevindingen en ook niet als brondocument omdat het relaas er heel anders uitziet dan het relaas uit 2007 dat in het dossier zit, onder meer door het gebruikte briefpapier, het ontbreken van een logo, de aanduiding en naam en ondertekening van de medewerker van het Kadaster. De bewaarder heeft toegelicht dat het relaas uit 1976 in de toen gebruikelijke opmaak is opgesteld, dat dit is ondertekend en afkomstig uit het archief van de bewaarder. De Afdeling is van oordeel dat met deze toelichting het betoog van [appellant] afdoende is weerlegd.

7. De bewaarder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Het verzoek om schadevergoeding

8. [appellant] heeft de Afdeling verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn bedraagt in zaken als deze in beginsel vier jaar. De redelijke termijn is begonnen met de ontvangst van het bezwaarschrift op 9 november 2022 en is geëindigd met de uitspraak van de Afdeling. De procedure heeft dus nog geen vier jaar geduurd. De Afdeling zal het verzoek van [appellant] daarom afwijzen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bevestigt de uitspraak, voor zover aangevallen;

II. wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld, griffier.

w.g. Van Altena
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Langeveld
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026

317-1158


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon