Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202300680/1/R4

Uitspraak 202300680/1/R4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4412
Datum uitspraak
29 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan ProRail B.V. een last onder dwangsom opgelegd, wegens overschrijding van de geluidgrenswaarden voor het maximaal geluidsniveau die op grond van de omgevingsvergunning van 24 mei 2011 gelden voor haar inrichting aan de Atoomweg in Utrecht. ProRail heeft een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een spoorwegemplacement aan de Atoomweg op het industrieterrein Lage Weide in Utrecht. Het emplacement heeft een laad- en loskade aan de Uraniumweg. In deze procedure is van belang dat [bedrijf]. gebruik maakt van het emplacement voor de overslag van stenen. [appellant] woont aan de [locatie], tegenover de laad- en loskade, en exploiteert daar een autogarage. Hij heeft last van geluid- en stofhinder als gevolg van de overslag van stenen van treinstellen op vrachtwagens. Op 27 juli 2021 heeft hij het college verzocht om daartegen handhavend op te treden.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
  • Persaankondiging
Volledige tekst

202300680/1/R4.
Datum uitspraak: 29 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Utrecht,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 23 december 2022 in zaak nr. 22/2118 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.

Procesverloop

Bij besluit van 15 oktober 2021 heeft het college aan ProRail B.V. een last onder dwangsom opgelegd, wegens overschrijding van de geluidgrenswaarden voor het maximaal geluidsniveau die op grond van de omgevingsvergunning van 24 mei 2011 gelden voor haar inrichting aan de Atoomweg in Utrecht.

Bij brief van 22 november 2021 heeft het college, onder verwijzing naar het besluit van 15 oktober 2021, aan [appellant] meegedeeld dat zijn verzoek om handhavend op te treden is toegewezen. Deze brief en het besluit van 15 oktober 2021 vormen samen het besluit op het handhavingsverzoek en zullen hierna worden aangeduid als "het handhavingsbesluit".

Bij besluit van 7 april 2022 heeft het college besloten op het door [appellant] gemaakte bezwaar en het handhavingsbesluit in stand gelaten.

Bij uitspraak van 23 december 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de Staat der Nederlanden (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aangemerkt als partij in deze procedure.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 8 juli 2026, waar [appellant], vertegenwoordigd door drs. C. van Oosten, en het college, vertegenwoordigd door mr. S.E. Silbermann, zijn verschenen. Verder is op de zitting ProRail, vertegenwoordigd door mr. J.A.A. Sandbrink en [gemachtigde], gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet een overtreding heeft plaatsgevonden, is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en vóór dat tijdstip een last onder dwangsom is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, dan blijft op grond van artikel 4.23, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet op die opgelegde last onder dwangsom het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet van toepassing tot het tijdstip waarop de last volledig is uitgevoerd, de dwangsom volledig is verbeurd en betaald, of de last is opgeheven.

Bij besluit van 15 oktober 2021 heeft het college aan ProRail een last onder dwangsom opgelegd. Dat betekent dat in dit geval de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2.       ProRail heeft een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een spoorwegemplacement aan de Atoomweg op het industrieterrein Lage Weide in Utrecht. Het emplacement heeft een laad- en loskade aan de Uraniumweg. In deze procedure is van belang dat [bedrijf]. gebruik maakt van het emplacement voor de overslag van stenen.

[appellant] woont aan de [locatie], tegenover de laad- en loskade, en exploiteert daar een autogarage. Hij heeft last van geluid- en stofhinder als gevolg van de overslag van stenen van treinstellen op vrachtwagens. Op 27 juli 2021 heeft hij het college verzocht om daartegen handhavend op te treden.

2.1.    Al op 28 september 2020 is tijdens een controle een overschrijding geconstateerd van de geluidgrenswaarde voor het maximaal geluidsniveau in voorschrift 1.2 van de omgevingsvergunning van 24 mei 2011. Het college heeft daarom op 9 oktober 2020 een waarschuwing aan ProRail gegeven. Op 25 juli 2021 heeft opnieuw een controle plaatsgevonden en is wederom een overschrijding geconstateerd. Vervolgens heeft het college bij brief van 13 augustus 2021 aan ProRail kenbaar gemaakt dat het voornemens is handhavend op te treden. Daarna is bij het besluit van 15 oktober 2021 aan ProRail een last onder dwangsom opgelegd wegens de overtreding van vergunningvoorschrift 1.2.

In het besluit van 15 oktober 2021 staat dat [bedrijf] op 29 juli 2021 per e-mail aan het college heeft laten weten dat de laatst geplande trein op die dag is gelost en er voorlopig geen nieuwe treinen binnen de inrichting zullen worden gelost of overgeslagen. Volgens het college is daarmee de overtreding voorlopig ongedaan gemaakt. Desalniettemin heeft het college toen besloten een last onder dwangsom op te leggen om te voorkomen dat er opnieuw een overschrijding van de geluidgrenswaarde optreedt, mochten er weer treinen binnen de inrichting worden gelost of overgeslagen.

Ingetrokken betoog

3.       Op de zitting heeft [appellant] zijn betoog over de hoogte van de dwangsom ingetrokken.

Stofoverlast

4.       De rechtbank heeft overwogen dat het handhavingsbesluit een gebrek heeft doordat daarin enkel wordt ingegaan op de geluidoverlast en niet is besloten op het verzoek van [appellant] om ook handhavend op te treden tegen de stofoverlast. Volgens de rechtbank is dit gebrek echter hersteld bij het besluit op bezwaar van 7 april 2022, omdat daarin wel is ingegaan op de door [appellant] ervaren stofoverlast. In dat besluit heeft het college zich op het standpunt gesteld dat op dat moment de overslag van stenen - de activiteit waarop het handhavingsverzoek zag en waardoor [appellant] geluid- en stofoverlast ondervond - definitief was gestaakt, zodat de overlast daardoor was beëindigd en er geen overtreding meer was waartegen handhavend kon worden opgetreden. Het bezwaar van [appellant] gaf het college dan ook geen aanleiding om het handhavingsbesluit te wijzigen. De rechtbank heeft vastgesteld dat er na 29 juli 2021, toen de laatste trein is gelost, inderdaad geen sprake meer was van een overtreding. Over het betoog van [appellant] dat er na het nemen van het besluit op bezwaar in juli 2022 opnieuw overlast heeft plaatsgevonden, heeft de rechtbank overwogen dat dat niet betrokken kan worden bij de beoordeling van het besluit op bezwaar. Daarbij merkt de rechtbank ten overvloede op dat ProRail op de zitting heeft verklaard dat die overlast werd veroorzaakt door werkzaamheden die zagen op onderhoud van het spoor en dat het college voor die werkzaamheden een vrijstelling had verleend van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 (APV).

5.       [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het gebrek met betrekking tot de stofoverlast is hersteld in het besluit op bezwaar. Volgens hem kan overlast door stof ook optreden als er maatregelen worden genomen om de geluidoverlast terug te dringen. Verder betoogt hij dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de overlast is geëindigd als gevolg van de opgelegde last. Volgens hem kan dat ten eerste niet het gevolg zijn van de last onder dwangsom, omdat het voornemen tot het opleggen daarvan pas op 13 augustus 2021 is gestuurd, nadat het laatste transport had plaatsgevonden. Ten tweede wijst hij erop dat [bedrijf] slechts heeft laten weten dat er ‘voorlopig’ geen nieuwe treinen zullen worden gelost of overgeslagen. Daarbij licht hij toe dat het vaker voorkomt dat er enkele maanden geen activiteiten plaatsvinden en daarna weer wel. Volgens hem is dat ook nu gebeurd en werd het emplacement in juli 2022 weer gebruikt voor de overslag van stenen zonder maatregelen tegen geluid- en stofoverlast.

5.1.    De Afdeling stelt vast dat het handhavingstraject al van start was gegaan voordat [appellant] om handhaving verzocht. Naar aanleiding van de geluidmetingen op 28 september 2020 is op 9 oktober 2020 een waarschuwingsbrief gestuurd, waarin staat dat als gevolg van de overslag van goederen van een trein naar vrachtwagens de geldende geluidgrenswaarde voor het maximaal geluidsniveau werd overschreden. In deze brief is aangekondigd dat nieuwe controles zullen worden uitgevoerd en dat handhavend zal worden opgetreden als de overtreding blijft bestaan. Op 25 juli 2021 is opnieuw een geluidmeting verricht en is opnieuw een overschrijding gemeten bij het overslaan van grind. Vervolgens heeft [bedrijf] op 29 juli 2021 aan het college laten weten dat er voorlopig geen nieuwe treinen binnen de inrichting zullen worden gelost of overgeslagen. Op de zitting heeft ProRail bevestigd dat de transporten toen zijn beëindigd omdat de overslag van stenen niet mogelijk bleek te zijn binnen de geldende geluidgrenswaarden. ProRail heeft daarbij toegelicht dat is onderzocht of de overslag van stenen elders op het emplacement of met het treffen van akoestische maatregelen kon worden voortgezet, maar dat dat niet mogelijk was.

De rechtbank heeft terecht overwogen dat met het vertrekken van de laatste trein op 29 juli 2021 zowel de geluidoverlast als de stofoverlast als gevolg van de overslag van stenen is beëindigd. Hoewel dat niet het gevolg was van de last onder dwangsom die pas op 15 oktober 2021 werd opgelegd, was het wel het gevolg van de geluidmetingen die zijn verricht in het kader van het al eerder ingezette handhavingstraject dat later heeft geresulteerd in het opleggen van die last onder dwangsom. Omdat toen is gebleken dat de overslag van stenen niet mogelijk was binnen de geldende geluidgrenswaarden, is die activiteit definitief beëindigd. Als gevolg van de op 15 oktober 2021 opgelegde last, kon de overslag van stenen zoals die eerder plaatsvond en overlast veroorzaakte, daarna ook niet meer op die manier worden hervat zonder dat een dwangsom zou worden verbeurd. De veronderstelling van [appellant] dat de stofoverlast die hij daardoor ondervond, nog steeds kan optreden, is dan ook onjuist. De rechtbank is er terecht van uitgegaan dat de overslag van stenen definitief was beëindigd en dat er daardoor dus ook geen geluid- en stofoverlast meer zou optreden. Daarbij heeft de rechtbank er terecht op gewezen dat de overlast die in juli 2022 optrad, niet werd veroorzaakt door het lossen van stenen in het kader van het in werking zijn van het spoorwegemplacement, maar door werkzaamheden aan het spoor, waarvoor bij besluit van 21 juni 2022 ontheffing was verleend.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

6.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

7.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Schadevergoeding overschrijding redelijke termijn

8.       [appellant] heeft de Afdeling verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

8.1.    De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste vier jaar redelijk. Hierbij wordt een half jaar gerekend voor de behandeling van het bezwaar, anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep en twee jaar voor de behandeling van het hoger beroep. De termijn begint op het moment van ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuursorgaan.

Het college heeft het bezwaarschrift van [appellant] ontvangen op 29 november 2021. De redelijke termijn is in deze procedure dus met acht maanden overschreden. Deze overschrijding moet aan de Afdeling worden toegerekend.

De Afdeling hanteert een forfaitaire vergoeding van € 500,00 per half jaar waarmee de redelijke termijn is overschreden. Daarmee wordt de schadevergoeding vastgesteld op € 1.000,00.

8.2.    De Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) moet aan [appellant] een schadevergoeding betalen wegens overschrijding van de redelijke termijn.

8.3.    De Staat moet de proceskosten vergoeden die [appellant] heeft gemaakt in verband met het verzoek om schadevergoeding. De Afdeling zal bij de berekening de wegingsfactor 0,5 (licht) hanteren.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.       wijst het verzoek om schadevergoeding toe;

III.      veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) om aan [appellant] een schadevergoeding van € 1.000,00 te betalen;

IV.     veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het verzoek om schadevergoeding opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 467,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. A.B. Blomberg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. Kors, griffier.

w.g. Blomberg
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Kors
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2026

687-1187

Persaankondiging

Dwangsom ProRail vanwege overlast spoorwegemplacement Atoomweg Utrecht

Uitspraak over de dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft opgelegd aan ProRail vanwege het overschrijden van het maximaal toegestane geluidsniveau. ProRail heeft een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een spoorwegemplacement aan de Atoomweg op het industrieterrein Lage Weide in Utrecht. Het emplacement heeft een laad- en loskade aan de Uraniumweg. In deze procedure is van belang dat een bedrijf gebruikmaakt van het emplacement voor de overslag van stenen. Een autogarage aan de Uraniumweg tegenover de laad- en loskade heeft last van geluid- en stofhinder door de overslag van stenen van treinstellen op vrachtwagens. Daarom heeft de autogarage de gemeente om handhaving verzocht. Maar de autogarage vindt de opgelegde dwangsom niet voldoende en is daarom in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Die heeft de zaak op 8 juli 2026 op zitting behandeld.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon