Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202601582/2/R1

Uitspraak 202601582/2/R1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4192
Datum uitspraak
16 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 november 2025 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [verzoeker A] en verzoeker B] een plicht opgelegd tot het gedogen van de aanleg en de instandhouding van een nieuwe laagspanningskabel op het perceel F1571 met adres [locatie] in Breukelen. De minister heeft aan [verzoeker A] en [verzoeker B] een plicht opgelegd tot het gedogen van de aanleg en instandhouding van een nieuwe laagspanningskabel. [verzoeker A] en [verzoeker B] zijn eigenaar van het perceel, dat bestaat uit een legakker, en de daarop gelegen recreatiewoning. De omgeving van het perceel kenmerkt zich door verschillende legakkers met recreatiewoningen die omgeven worden door oppervlaktewater. Stedin wil vanaf het perceel een laagspanningskabel aanleggen om een andere legakker, De Plassen Noord 115, aan te sluiten op het stroomnet. Als gevolg van de beschikking moeten [verzoeker A] en [verzoeker B] de aanleg en instandhouding van de kabel gedogen en daar zijn zij het niet mee eens. Zij voeren daarbij onder meer aan dat er alternatieve tracés denkbaar zijn met minder impact.
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202601582/2/R1.
Datum uitspraak: 16 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)), hangende de hoger beroepen van onder meer:

[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend in [woonplaats],

verzoekers,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland (de rechtbank) van 15 april 2026 in zaken nrs. 26/577 en 25/6145 in het geding tussen:

[verzoeker A] en [verzoeker B]

en

de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Procesverloop

Bij besluit van 18 november 2025 heeft de minister aan [verzoeker A] en [verzoeker B] een plicht opgelegd tot het gedogen van de aanleg en de instandhouding van een nieuwe laagspanningskabel op het perceel F1571 met adres [locatie] in Breukelen (het perceel).

Bij uitspraak van 15 april 2026 heeft de rechtbank het door [verzoeker A] en [verzoeker B] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben [verzoeker A] en [verzoeker B] hoger beroep ingesteld. De minister heeft tegen deze uitspraak incidenteel hoger beroep ingesteld.

[verzoeker A] en [verzoeker B] hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De minister en Stedin Netbeheer B.V. (Stedin) hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[verzoeker A] en [verzoeker B] hebben een nader stuk ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 9 juli 2026, waar [verzoeker A], vertegenwoordigd door mr. R.J. Grasmeijer, rechtsbijstandverlener in Amsterdam, en de minister, vertegenwoordigd door mr. ir. M.A. Drapers, zijn verschenen. Verder is op de zitting Stedin, vertegenwoordigd door mr. J.A.M.A. Sluysmans, advocaat in Den Haag, vergezeld door [persoon A] en [persoon B], als partij gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.       De minister heeft aan [verzoeker A] en [verzoeker B] een plicht opgelegd tot het gedogen van de aanleg en instandhouding van een nieuwe laagspanningskabel. [verzoeker A] en [verzoeker B] zijn eigenaar van het perceel, dat bestaat uit een legakker, en de daarop gelegen recreatiewoning. De omgeving van het perceel kenmerkt zich door verschillende legakkers met recreatiewoningen die omgeven worden door oppervlaktewater. Stedin wil vanaf het perceel een laagspanningskabel aanleggen om een andere legakker, De Plassen Noord 115, aan te sluiten op het stroomnet. Als gevolg van de beschikking moeten [verzoeker A] en [verzoeker B] de aanleg en instandhouding van de kabel gedogen en daar zijn zij het niet mee eens. Zij voeren daarbij onder meer aan dat er alternatieve tracés denkbaar zijn met minder impact.

De initiatiefnemer en aanvrager van de gedoogbeschikking is Stedin. Stedin heeft van de rechthebbenden van het perceel De Plassen Noord 115 het verzoek gekregen om hun perceel aan te sluiten op het publieke stroomnet. De kabel naar het aan te sluiten perceel dient volgens de minister en Stedin te worden aangelegd vanaf het perceel van [verzoeker A] en [verzoeker B] en is een aftakking van een al bestaande kabel.

Ten behoeve van de aanleg van het werk door een gestuurde boring moet op het perceel van [verzoeker A] en [verzoeker B] tijdelijk (gedurende 14 dagen) een werkterrein worden ingericht van ongeveer 125 m2. Het werkterrein wordt gedeeltelijk ingericht op land en gedeeltelijk ingericht op het water door gebruik te maken van een ponton. Nadat het werk op het perceel is aangelegd, moeten op het perceel een aantal werken en werkzaamheden permanent worden gedoogd. De oppervlakte van de permanent belaste strook grond bedraagt 95 m2. Binnen de belaste strook gelden gebruiksbeperkingen. Die houden kort gezegd in dat boven de kabel geen werken mogen worden opgericht of verricht die de kabel kunnen schaden. Ter plaatse van het perceel van [verzoeker A] en [verzoeker B] zal de kabel komen te liggen op een diepte van ongeveer 9 meter onder maaiveld.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de gedoogbeschikking op goede gronden opgelegd. Volgens de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat Stedin een redelijke poging heeft ondernomen om langs minnelijke weg tot overeenstemming te komen. Ook heeft de rechtbank overwogen dat ten aanzien van het perceel niet is gebleken dat het benodigde gebruik van de onroerende zaak niet meer belemmerend is dan redelijkerwijs nodig is voor het werk. Verder heeft de minister volgens de rechtbank een zwaarder belang mogen toekennen aan de aanlegplicht dan aan het belang van [verzoeker A] en [verzoeker B] bij (aanvullend) onderzoek naar alternatieve tracés.

Het verzoek

3.       Het verzoek strekt tot schorsing van het besluit van 18 november 2025. Verzoekers stellen dat zij spoedeisend belang hebben bij de gevraagde voorziening. Zij voeren hiertoe aan dat onomkeerbare schade ontstaat door de aanlegwerkzaamheden als gevolg van de gedoogbeschikking.

Spoedeisend belang

4.       De voorzieningenrechter kan, gelet op het bepaalde in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter ontbreekt spoedeisend belang. De voorzieningenrechter licht hierna toe waarom.

5.       De minister heeft te kennen gegeven dat de werkzaamheden ongeveer 14 werkdagen duren, waarbij er ongeveer 4 dagen nodig zijn voor het inrichten van het werkterrein en het opstellen van het materieel, ongeveer 6 dagen voor het uitvoeren van de daadwerkelijke boorwerkzaamheden en ongeveer 4 dagen voor het opruimen van het werkterrein en het weer in oorspronkelijke staat herstellen van de grond.

Stedin heeft toegelicht dat aanvankelijk werd gestuurd op een start van de werkzaamheden omstreeks september 2026. Maar op de zitting van de voorzieningenrechter heeft Stedin aangegeven dat er geen concrete startdatum voor de werkzaamheden is bepaald en dat de werkzaamheden bijvoorbeeld ook begin oktober 2026 zouden kunnen plaatsvinden. Ook heeft Stedin op de zitting toegelicht dat het wachten met de start van de werkzaamheden niet tot kosten leidt. Zo is de booropstelling door Stedin nog niet besteld en zijn er geen andere voorbereidende werkzaamheden gepland. Stedin heeft verder op de zitting bevestigd dat er geen werkzaamheden zullen plaatsvinden in augustus 2026.

6.       De behandeling van de hoger beroepen zal plaatsvinden op een zitting van de meervoudige kamer van de Afdeling op 1 september 2026. Dit is ook met partijen op de zitting van de voorzieningenrechter besproken en de behandeling op die datum wordt bij deze door de voorzieningenrechter bevestigd. Dit betekent dat er geen werkzaamheden plaatsvinden die tot onomkeerbare schade kunnen leiden, voordat de hoger beroepen op een zitting worden behandeld.

Conclusie

7.       Gelet hierop wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af. De voorzieningenrechter wijst erop dat verzoekers een nieuw verzoek om voorlopige voorziening kunnen indienen, als zich nieuwe of andere omstandigheden voordoen die maken dat alsnog een voorlopige voorziening moet worden getroffen voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op hun hoger beroep.

8.       De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J. Gundelach, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Janse, griffier.

w.g. Gundelach
voorzieningenrechter

w.g. Janse
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2026

855


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon