Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202601395/1/A2

Uitspraak 202601395/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4603
Datum uitspraak
5 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij beslissing van 2 december 2025 heeft de examinator aan [appellant] voor het vak Duurzaamheid (3012DZH1VY) het resultaat NAV (niet aan verplichtingen voldaan) toegekend. Bij beslissing van 24 maart 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] volgt de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. In het voorjaarsemester van studiejaar 2024-2025 heeft hij deelgenomen aan het vak Amsterdam Law Firm 2.2 (ALF 2.2). [appellant] heeft twee onderdelen van dit vak, namelijk ‘mondeling communiceren’ en ‘juridisch onderzoek doen’, niet behaald. Het voldoen aan alle toetsonderdelen van ALF 2.2 is voorwaarde om voor het vak Duurzaamheid 6 EC toegekend te kunnen krijgen. De registraties van de in het voorjaar behaalde resultaten zijn pas op 2 december 2025 in het cijfersysteem verwerkt. Het is voor [appellant] op dat moment pas duidelijk geworden dat hij voor het vak Duurzaamheid als resultaat NAV heeft gekregen waarmee de toekenning van studiepunten voor dat vak is komen te vervallen. [appellant] vindt het merkwaardig dat na vijf maanden het resultaat van het vak Duurzaamheid ten nadele van een student kan worden aangepast en heeft daarom administratief beroep ingesteld.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202601395/1/A2.
Datum uitspraak: 5 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,

en

het college van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam,
verweerder.

Procesverloop

Bij beslissing van 2 december 2025 heeft de examinator aan [appellant] voor het vak Duurzaamheid (3012DZH1VY) het resultaat NAV (niet aan verplichtingen voldaan) toegekend.

Bij beslissing van 24 maart 2026 heeft het CBE het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze beslissing heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het CBE heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 23 juni 2026, waar [appellant] en het CBE, vertegenwoordigd door A. van der Weerd-Kramer LLB, zijn verschenen. Ook is de examencommissie, vertegenwoordigd door prof. dr. A.F. Salomons, gehoord.

Overwegingen

1.       Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.

Inleiding

2.       [appellant] volgt de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. In het voorjaarsemester van studiejaar 2024-2025 heeft hij deelgenomen aan het vak Amsterdam Law Firm 2.2 (ALF 2.2). [appellant] heeft twee onderdelen van dit vak, namelijk ‘mondeling communiceren’ en ‘juridisch onderzoek doen’, niet behaald. Het voldoen aan alle toetsonderdelen van ALF 2.2 is voorwaarde om voor het vak Duurzaamheid 6 EC toegekend te kunnen krijgen. De registraties van de in het voorjaar behaalde resultaten zijn pas op 2 december 2025 in het cijfersysteem verwerkt. Het is voor [appellant] op dat moment pas duidelijk geworden dat hij voor het vak Duurzaamheid als resultaat NAV heeft gekregen waarmee de toekenning van studiepunten voor dat vak is komen te vervallen. [appellant] vindt het merkwaardig dat na vijf maanden het resultaat van het vak Duurzaamheid ten nadele van een student kan worden aangepast en heeft daarom administratief beroep ingesteld.

De bestreden beslissing

3.       Het CBE heeft de beoordeling van het vak Duurzaamheid in stand gelaten. Aan die beslissing heeft het CBE ten grondslag gelegd dat de examinator gelet op artikel 7.12b, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) en artikel 2.2 en 4.2, tweede lid, van het Examenreglement, verplicht was om het foutieve tentamenresultaat te herstellen. [appellant] had kunnen en moeten weten dat hij niet voldeed aan de voorwaarde om in aanmerking te komen voor toekenning van 6 EC voor het vak Duurzaamheid omdat hij het vak ALF 2.2 niet met succes had afgerond. Uit zijn e-journal-overzicht bleek duidelijk dat hij twee onderdelen van ALF 2.2 niet heeft behaald. Dat de correctie van de registratie van het vak Duurzaamheid met zich brengt dat hij AFL 2.2 over moet doen om alsnog 6 EC toegekend te krijgen, is niet onevenredig, aldus het CBE. Hoewel [appellant] heeft betoogd dat het volgen van het ALF 2.2 veel tijdsinvestering van hem heeft gevraagd, heeft het vak een beperkte studielast. De mogelijke nadelige gevolgen die voortkomen uit de bestreden beslissing staan dan ook in redelijke verhouding met het beoogde doel van het herstel van het tentamenresultaat. De beoordeling van het vak ALF 2.2 is volgens het CBE vast komen te staan met de registratie in de e-journal. De gronden van [appellant] gericht tegen de beoordeling in ALF 2.2 zijn daarom niet inhoudelijk behandeld. Het CBE heeft de toekenning van het oordeel NAV dan ook in stand gelaten.

Het beroep en de beoordeling daarvan

4.       [appellant] betoogt dat het gaat om een administratieve fout die vijf maanden later is hersteld. Hij voert aan dat het onredelijk bezwarend is dat hij het gehele vak ALF 2.2 nu opnieuw moet doen vanwege het niet behalen van twee onderdelen, gelet op het intensieve karakter van het vak. Hoewel in de Onderwijs- en Examenregeling (OER) duidelijk is vermeld dat een herkansing niet mogelijk is, had deze bij wijze van compensatie toch moeten worden geboden. Daarnaast zijn de criteria voor het behalen van het vak ALF 2.2 volgens [appellant] onduidelijk omdat het programmatisch toetsen, met de registraties in onderdelen, bij dit vak volgens hem een proef is. Bij het onderdeel mondeling communiceren is in strijd gehandeld met de OER omdat in plaats van de voorgeschreven twee slechts één docent aanwezig was.

Mocht het resultaat gecorrigeerd worden?

5.       Gelet op artikel 7.12, tweede lid, van de WHW is het de taak van de examencommissie om te zorgen dat een student voldoet aan de voorwaarden die de OER stelt ten aanzien van kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad. Onderdeel van die taak is het waarborgen van de kwaliteit van tentamens en examens (artikel 7.12b, eerste lid, aanhef en onder a, van de WHW). Het is van groot algemeen belang dat alleen een diploma wordt afgeven aan een student die aan de eindtermen van de opleiding voldoet. Dat dit kan betekenen dat resultaten op een later moment gecorrigeerd worden, volgt ook uit vaste rechtspraak van het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs, zie bijvoorbeeld de uitspraken van 11 mei 2022, CBHO 2022/030 en 27 november 2020, CBHO 2020/089. Dat in tegenstelling tot die zaken in onderhavig geval geen sprake is van frauduleus handelen door de student maar een administratieve fout bij de registratie van het resultaat, maakt dat niet anders. Bovendien hoeft [appellant] alleen ALF 2.2 te herkansen en blijven de behaalde deelcijfers van het vak Duurzaamheid geldig.

5.1.    [appellant] had naar het oordeel van de Afdeling al kunnen weten dat hij ALF 2.2 niet met succes had afgerond en hij daarmee niet voldeed aan de voorwaarde voor toekenning van 6 EC voor het vak Duurzaamheid. In het e-journal-overzicht, waarin de beoordeling van de onderdelen zijn opgenomen, is duidelijk te zien dat twee onderdelen niet zijn voldaan. Deze wijze van programmatisch toetsen met opdrachten in een portfolio waarvan de resultaten in het e-journal worden geregistreerd is voldoende duidelijk. De examencommissie heeft op zitting bij de Afdeling toegelicht dat hoewel de OER duidelijk is over herkansingen, bereidheid bestond om met [appellant] in gesprek te treden voor een oplossing. Toen tijdens het gesprek bleek dat het niet om één maar twee onderdelen ging, heeft de examencommissie geconcludeerd dat [appellant] ALF 2.2 toch in het geheel over moet overdoen. Het CBE heeft dan ook de correctie van het resultaat voor het vak Duurzaamheid terecht in stand gelaten.

De bezwaren gericht tegen de beoordeling van ALF 2.2

6.       Het CBE heeft zich in de beslissing van 24 maart 2026 en in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat de inhoudelijke gronden gericht tegen de beoordeling van ALF 2.2 niet hoefden te worden behandeld omdat alleen het resultaat van Duurzaamheid is gecorrigeerd. Het resultaat van ALF 2.2 was eerder vastgesteld. Volgens het CBE had [appellant] op dat moment zijn administratief beroep moeten instellen. [appellant] betoogt dat het eindresultaat niet eerder duidelijk en officieel is bekendgemaakt en hij dus niet eerder tegen de beoordeling in (administratief) beroep kon komen.

6.1.    Uit de studiegids volgt dat het vaardighedenvak ALF 2.2 en het projectvak Duurzaamheid met elkaar zijn verbonden. De studiepunten worden pas toegekend wanneer beide vakken zijn behaald. Hoewel alleen voor Duurzaamheid zes studiepunten worden toegekend, heeft de examencommissie op zitting bij de Afdeling toegelicht dat de studiebelasting voor die zes studiepunten verdeeld is over beide vakken. Ook heeft de examencommissie toegelicht dat de bekendmaking van het eindresultaat pas plaatsvindt met de registratie in het Studenten Informatie Systeem (SIS). Dat maakt dat er naar het oordeel van de Afdeling sprake is van één eindresultaat en dat de registraties wel of niet voldaan van de verschillende vaardigheden binnen ALF 2.2 moeten worden gezien als een waardering van een onderdeel van het vak Duurzaamheid.

6.2.    Het is vaste rechtspraak dat de waardering van een onderdeel van een vak - waarmee het eindcijfer van dat vak dus nog niet is bepaald - geen beslissing is van een examinator of examencommissie, als bedoeld in artikel 7.61, eerste lid, aanhef en onder e, van de WHW. Zie de uitspraak van het CBHO van 7 januari 2015, CBHO 2014/173. Dat betekent dat [appellant] pas tegen het eindresultaat van het vak een rechtsmiddel kon instellen. Het CBE heeft dan ook ten onrechte niet beslist op de beroepsgronden van [appellant] gericht tegen de beoordeling van ALF 2.2.

6.3.    Dit betoog slaagt.

Conclusie

7.       Het beroep is gegrond voor dit is gericht op de beoordeling van ALF 2.2. De Afdeling zal het CBE opdragen om hierover een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen. Daartoe zal de Afdeling een termijn stellen. Het beroep is ongegrond voor zover dit is gericht op de aanpassing van het resultaat voor Duurzaamheid.

8.       Het CBE moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het beroep gegrond, voor zover het gaat over de beoordeling van ALF 2.2;

II.       vernietigt de beslissing van het college van beroep voor de examens van 24 maart 2026, met kenmerk 2026-000850, voor zover daarin geen oordeel is gegeven over de beoordeling van ALF 2.2;

III.      verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

IV.     draagt het college van beroep voor de examens op om binnen 6 weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen in zoverre een nieuwe beslissing te nemen;

V.      gelast dat het college van beroep voor de examens aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 54,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder , lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk, griffier.

w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2026

705-1043

BIJLAGE

Wettelijk kader

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Artikel 7.12. Examencommissie

[…]

2. De examencommissie is het orgaan dat op objectieve en deskundige wijze vaststelt of een student voldoet aan de voorwaarden die de onderwijs- en examenregeling stelt ten aanzien van kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad als bedoeld in artikel 7.10a.

Artikel 7.12b. Taken en bevoegdheden examencommissie

1. Naast de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 7.11 en 7.12, tweede lid, heeft een examencommissie de volgende taken en bevoegdheden:

a. het borgen van de kwaliteit van de tentamens en examens onverminderd artikel 7.12c,

b. het vaststellen van richtlijnen en aanwijzingen binnen het kader van de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13, om de uitslag van tentamens en examens te beoordelen en vast te stellen,

c. het door de meest daarvoor in aanmerking komende examencommissie verlenen van toestemming aan een student om een door die student samengesteld programma als bedoeld in artikel 7.3j te volgen, waarvan het examen leidt tot het verkrijgen van een graad, waarbij de examencommissie tevens aangeeft tot welke opleiding van de instelling dat programma wordt geacht te behoren voor de toepassing van deze wet,

d. het verlenen van vrijstelling voor het afleggen van één of meer tentamens, en

e. het borgen van de kwaliteit van de organisatie en de procedures rondom tentamens en examens.

[…]

Artikel 7.61. Bevoegdheid college van beroep voor de examens

1. Het college van beroep voor de examens is bevoegd ten aanzien van de volgende beslissingen:

[…]

e. beslissingen van examencommissies en examinatoren,

[…]

Examenreglement 2025-2026 van de faculteit der rechtsgeleerdheid

Artikel 2.2 - Taken Examencommissie

De taken van de Examencommissie zijn geregeld in de wet. Zij omvatten:

• Het op objectieve en deskundige wijze vaststellen of een student voldoet aan de voorwaarden die de OER stelt ten aanzien van kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad;

• Het borgen van de kwaliteit van tentamens en examens: de Examencommissie laat zich hierin bijstaan door de Toetscommissie;

• Het vaststellen van richtlijnen en aanwijzingen binnen het kader van de OER om de uitslag van de tentamens en examens te beoordelen en vast te stellen;

• Het verlenen van vrijstellingen voor het afleggen van een of meer tentamens;

• Het treffen van maatregelen in geval van fraude en plagiaat;

• Het aanwijzen van examinatoren voor het afnemen van tentamens en het vaststellen van de uitslag daarvan;

• Het uitreiken van het getuigschrift, met daaraan toegevoegd het diplomasupplement, ten bewijze dat het examen met goed gevolg is afgelegd;

• Het verlenen van toestemming aan een student om een vrij onderwijsprogramma te volgen, waarvan het examen leidt tot het verkrijgen van een graad;

• Het uitreiken van een verklaring van behaalde tentamens aan degene die meer dan een tentamen met goed gevolg heeft afgelegd, maar aan wie niet een getuigschrift kan worden uitgereikt;

• Het jaarlijks opstellen van een verslag van haar werkzaamheden.

Artikel 4.2 - Kwaliteitsborging

[…]

2. Correcte toetsing, dat wil zeggen de vorming van een juist oordeel over de kennis, inzicht en vaardigheden van de student, dient door de examinator te allen tijde en onder alle omstandigheden te worden gewaarborgd.

[…]


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon