Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak BRS.26.000122

Uitspraak BRS.26.000122

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4214
Datum uitspraak
21 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.
  • Hoger beroep
  • Bewaring

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

BRS.26.000122
ECLI:NL:RVS:2026:4214
Datum uitspraak: 21 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 5 januari 2026 in zaak nr. NL25.62899 in het geding tussen:

[de betrokkene]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 22 december 2025 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 5 januari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. C. Chen, advocaat in Alkmaar, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.        De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat in het specifieke geval van betrokkene geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije bestaat. Voor betrokkene is op 16 mei 2023 een laissez-passeraanvraag verzonden naar de Algerijnse autoriteiten. Daarop is geen reactie gekomen. Anders dan de minister in zijn eerste grief betoogt, is de enkele omstandigheid dat de laissez-passeraanvraag zo lang duurt niet bepalend voor de vraag of zicht op uitzetting bestaat. Er moet gekeken worden naar alle omstandigheden van het geval. Hoewel in het nadeel van betrokkene meeweegt dat hij geen actieve en volledige medewerking verleent aan zijn terugkeer naar Algerije, is er in deze zaak geen enkel concreet aanknopingspunt waaruit blijkt dat de Algerijnse autoriteiten binnen afzienbare tijd een laissez-passer zullen verlenen. Ondanks maandelijks rappelleren door de minister is er sinds 16 mei 2023 nog altijd geen presentatie gepland voor betrokkene. Evenmin heeft de minister kunnen toelichten dat er contact is geweest met de Algerijnse autoriteiten over betrokkene. Nu de laissez-passeraanvraag al meer dan drie jaar loopt, is alleen maandelijks rappelleren niet meer voldoende. Door de lange duur van de laissez-passeraanvraag ontbreekt onder deze specifieke omstandigheden voor betrokkene zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije. De grief faalt.

2.        In de tweede grief klaagt de minister terecht dat de rechtbank bij de berekening van de proceskosten ten onrechte twee punten heeft toegekend: één voor het indienen van een beroepschrift en één voor het indienen van de beroepsgronden. Uit het Besluit proceskosten bestuursrecht volgt namelijk dat voor het indienen van een beroepschrift één punt wordt toegekend. Betrokkene heeft op 23 december 2025 een beroepschrift ingediend dat geen inhoudelijke gronden bevat. Daarom moeten de op 31 december 2025 ingediende beroepsgronden worden geacht deel uit te maken van het eerder ingediende beroepschrift. Dit betekent dat de tweede grief slaagt.

Conclusie

3.        Omdat de bewaring vanaf het begin onrechtmatig is geweest, bestaat voor ambtshalve toetsing door de Afdeling geen aanleiding. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover de rechtbank de minister heeft veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00. De Afdeling stelt vast dat dit € 934,00 moet zijn. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige. Omdat de maatregel al is opgeheven, is een bevel tot opheffing niet nodig. De minister hoeft de proceskosten in hoger beroep niet te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.        vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 5 januari 2026 in zaak nr. NL25.62899, voor zover de rechtbank de minister van Asiel en Migratie heeft veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00;

III.        bevestigt de uitspraak voor het overige;

IV.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 943,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. A. Kuijer, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.

w.g. Van Breda
voorzitter

w.g. Vos
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2026

644-1182


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon