Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202503364/1/R4

Uitspraak 202503364/1/R4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4396
Datum uitspraak
29 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 januari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad zijn beslissing om op 2 januari 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2020 van de gemeente Zaanstad in samenhang met het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 210,00, voor rekening van [appellante] komen. [appellante] betoogt dat het college het besluit ondeugdelijk heeft gemotiveerd. Zij voert aan dat in het besluit staat dat de doos naast de container is aangetroffen, terwijl de doos op de foto’s in een container is geplaatst. Daarmee heeft het college volgens haar bevestigd dat de doos correct is weggegooid. [appellante] betoogt dat het college haar niet als overtreder had mogen aanmerken zonder eerst onderzoek te verrichten. Het college had onderzoek moeten verrichten naar haar precieze omstandigheden en had haar zorgondersteuner, die de doos voor haar heeft weggebracht, om een verklaring moeten vragen. Dat het college [appellante] verantwoordelijk houdt voor het verkeerd aanbieden van de doos zonder dat dit onderzoek is verricht, is volgens [appellante] in strijd met het zorgvuldigheidbeginsel.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202503364/1/R4.
Datum uitspraak: 29 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend in Zaandam, gemeente Zaanstad,
appellante,

en

het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 januari 2025 heeft het college zijn beslissing om op 2 januari 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2020 van de gemeente Zaanstad in samenhang met het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 210,00, voor rekening van [appellante] komen.

Bij besluit van 21 mei 2025 heeft het college beslist op het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar en het besluit van 7 januari 2025 in stand gelaten.

Tegen het besluit van 21 mei 2025 heeft [appellante] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 12 december 2025, waar het college, vertegenwoordigd door mr. F.P. Brouwer en A.P.S. Beekman, is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 2 januari 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse papiercontainer (hierna: de container) ter hoogte van de Tuiniersstraat in Zaandam.

Motivering

2.       [appellante] betoogt dat het college het besluit ondeugdelijk heeft gemotiveerd. Zij voert aan dat in het besluit staat dat de doos naast de container is aangetroffen, terwijl de doos op de foto’s in een container is geplaatst. Daarmee heeft het college volgens haar bevestigd dat de doos correct is weggegooid.

2.1.    Het college heeft toegelicht dat het aangetroffen afval eerst door de toezichthouder is gefotografeerd, waarna de zakken en dozen zijn verplaatst naar de aanhanger van het voertuig van de toezichthouder. Daar is het afval onderzocht en is de adresdrager gefotografeerd. De foto waar [appellante] naar verwijst, is volgens het college een foto van de doos in het voertuig waarmee het afval is afgevoerd en dus geen foto van de doos in een container.

2.2.    Op de zitting heeft het college de werkwijze van de toezichthouder nogmaals uitgelegd en is vastgesteld dat op de foto waarnaar [appellante] verwijst de doos in het voertuig te zien is en niet in een container.

Het betoog slaagt niet.

Overtreding

3.       [appellante] betoogt dat het college haar niet als overtreder had mogen aanmerken zonder eerst onderzoek te verrichten. Het college had onderzoek moeten verrichten naar haar precieze omstandigheden en had haar zorgondersteuner, die de doos voor haar heeft weggebracht, om een verklaring moeten vragen. Dat het college [appellante] verantwoordelijk houdt voor het verkeerd aanbieden van de doos zonder dat dit onderzoek is verricht, is volgens [appellante] in strijd met het zorgvuldigheidbeginsel.

3.1.    Indien verkeerd aangeboden huishoudelijk afval tot een bepaalde persoon is te herleiden mag er volgens vaste rechtspraak van de Afdeling van worden uitgegaan dat dit afval door de betrokkene op onjuiste wijze ter inzameling is aangeboden en dat hij derhalve de overtreder is (het bewijsvermoeden). Zie voor een uiteenzetting van deze rechtspraak de uitspraak van 18 juli 2018, 201702617/1/A1.

Op grond van dit bewijsvermoeden is de enkele omstandigheid dat de aangetroffen afvalstoffen tot een persoon te herleiden zijn, in beginsel voldoende om diegene als overtreder aan te merken. Het is vervolgens aan diegene om het bewijsvermoeden te ontkrachten. De daarbij te hanteren maatstaf is of dat wat de betrokkene daartegen aanvoert de juistheid van dat vermoeden in twijfel doet trekken. De betrokkene hoeft dus niet te bewijzen dat hij niet de overtreder was. Ontstaat voldoende twijfel of de als overtreder aangemerkte persoon daadwerkelijk verantwoordelijk is voor het plaatsen van de afvalstoffen, dan is daarmee het bewijsvermoeden ontkracht. Het bestuursorgaan kan in dat geval aan de op hem rustende bewijslast voldoen door aannemelijk te maken dat de betrokkene toch de overtreder is. Daarvoor is dan meer nodig dan het enkel wijzen op de omstandigheden die ten grondslag lagen aan de toepassing van het bewijsvermoeden.

3.2.    Door het adreslabel is de doos tot [appellante] te herleiden. Dit betekent dat het college mag aannemen dat zij de overtreder is, tenzij door wat zij aanvoert voldoende twijfel ontstaat of zij daadwerkelijk verantwoordelijk is voor het verkeerd aanbieden van de doos. Naar het oordeel van de Afdeling heeft [appellante] onvoldoende twijfel gezaaid om het bewijsvermoeden te ontkrachten en heeft het college [appellante] daarom terecht als overtreder aangemerkt. Daarom was er geen reden voor nader onderzoek door het college. Het besluit is dus niet voorbereid in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.

Het betoog slaagt niet.

Kostenverhaal

4.       [appellante] is het er niet mee eens dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor haar rekening komen. Zij voert aan dat de handeling het gevolg was van een vergissing door haar nieuwe zorgondersteuner die namens haar handelde. Haar zorgondersteuner was niet op de hoogte van de lokale regelgeving en had niet de intentie om de regels te overtreden. In andere gemeenten worden afvalcontainers volgens [appellante] voorzien van duidelijke waarschuwingsborden waarin de consequenties van het onjuist aanbieden van afval worden vermeld, terwijl dergelijke waarschuwingen op de containers in Zaandam ontbreken.

4.1.    Doordat de doos verkeerd is aangeboden, heeft het college kosten moeten maken voor het verwijderen daarvan. In beginsel behoren die kosten voor rekening van de overtreder te komen. De omstandigheid dat er geen waarschuwing op de containers staat, doet er niet aan af dat het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2020 van de gemeente Zaandam is om oud papier naast een inzamelvoorziening aan te bieden. Gelet hierop bestaat er geen aanleiding voor het oordeel dat de door het college gemaakte kosten redelijkerwijze niet of niet geheel voor haar rekening behoren te komen.

Het betoog slaagt niet.

Direct spoedeisende bestuursdwang toegepast

5.       [appellante] betoogt dat het college het huisvuil niet meteen zelf hoefde te verwijderen, maar eerst een waarschuwing had kunnen geven of haar in de gelegenheid had kunnen stellen het huisvuil zelf op te ruimen. Volgens haar veroorzaakte de doos namelijk geen overlast. Het college heeft volgens haar niet aangetoond dat de situatie dusdanig spoedeisend was dat het proportioneel was om kosten te verhalen zonder eerst te waarschuwen.

5.1.    Het college heeft zich in het besluit van 21 mei 2025 op het standpunt gesteld dat verkeerd aangeboden huisvuil het gemeentelijk beleid, gericht op het schoon houden van de stad, ernstig verstoort, een vuilaantrekkende werking heeft en in algemene zin vervuiling van de openbare weg tot gevolg heeft. Ter voorkoming en ongedaanmaking van deze negatieve gevolgen, stelt het college een spoedeisend belang te hebben bij de directe verwijdering van verkeerd aangeboden huisvuil.

Naar het oordeel van de Afdeling mocht het college zich vanwege deze negatieve gevolgen op het standpunt stellen dat verkeerd aangeboden huisvuil direct moet worden verwijderd, zodat niet eerst een waarschuwing kan worden gegeven.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

6.       Het beroep is ongegrond.

7.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. G.O. van Veldhuizen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Schmidt, griffier.

w.g. Van Veldhuizen
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schmidt
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2026

1133


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon