Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202504375/1/R2

Uitspraak 202504375/1/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4286
Datum uitspraak
22 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] vanwege kamergewijze verhuur in strijd met het bestemmingsplan.Tijdens een controle heeft een toezichthouder van de gemeente vastgesteld dat op de bovenverdieping van de bedrijfsruimte direct achter de bedrijfswoning drie kamers worden verhuurd. Het college heeft na een hercontrole een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] vanwege kamergewijze verhuur in strijd met het bestemmingsplan. [appellant] heeft in bezwaar gevallen aangedragen, waarbij volgens [appellant] ook in strijd met het bestemmingsplan wordt gewoond, maar waarbij het college niet is overgegaan tot handhaving. Volgens [appellant] heeft het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel gehandeld door bij hem wel te handhaven. Het college heeft zich in het besluit op bezwaar op het standpunt gesteld dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
  • Persaankondiging
Volledige tekst

202504375/1/R2.
Datum uitspraak: 22 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Veldhoven,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 27 juni 2025 in zaak nr. 24/4038 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven.

Procesverloop

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft het college een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] vanwege kamergewijze verhuur in strijd met het bestemmingsplan.

Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 juni 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 30 oktober 2024 vernietigd, het besluit van 30 mei 2024 herroepen voor zover hierin een begunstigingstermijn is geboden en een begunstigingstermijn tot 1 januari 2026 bepaald. Verder heeft de rechtbank bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Bij mondelinge uitspraak van 23 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de begunstigingstermijn van de last die is opgelegd bij het besluit van 30 mei 2024 wordt verlengd totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

Het college heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op de zitting behandeld op 29 april 2026, waar [appellant], bijgestaan door mr. P.J.A. van de Laar, advocaat in Eindhoven, en het college, vertegenwoordigd door mr. A. Evers-van de Smagt en N.C.B. van Beusecom, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] heeft een bedrijf aan [locatie]. Op het perceel rust volgens het bestemmingsplan "De Run 2008, herziening I, 2010" de bestemming "Bedrijventerrein" met onder meer de aanduiding "bedrijfswoning". Dit bestemmingsplan maakt deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Veldhoven. Om het wat betreft terminologie niet onnodig ingewikkeld te maken, zal de Afdeling in het vervolg van de uitspraak echter nog steeds spreken over het bestemmingsplan.

Tijdens een controle heeft een toezichthouder van de gemeente vastgesteld dat op de bovenverdieping van de bedrijfsruimte direct achter de bedrijfswoning drie kamers worden verhuurd. Het college heeft na een hercontrole een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] vanwege kamergewijze verhuur in strijd met het bestemmingsplan. [appellant] heeft in bezwaar gevallen aangedragen, waarbij volgens [appellant] ook in strijd met het bestemmingsplan wordt gewoond, maar waarbij het college niet is overgegaan tot handhaving. Volgens [appellant] heeft het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel gehandeld door bij hem wel te handhaven. Het college heeft zich in het besluit op bezwaar op het standpunt gesteld dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. Het college heeft toegelicht dat ten aanzien van een aantal van de door [appellant] genoemde gevallen geen overtreding is geconstateerd en dat bij een aantal andere gevallen wel een overtreding is geconstateerd, maar dat de overtreding wordt aangemerkt als een zogenoemde prioriteit 2.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel, voor zover de handelwijze van het college in het geval van [appellant] verschilt van de handelwijze ten aanzien van de door [appellant] in bezwaar aangedragen gevallen. Het college heeft namelijk geen goede verklaring gegeven waarom er zo snel bij [appellant] is opgetreden met de hoogste prioriteit (prioriteit 1), in relatie tot anderen. Het college is echter volgens de rechtbank nog steeds bevoegd om handhavend op te treden bij [appellant] en het is voldoende aannemelijk dat het college handhavend zal gaan optreden tegen andere gevallen van illegale kamerbewoning, waaronder de adressen die [appellant] heeft aangedragen. In zoverre slaagt het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet. De rechtbank heeft aanleiding gezien om, zelf voorziend, de begunstigingstermijn te verlengen tot 1 januari 2026.

Is sprake van een overtreding?

3. Niet in geschil is dat de kamerverhuur in strijd is met artikel 6.1.1, onder b, en artikel 1.21 van het bestemmingsplan en een overtreding is van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet. Het college was daarom bevoegd om handhavend op te treden.

3.1. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:678, geldt bij handhavingsbesluiten bij de toets aan het evenredigheidsbeginsel de maatstaf van de zogeheten Harderwijk-uitspraak (uitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285). Daarbij geldt als uitgangspunt dat het algemeen belang gediend is met handhaving en dat om die reden in de regel tegen een overtreding moet worden opgetreden. Handhaving blijft dus voorop staan. Handhavend optreden is alleen onevenredig als er in het concrete geval omstandigheden zijn waaraan een zodanig zwaar gewicht toekomt dat het algemeen belang dat gediend is met handhaving daarvoor moet wijken. Dan is er een bijzonder geval waarin toch van handhavend optreden moet worden afgezien. Een bijzonder geval kan zich bijvoorbeeld voordoen bij concreet zicht op legalisatie, maar ook andere omstandigheden van het concrete geval kunnen leiden tot het oordeel dat er een bijzonder geval is.

Andere redenen om van handhavend optreden af te zien kunnen zich bijvoorbeeld voordoen bij een schending van het gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel.

Het hoger beroep

4. [appellant] betoogt primair dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak heeft voorzien door een begunstigingstermijn tot 1 januari 2026 te bepalen. Subsidiair betoogt [appellant] dat als de rechtbank dan toch zelf een begunstigingstermijn had mogen vaststellen, de rechtbank die termijn had moeten vaststellen op het tijdstip waarop het college daadwerkelijk handhavend zou optreden met betrekking tot de door [appellant] naar voren gebrachte gelijke situaties van kamerbewoning. Meer subsidiair betoogt hij dat de begunstigingstermijn op één jaar had moeten worden gesteld zodat het college een ruime periode krijgt om alsnog handhavend op te treden tegen andere overtreders en [appellant] daardoor niet meer in een ongelijke positie komt in vergelijking met de door hem naar voren gebrachte gevallen.

4.1. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het verschil in handelwijze ten aanzien van [appellant] en ten aanzien van soortgelijke gevallen onvoldoende heeft gemotiveerd. Het lag daarmee op de weg van het college om de motivering van het besluit aan te vullen of te verduidelijken. Daarbij had dan het college met een toereikende motivering een nadere (belangen)afweging moeten maken over de vraag of van handhavend optreden moet worden afgezien, en zo nee, over de lengte van de begunstigingstermijn. Gelet hierop bestond geen aanleiding voor de rechtbank om zelf in de zaak te voorzien door een begunstigingstermijn tot 1 januari 2026 te bepalen.

Het primaire betoog slaagt.

4.2. Aan het subsidiaire en meer subsidiaire betoog wordt niet toegekomen.

Tussenconclusie

5. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd, voor zover de rechtbank het besluit van 30 mei 2024 heeft herroepen voor zover hierin een begunstigingstermijn is geboden, de rechtbank een begunstigingstermijn tot 1 januari 2026 heeft bepaald en de rechtbank heeft bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het door haar vernietigde bestreden besluit.

Zelf in de zaak voorzien door de Afdeling?

6. Het college heeft zich in de schriftelijke uiteenzetting op het standpunt gesteld dat er geen aanleiding is om van handhaving af te zien. Het college heeft toegelicht dat inmiddels meer capaciteit beschikbaar is voor handhavingszaken, waaronder voor handhavingszaken met prioriteit 2. Het college heeft daarnaast toegelicht dat hij een lijst heeft opgesteld van adressen waarvan het college signalen heeft ontvangen die kunnen wijzen op illegale bewoning, waaronder de adressen die [appellant] heeft aangedragen. Het college heeft per adres aangegeven of er een overtreding is geconstateerd, en zo ja wanneer wordt gehandhaafd. In enkele gevallen is het college al overgegaan tot het opleggen van een (voornemen tot) een last onder dwangsom. Ter zitting heeft het college aangegeven hierbij als richtlijn een begunstigingstermijn van één jaar te hanteren.

De Afdeling ziet in deze nadere motivering aanleiding om te onderzoeken of de Afdeling zelf in de zaak kan voorzien.

7. Uit de schriftelijke uiteenzetting blijkt dat het college inmiddels, anders dan ten tijde van de rechtbankuitspraak, dezelfde handelwijze hanteert ten aanzien van handhavingszaken met prioriteit 2 als ten aanzien van handhavingszaken met prioriteit 1. Verder blijkt dat het college handhavend optreedt of binnen afzienbare tijd zal gaan optreden ten aanzien van de adressen die [appellant] heeft aangedragen en waarbij het college een overtreding heeft geconstateerd. Het college heeft dit op de zitting bevestigd. Gelet hierop heeft het college alsnog nader gemotiveerd waarom het verschil in prioritering er niet toe noopt dat het college in het geval van [appellant] van handhavend optreden moet afzien.

8. Gelet op het vorenstaande ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht alsnog zelf in de zaak te voorzien, op de wijze zoals hierna is vermeld onder 9.

9. De Afdeling zal een nieuwe begunstigingstermijn bepalen op 1 augustus 2027, hetgeen neerkomt op circa één jaar na de datum van deze uitspraak. Het college heeft ter zitting bevestigd dat het college kan instemmen met deze begunstigingstermijn, omdat dit aansluit bij de hiervoor in 6 weergegeven richtlijn.

Conclusie

10. De Afdeling ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door het bezwaar gegrond te verklaren, het besluit van 30 mei 2024 te herroepen voor zover hierin een begunstigingstermijn is geboden en de begunstigingstermijn te bepalen op 1 augustus 2027, en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het door de rechtbank vernietigde besluit.

11. Het voorgaande betekent dat de last onder dwangsom in stand blijft, maar dat [appellant] tot 1 augustus 2027 de tijd krijgt om aan de last te voldoen.

Proceskosten

12. Het college moet de proceskosten van [appellant] vergoeden in verband met de behandeling van het hoger beroep.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover de rechtbank het besluit van 30 mei 2024 heeft herroepen voor zover hierin een begunstigingstermijn is geboden, de rechtbank een begunstigingstermijn tot 1 januari 2026 heeft bepaald en de rechtbank heeft bepaald dat die uitspraak in de plaats treedt van het door haar vernietigde bestreden besluit;

III. verklaart het bezwaar gegrond;

IV. herroept het besluit van 30 mei 2024 voor zover hierin een begunstigingstermijn is geboden en bepaalt de begunstigingstermijn op 1 augustus 2027;

V. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het door de rechtbank vernietigde besluit van 30 oktober 2024;

VI. bepaalt dat het college aan [appellant] het griffierecht van € 289,00 vergoedt;

VII. veroordeelt het college in de proceskosten van [appellant], begroot op € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F. Nales, griffier.

w.g. Besselink
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Nales
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026

680-1201

Persaankondiging

Dwangsom vanwege illegale verhuur van kamers aan De Run in Veldhoven

Uitspraak over de dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven heeft opgelegd vanwege het verhuren van drie kamers in een bedrijfsruimte aan De Run in Veldhoven. Volgens het college van B&W is dat in strijd met het bestemmingsplan. De verhuurder is het hier niet mee eens en is eerder in beroep gekomen bij de rechtbank Oost-Brabant. Volgens hem mocht het college van B&W in dit geval niet handhavend optreden, omdat het college dat in andere gevallen ook niet doet. De rechtbank oordeelde dat ‘voldoende aannemelijk’ is dat het college ook in de andere gevallen nog gaat handhaven, maar dat het college niet goed heeft uitgelegd waarom het in dit geval zo snel handhavend heeft opgetreden. Daarom geeft de rechtbank de verhuurder meer tijd om de kamerverhuur te beëindigen. De rechtbank verlengde de termijn tot 1 januari 2026. De verhuurder is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en is daartegen in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft in een uitspraak van 23 december 2025 de zogeheten begunstigingstermijn verlengd totdat einduitspraak in deze zaak is gedaan. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de bodemzaak op 29 april 2026 op zitting behandeld.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon