Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202602238/2/A2

Uitspraak 202602238/2/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4542
Datum uitspraak
4 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 april 2026 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de bekostiging van de basisschool Treehouse Montessori (de school) met ingang van 1 augustus 2026 beëindigd. Stichting Tree of Infinity is het bevoegd gezag van de school, die sinds 1 augustus 2022 wordt bekostigd als bijzondere basisschool. Op de school krijgen leerlingen tweetalig montessorionderwijs. Op 10 december 2025 heeft de staatssecretaris de stichting laten weten dat de school onvoldoende leerlingen heeft en dat de bekostiging daarom per 1 augustus 2026 stopt, tenzij de stichting een geslaagd beroep kan doen op een van de uitzonderingsbepalingen. Hierop heeft de stichting een aanvraag gedaan om de bekostiging door te laten lopen op grond van artikel 145 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Bij besluit van 21 april 2026 heeft de staatssecretaris de aanvraag afgewezen en dit besluit heeft zij in bezwaar gehandhaafd. Dit betekent dat de bekostiging van de school per 1 augustus 2026 stopt.
  • Voorlopige voorziening
  • Onderwijs

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202602238/2/A2.
Datum uitspraak: 4 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de Stichting Tree of Infinity (de stichting), gevestigd in Bergschenhoek, gemeente Lansingerland,

verzoekster,

en

de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

verweerster.

Procesverloop

Bij besluit van 21 april 2026 heeft de staatssecretaris de bekostiging van de basisschool Treehouse Montessori (de school) met ingang van 1 augustus 2026 beëindigd.

Bij besluit van 22 juli 2026 heeft de staatssecretaris het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft de stichting beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 30 juli 2026, waar de stichting, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. G. Visser, advocaat in Woerden, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. E.M. van Mil, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Inleiding

2.       De stichting is het bevoegd gezag van de school, die sinds 1 augustus 2022 wordt bekostigd als bijzondere basisschool. Op de school krijgen leerlingen tweetalig montessorionderwijs.

Besluitvorming

3.       Op 10 december 2025 heeft de staatssecretaris de stichting laten weten dat de school onvoldoende leerlingen heeft en dat de bekostiging daarom per 1 augustus 2026 stopt, tenzij de stichting een geslaagd beroep kan doen op een van de uitzonderingsbepalingen. Hierop heeft de stichting een aanvraag gedaan om de bekostiging door te laten lopen op grond van artikel 145 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Bij besluit van 21 april 2026 heeft de staatssecretaris de aanvraag afgewezen en dit besluit heeft zij in bezwaar gehandhaafd. Dit betekent dat de bekostiging van de school per 1 augustus 2026 stopt.

Het verzoek om voorlopige voorziening en de beoordeling daarvan

4.       De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek aan de hand van een voorlopig rechtmatigheidsoordeel. Dat betekent dat de voorzieningenrechter een inschatting maakt of de beslissing van de staatssecretaris in de bodemprocedure in stand zal blijven.

5.       Voordat de voorzieningenrechter overgaat tot de inhoudelijke beoordeling van het verzoek, staat hij eerst stil bij het wettelijk kader en de wijze waarop dit moet worden toegepast.

5.1.    Om een school te mogen stichten en in aanmerking te komen voor bekostiging moet het bevoegd gezag van een school aannemelijk maken dat er voldoende leerlingen op die school zullen gaan zitten. Per gemeente is vastgelegd hoeveel leerlingen dit minimaal moeten zijn. Dit wordt de stichtingsnorm genoemd. De hoogte van de stichtingsnorm is vastgelegd in de Regeling aanpassing van de stichtings- en opheffingsnormen voor het basisonderwijs in 2023 (de regeling). Op grond van artikel 139, zevende lid, van de WPO verliest een school zijn bekostiging als vier jaar na de stichting het aantal leerlingen op de school niet minimaal de helft van de stichtingsnorm bedraagt (de halverwegenorm). Ditzelfde geldt als het leerlingenaantal acht jaar na de stichting minder is dan de stichtingsnorm.

5.2.    Als een school niet voldoet aan de halverwegenorm of de stichtingsnorm stopt de bekostiging, tenzij de school een geslaagd beroep kan doen op een uitzonderingsbepaling. Uitzonderingsbepalingen zijn bijvoorbeeld wanneer het de enige openbare school binnen een straal van 10 kilometer betreft (artikel 139 van de WPO) of als de school kan blijven voortbestaan op basis van de gemiddelde schoolgrootte van het bevoegd gezag (artikel 143 van de WPO). Als geen beroep kan worden gedaan op een van deze uitzonderingsbepalingen, resteert nog de uitzonderingsmogelijkheid van artikel 145 van de WPO. De staatssecretaris kan op grond van deze bepaling toestaan dat in bijzondere gevallen een school bekostigd blijft.

5.3.    De staatssecretaris heeft de wijze waarop zij toepassing geeft aan artikel 145 van de WPO niet vastgelegd in een beleidsregel of gedefinieerd wat kwalificeert als een bijzondere omstandigheid. Op de zitting heeft de staatssecretaris in algemene zin toegelicht dat zij hierin een terughoudend beleid voert, gelet op de andere uitzonderingsmogelijkheden die de WPO al biedt om de bekostiging door te laten lopen. Bij de beoordeling van de vraag of bij een school die de halverwegenorm na vier jaar niet heeft gehaald toepassing moet worden gegeven aan de bevoegdheid van artikel 145 van de WPO neemt zij mede in aanmerking hoe realistisch het is dat de school na acht jaar wel voldoet aan de stichtingsnorm.

5.4.    Het voorgaande betekent dat de voorzieningenrechter het geheel van aangevoerde omstandigheden in samenhang zal beoordelen en bezien of de staatssecretaris de bekostiging in dit geval mocht beëindigen. Hierbij neemt de voorzieningenrechter als uitgangspunt dat de mate waarin de school achterblijft op de halverwegenorm relevant is voor de vraag of de aangevoerde omstandigheden toepassing van artikel 145 van de WPO rechtvaardigen. Verder moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden.

6.       Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de Afdeling de beslissing van de staatssecretaris in de bodemprocedure zal vernietigen. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Hij zal dit oordeel hierna toelichten.

6.1.    De school bevindt zich in de gemeente Lansingerland. Uit bijlage 1 van de regeling volgt dat voor de gemeente Lansingerland een stichtingsnorm van 262 leerlingen geldt. Op 1 oktober 2025 stonden 40 leerlingen ingeschreven op de school. Niet in geschil is dat de school daarmee vier jaar na oprichting niet voldoet aan de halverwegenorm van 131 leerlingen.

6.2.    De stichting wijst voor het achterblijvende leerlingenaantal op een aantal omstandigheden waarmee zij de afgelopen vier jaar te maken heeft gehad. Allereerst wijst zij op de effecten van COVID-19-maatregelen op de werving van leerlingen. Deze maatregelen hebben het vrijwel onmogelijk gemaakt om bijvoorbeeld open avonden te organiseren om ouders kennis te laten maken met de school en het onderwijsconcept. Daarnaast was het bij aanvang van de bekostiging de verwachting dat in de jaren daarna de bouw van de nieuwbouwwijk Wilderszijde in Bergschenhoek zou worden afgerond, de school zich op een permanente locatie in die wijk kon vestigen en een deel van de kinderen uit die wijk zich zou inschrijven op de school. Als gevolg van COVID-19 en de stikstofproblematiek is de bouw van Wilderszijde echter ernstig vertraagd en is op dit moment slechts één van de drie nieuwe wijken gebouwd en is met de verkoop van die woningen gestart. Hierdoor zijn de verwachte inschrijvingen achtergebleven en is de school tot op heden aangewezen op huisvesting in containers op een tijdelijke locatie. In het begin was de school zelfs aangewezen op twee verschillende locaties, wat volgens de stichting een drukkend effect heeft op het aantal inschrijvingen, omdat ouders hun kinderen niet naar twee verschillende locaties willen brengen. Ook benoemt de stichting dat zij maar één school onder zich heeft en niet beschikt over dezelfde mogelijkheden en capaciteiten als een grote onderwijsbestuurder. Ten slotte wijst de stichting nog op het feit dat in dit postcodegebied gelijktijdig met haar school nog vijf andere scholen zijn gestart. Deze omstandigheden zijn volgens de stichting dermate uniek of in ieder geval bijzonder dat de staatssecretaris hierin aanleiding had moeten zien om de bekostiging op grond van artikel 145 van de WPO door te laten lopen. Daarnaast is er volgens de stichting voldoende groeipotentie aanwezig om de bekostiging door te zetten. Zo is er een intentieverklaring voor een bestuursoverdracht gesloten met een grote onderwijsbestuurder uit de regio (Stichting Samen Ambitieus Onderwijs Rotterdam) en zit er een significante groei in het aantal aanmeldingen voor aankomend schooljaar.

6.3.    Hoewel het volgens de voorzieningenrechter niet onwaarschijnlijk is dat de school als gevolg van bovengenoemde omstandigheden hinder heeft ondervonden in de groei van haar leerlingenbestand, heeft de staatssecretaris in deze omstandigheden geen aanleiding hoeven zien om de bekostiging op grond van artikel 145 van de WPO voort te zetten. Hierbij stelt de voorzieningenrechter voorop dat het leerlingenaantal van de school zich ver onder de halverwegenorm bevindt. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 145 van de WPO rechtvaardigen. De staatssecretaris heeft navolgbaar uiteengezet waarom de aangevoerde omstandigheden, ook in samenhang bezien, niet wezenlijk verschillen van omstandigheden waar vele andere beginnende basisscholen mee worden geconfronteerd en/of specifiek zijn geconfronteerd in de periode 2022-2026, zoals COVID-19-maatregelen, tijdelijke huisvesting op meerdere locaties en achterblijvende nieuwbouw. De wet biedt het bevoegd gezag van een school mogelijkheden om met deze potentiële tegenslagen om te gaan, waaronder het later ingaan van de bekostiging. Van deze mogelijkheid heeft de stichting geen gebruik gemaakt. Daar komt bij dat de school bij haar aanvraag heeft aangegeven dat zij leerlingen uit de gehele gemeente Lansingerland wil aan trekken. Dat staat los van achterblijvende nieuwbouw van een nieuwe wijk.

6.4.    Ook het starten van meerdere scholen gelijktijdig of vlak na de stichting van de school is niet als bijzondere omstandigheid aan te merken. In maart 2022 is de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen in werking getreden. Deze wet wijzigt onder andere de procedure voor het starten van nieuwe openbare en bijzondere scholen in het funderend onderwijs, zodat deze beter aansluit bij de daadwerkelijke belangstelling van leerlingen en ouders. Daarmee komt er meer ruimte voor nieuwe initiatieven. Een beoogd gevolg van deze wetswijziging is dat er binnen dezelfde gemeente en zelfs binnen hetzelfde postcodegebied verschillende scholen kunnen worden gesticht met ieder een eigen grondslag. Hierdoor ontstaat een situatie waarin er meer scholen zijn voor dezelfde hoeveelheid leerlingen. Dit betekent dat de kans groter is dat een school uiteindelijk de halverwegenorm of stichtingsnorm niet haalt. Aangezien dit een inherent gevolg is van de wetswijziging, kwalificeert dit niet als bijzondere omstandigheid.

6.5.    Naast dat de aangevoerde omstandigheden het significante verschil tussen het huidige leerlingenaantal en de halverwegenorm niet verklaren, acht de voorzieningenrechter het op basis van de overgelegde stukken onwaarschijnlijk dat de school over vier jaar de stichtingsnorm haalt. Het enkele feit dat de school in de toekomst mogelijk wordt overgedragen aan een ander schoolbestuur is hiervoor onvoldoende. Ook heeft de stichting de door haar gestelde toename van het aantal leerlingen voor het aankomende schooljaar niet met objectieve stukken onderbouwd, haalt zij ook met haar prognose in schooljaar 2026/2027 de halverwegenorm bij lange na niet en volgt uit geen van de door de stichting gemaakte prognoses dat de school in 2029 beschikt over de benodigde 262 leerlingen. Daarbij is het de vraag of de stichting er in de prognoses terecht van uitgaat dat een derde van de leerlingen uit de nieuwbouwwijk Wilderszijde zich bij haar zal aanmelden, gelet op het grote en diverse aanbod van scholen in de directe omgeving en de gemeente Lansingerland.

Conclusie

7.       Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

8.       De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Rietveld, griffier.

w.g. Daalder
voorzieningenrechter

w.g. Rietveld
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2026

1064


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon