Uitspraak 202502332/1/R4 en 202502332/3/R4
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:4100
- Datum uitspraak
- 22 juli 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 30 januari 2025 heeft de raad van de gemeente West Maas en Waal het bestemmingsplan "Dreumel Industrieweg" vastgesteld. Het bestemmingsplan biedt het juridisch-planologisch kader voor de herontwikkeling van de locatie Industrieweg te Dreumel waar een kleinschalig bedrijventerrein ligt. Er zullen maximaal 65 woningen worden gebouwd. Een deel van het bedrijvencluster zal worden gesloopt en een beperkt deel blijft gehandhaafd als bedrijfsperceel. Dit geldt ook voor het perceel van D&K Electronics B.V., dat is gevestigd aan de Wilhelminastraat 19, aan de zuidoostzijde van het plangebied.
- Voorlopige voorziening / hoofdzaak
- RO - Gelderland
Toon inhoud
202502332/1/R4 en 202502332/3/R4.
Datum uitspraak: 22 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Tussenuitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb)) en, met toepassing van de artikelen 8:86 en 8:51d van die wet, op het beroep, in het geding tussen:
D&K Electronics B.V., gevestigd in Dreumel,
verzoekster,
en
de raad van de gemeente West Maas en Waal,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 30 januari 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Dreumel Industrieweg" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft D&K Electronics B.V. beroep ingesteld.
D&K Electronics B.V. heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
Bernulphus Vastgoed B.V. en D&K Electronics B.V. hebben nadere stukken ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 4 juni 2026, waar D&K Electronics B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde A], [gemachtigde B] en [gemachtigde C], bijgestaan door mr. Q.L.A. Kuijpers, advocaat in Helmond, en de raad, vertegenwoordigd door J. Huijgen, zijn verschenen. Verder is op de zitting Bernulphus Vastgoed B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde D], bijgestaan door mr. J. Woolderink-Tjallingii, advocaat in Arnhem, gehoord.
Partijen hebben toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 2 december 2021 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de
Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Het bestemmingsplan biedt het juridisch-planologisch kader voor de herontwikkeling van de locatie Industrieweg te Dreumel waar een kleinschalig bedrijventerrein ligt. Er zullen maximaal 65 woningen worden gebouwd. Een deel van het bedrijvencluster zal worden gesloopt en een beperkt deel blijft gehandhaafd als bedrijfsperceel. Dit geldt ook voor het perceel van D&K Electronics B.V., dat is gevestigd aan de Wilhelminastraat 19, aan de zuidoostzijde van het plangebied.
Het oordeel van de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er gebreken zijn in het bestreden besluit van 30 januari 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan. In deze tussenuitspraak, onder 13, draagt de voorzieningenrechter de raad op om de geconstateerde gebreken te herstellen. De voorzieningenrechter licht hierna toe waarom hij tot dit oordeel komt.
Opzet van de tussenuitspraak
4. Hieronder geeft de voorzieningenrechter eerst weer hoe hij een beroep gericht tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan beoordeelt. Vervolgens gaat de voorzieningenrechter in op de door D&K Electronics B.V. aangevoerde beroepsgronden tegen het bestemmingsplan. Deze tussenuitspraak eindigt met een opdracht aan de raad om de geconstateerde gebreken te herstellen en een slotoverweging over de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Toetsingskader
5. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De voorzieningenrechter oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De voorzieningenrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Het beroep van D&K Electronics B.V.
Afbakening beroepsgronden
6. Op de zitting heeft D&K Electronics B.V. aangegeven dat wat onder de punten 1 en 2 van het beroepschrift is vermeld, onder meer ten aanzien van de vraag of sprake is geweest van een deugdelijke belangenafweging en of sprake is van een goede ruimtelijke ordening, moet worden betrokken bij de beoordeling van de daaropvolgende beroepsgronden. Het zijn geen aparte beroepsgronden.
Representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden
7. D&K Electronics B.V. betoogt dat bij de beoordeling of ter plaatse van de voorziene woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, ten onrechte niet is uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. In onderzoeken die aan de vaststelling van het bestemmingsplan ten grondslag zijn gelegd, is aangesloten bij de feitelijke bedrijfssituatie van D&K Electronics B.V. en is niet uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden.
7.1. De voorzieningenrechter stelt vast dat aan de vaststelling van het bestemmingsplan onder meer het "Akoestisch onderzoek industrielawaai Industrieweg te Dreumel" van 28 september 2021 van Bureau Kragten (het akoestisch onderzoek) ten grondslag is gelegd dat als bijlage bij de plantoelichting is gevoegd.
Voor de beantwoording van de vraag of met de vaststelling van het bestemmingsplan een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd, is in het akoestisch onderzoek aansluiting gezocht bij de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG-brochure).
In het akoestisch onderzoek is aangegeven dat op het terrein in beginsel bedrijven met milieucategorie 1 tot en met 2 worden toegestaan. Conform de VNG-brochure bedraagt de geluidimmissie vanwege een bedrijf ongeacht het omgevingstype, 45 dB(A) op een afstand van 30 meter bij een milieucategorie 2, gemeten vanaf elk willekeurig punt vanaf de grens van de inrichting. Op basis van deze gegevens is een rekenmodel opgesteld ter bepaling van de geluidemissie per vierkante meter (Lw/m2). Hiertoe is een rekenmodel opgesteld (vrije veld berekening) waarbij op 30 meter vanaf de grens van de inrichting een equivalent geluidniveau (LAeq) van 45 dB(A) etmaalwaarde wordt berekend. Aanvullend gelden volgens het akoestisch onderzoek de standaardvoorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor het bedrijfsperceel van D&K Electronics B.V. betekent dit dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) niet meer dan 50 dB(A) etmaalwaarde mag bedragen ter plaatse van woningen van derden. Bij D&K Electronics B.V. worden elektronische en mechanische producten ontworpen en gefabriceerd. De meest relevante geluidsbron in de richting van de voorziene woningen is de uitlaat van de spuitwand op het achterste deel van de bedrijfshal. Voor deze uitlaat is een bronvermogen aangenomen van 80 dB(A) (worst-case) en er is van uitgegaan dat deze in de dag-, en avondperiode volcontinu in bedrijf is en in de nachtperiode 50% van de tijd in bedrijf is (eveneens worst-case).
De raad heeft toegelicht dat een invulling waarbij de emissiepunten zonder meer kunnen worden verplaatst naar de perceelsgrens geen representatieve invulling is, omdat de bestaande woonpercelen direct grenzen aan het perceel van D&K Electronics B.V. D&K Electronics B.V. heeft niet aangegeven waarom haar feitelijke bedrijfssituatie waarbij, zoals hiervoor is vermeld, in de akoestische berekeningen is uitgegaan van een worstcase scenario, niet als representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden kan worden beschouwd.
Het betoog faalt.
Geurhinder in de tuinen
8. D&K Electronics B.V. wijst erop dat sprake is van een zeer korte afstand tussen de tuinen van de te realiseren woningen en het perceel van D&K Electronics B.V. Nu de raad heeft nagelaten om te onderzoeken of sprake is van geurhinder in de tuinen van de voorziene woningen, is het bestemmingsplan volgens D&K Electronics B.V. vastgesteld in strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel.
8.1. De voorzieningenrechter stelt vast dat aan het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan onder meer het rapport "Bedrijven en milieuzonering Industrieweg Dreumel" van 7 september 2023 van Bureau Kragten ten grondslag is gelegd. Daarin is onder meer onderzocht of wordt voldaan aan de richtafstanden van de VNG-brochure voor het aspect geur tussen het bedrijf van D&K Electronics B.V. en de voorziene woningen.
Bureau Kragten heeft geconcludeerd dat planologische rechten van omliggende bedrijfsbestemmingen niet door het bestemmingsplan worden ingeperkt, omdat in de huidige situatie op basis van het vigerende bestemmingsplan al geurgevoelige objecten mogelijk zijn op gelijke of kleinere afstand van de omliggende bedrijven dan in het aan de orde zijnde bestemmingsplan. Verder is geconcludeerd dat van een overbelaste situatie geen sprake is. In dat verband is van belang geacht dat geen klachtenpatroon bekend is en dat er geen maatwerkvoorschriften krachtens het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn vastgesteld.
In het rapport is verder vermeld dat voor het aspect geur een richtafstand van 10 meter geldt in een gemengd gebied. Het geuremissiepunt is gesitueerd op het dak van de inrichting. De binnen het plangebied geprojecteerde woningen liggen op meer dan 10 meter afstand van dit geurimmissiepunt. Op grond van deze ruimtelijke scheiding mag worden aangenomen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor zover het gaat om het aspect geur, aldus het rapport.
8.2. De voorzieningenrechter stelt vast dat de richtafstanden van de VNG-brochure gelden tussen de grens van de bestemming die een milieubelastende functie toelaat en de uiterste situering van de gevel van een woning. Dat zou worden voldaan aan die afstanden betekent echter nog niet dat ook eventuele geurhinder in de tuinen, die zijn gelegen binnen de richtafstand van 10 meter, aanvaardbaar is.
De raad had met het oog op de beoordeling of sprake is van een goed woon- en leefklimaat in de tuinen van de voorziene woningen onderzoek moeten (laten) doen naar het aspect geurhinder in de tuinen. Dat heeft de raad ten onrechte niet gedaan. De raad heeft daarom ook niet deugdelijk gemotiveerd waarom de geurhinder in de tuinen aanvaardbaar is.
Gelet op het voorgaande is sprake van strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb.
Het betoog slaagt.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de raad hierna onder 13 op te dragen dit gebrek in het bestreden besluit binnen twintig weken te herstellen. De voorzieningenrechter past op dit punt de zogenoemde bestuurlijke lus, als bedoeld in artikel 8:51d, van de Awb, toe.
Voorwaardelijke verplichting akoestiek
9. D&K Electronics B.V. betoogt verder dat in de in artikel 7.4.2. van de planregels opgenomen voorwaardelijke verplichting die betrekking heeft op akoestiek ten onrechte geen koppeling is gemaakt tussen het te realiseren geluidsscherm en de te realiseren woningen dan wel het gebruik daarvan. Hierdoor is volgens D&K Electronics B.V. niet duidelijk op welk moment het geluidsscherm moet worden geplaatst.
Verder is volgens D&K Electronics evenmin duidelijk waar het geluidsscherm precies moet worden geplaatst. De lengte van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - 1" op de verbeelding is langer dan 35 meter.
Volgens D&K Electronics B.V. is gelet op het voorgaande onvoldoende gewaarborgd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de voorziene woningen en de daarbij behorende tuinen.
9.1. Artikel 7.4.2. van de planregels luidt:
"Ter borging van een goed woon- en leefklimaat ten behoeve van de omliggende woningen dient:
a. ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - 1" een geluidsscherm zoals bedoeld in Bijlage 2 met een hoogte van ten minste 2,5 m, gemeten vanaf de voet en lengte van 35 m gerealiseerd en in stand gehouden te worden, met dien verstande dat:
1. het geluidsscherm gesloten dient te worden uitgevoerd en geen te openen delen mag bevatten;
2. de isolatie van het scherm 10 dB hoger dient te zijn dan de afschermende werking;
3. een massa van 40 kg/m2 dient te bedragen."
9.2. De voorzieningenrechter stelt vast dat van de zijde van de raad op de zitting is aangegeven dat het de bedoeling is dat de lengte van het te realiseren geluidsscherm overeenkomt met de lengte van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding -1" zoals weergegeven op de verbeelding bij het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de lengte van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding -1" zoals weergegeven op de verbeelding, langer is dan 35 m. Gelet hierop is de in artikel 7.4.2. van de planregels opgenomen lengte van het geluidsscherm van 35 m niet in overeenstemming met de bedoeling van de raad.
Verder is op de zitting van de zijde van de raad aangegeven dat het de bedoeling is dat het geluidsscherm is geplaatst op het moment waarop de gronden in gebruik worden genomen voor de doeleinden als bedoeld in artikel 7.1 van de planregels. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt dit niet uit de bewoordingen van artikel 7.4.2. van de planregels.
Het betoog slaagt. Het besluit is in zoverre vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb.
Ook hier ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de bestuurlijke lus toe te passen en de raad hierna onder 13 op te dragen deze gebreken in het bestreden besluit binnen twintig weken te herstellen.
Bouwvlak
10. Het perceel van D&K Electronics B.V. heeft in zijn geheel een bedrijfsbestemming. D&K Electronics B.V. wijst erop dat er een omvangrijk bouwvlak aan haar perceel grenst. Alleen ter plaatse van de gebiedsaanduiding "milieuzone — geur en geluidzone 2" mogen geen geur- en geluidgevoelige gebouwen worden gerealiseerd. Buiten die gebiedsaanduiding mogen binnen het gehele bouwvlak woningen worden gebouwd. Dat betekent dat ten zuiden van de gebiedsaanduiding woningen kunnen worden gebouwd die nagenoeg grenzen aan het perceel van D&K Electronics B.V.. Ten noorden van de gebiedsaanduiding kunnen eveneens op korte afstand van het perceel, namelijk ongeveer 10 meter, woningen worden gebouwd. D&K Electronics B.V. wijst erop dat aan de noordelijke zijde geen geluidsscherm wordt gerealiseerd. Dit leidt ertoe dat alsnog onevenredige hinder dan wel belemmering van de bedrijfsvoering van D&K Electronics B.V. kan ontstaan.
10.1. De raad heeft toegelicht dat de globale opzet van het bestemmingsplan, met ruime bouwvlakken, is bedoeld om flexibiliteit te geven. Verder heeft de raad erop gewezen dat naast het bestemmingsplan een stedenbouwkundig plan is vastgesteld waar de initiatiefnemer zich aan dient te houden en dat er een beeldkwaliteitsplan is vastgesteld waar aanvragen om omgevingsvergunningen aan moeten worden getoetst. Op grond van het beeldkwaliteitsplan moeten hoofdmassa’s aansluiten bij het bouwvlak en moeten voorgevels op de openbare ruimte worden georiënteerd. Volgens de raad zullen de woningen aan de zijde van de openbare weg worden gebouwd omdat deze anders niet kunnen worden ontsloten. Er is volgens de raad geen sprake van een representatieve invulling van de planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan als woningen worden gerealiseerd met een heel grote voortuin maar zonder achtertuin. Daar is immers geen vraag naar, aldus de raad.
10.2. Zoals hiervoor is overwogen, heeft de raad voor de waarborging van een goed woon- en leefklimaat aansluiting gezocht bij de richtafstanden voor een gemengd gebied als bedoeld in de VNG-brochure.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het voor D&K Electronics B.V. dichtstbijzijnde bouwvlak in het plangebied tegen de erfgrens van haar perceel is gelegen. Dit betekent dat het op grond van het bestemmingsplan mogelijk is dat op minder dan 10 meter afstand van het perceel van D&K Electronics B.V. woningen worden gerealiseerd.
De raad heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter ten onrechte niet gemotiveerd waarom ter plaatse van binnen de richtafstand van 10 meter te realiseren woningen een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Dat, zoals de raad stelt, uit de inhoud van het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan een nadere invulling van de situering van de voorziene woningen zou blijken, maakt dit niet anders. In de planregels bij het bestemmingsplan is immers niet opgenomen dat ten aanzien van de situering van de voorziene woningen het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan leidend zijn en voorzien in een verplichte invulling van de situering van woningen. Er kunnen derhalve op grond van het bestemmingsplan woningen worden gerealiseerd op plaatsen die in het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan niet wenselijk worden geacht.
Het betoog slaagt.
De voorzieningenrechter ziet ook ten aanzien van dit aspect aanleiding om de bestuurlijke lus toe te passen en de raad hierna onder 13 op te dragen dit gebrek in het bestreden besluit binnen twintig weken te herstellen.
Voorwaardelijke verplichting waterberging
11. D&K Electronics B.V. wijst er ten slotte op dat in de artikelen 3.5.2. en 7.4.3. van de planregels voorwaardelijke verplichtingen zijn opgenomen ten aanzien van de waterberging. Die bestaan eruit dat de gronden voor de bedrijfswoning als bedoeld in artikel 3.1 en voor de doeleinden als bedoeld in artikel 7.1 pas in gebruik mogen worden genomen als aan de in de artikelen 3.5.2. en 7.4.3. genoemde voorwaarden is voldaan.
De raad heeft volgens D&K Electronics B.V. ten onrechte niet deugdelijk gemotiveerd waarom de waterbergingsmaatregelen zijn gekoppeld aan het gebruik van de gronden en niet aan het bebouwen en verharden van het gebied. De voorwaardelijke verplichting staat er volgens D&K Electronics B.V. niet aan in de weg dat het plangebied wordt bebouwd zonder dat de benodigde waterbergingsmaatregelen worden gerealiseerd, terwijl niet is uitgesloten dat juist het bebouwen dan wel verharden van de gronden gevolgen heeft voor de waterberging in het gebied. Het treffen van de benodigde waterbergingsmaatregelen kan ten onrechte pas worden afgedwongen op het moment dat de gronden daadwerkelijk in gebruik worden genomen.
Verder is volgens D&K Electronics B.V. in de artikelen 3.5.2. en 7.4.3. van de planregels ten onrechte niet opgenomen dat de waterbergingen in stand moeten worden gehouden. Gelet op de zeer korte afstand tussen het bouwvlak en het perceel van D&K Electronics B.V. leidt het niet in stand houden van waterbergingen tot onaanvaardbare risico’s.
11.1. Artikel 3.5.2. van de planregels luidt:
"Alvorens de gronden in gebruik genomen worden voor de bedrijfswoning als bedoeld in 3.1, dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden:
a. dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater ten gevolge van een toename van verhard oppervlak gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit;
b. de compensatie dient ten minste naar evenredigheid van de realisatie van toename van verhardingen gerealiseerd te worden."
Artikel 7.4.3. luidt:
"Alvorens de gronden in gebruik genomen worden voor de doeleinden als bedoeld in 7.1, dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden:
a. dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater ten gevolge van een toename van verhard oppervlak gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit;
b. de compensatie dient ten minste naar evenredigheid van de realisatie van toename van verhardingen gerealiseerd te worden."
11.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat het niet voor de hand ligt om de verplichting tot realisatie van een waterberging te koppelen aan het bebouwen en verharden van het gebied, nu de bouw van woningen in de tijd plaatsvindt vóór de aanleg van de waterberging. Voor de ingebruikname van de gronden dient alles te zijn gerealiseerd. De raad heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht het risico niet aanwezig geacht dat de initiatiefnemer wel woningen bouwt en verhardingen aanbrengt en de woningen vervolgens niet in gebruik zal geven, zodat er niet kan worden gehandhaafd.
Verder bestaan naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen aanknopingspunten voor de conclusie dat ten tijde van het bebouwen en verharden van het gebied onaanvaardbare wateroverlast zal ontstaan. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat in de artikelen 3.5.2., aanhef en onder b, en 7.4.3., aanhef en onder b, van de planregels is vermeld dat de compensatie ten minste naar evenredigheid van de realisatie van toename van verhardingen gerealiseerd dient te worden. Dit geeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende zekerheid dat met toegenomen verhardingen zal zijn voorzien in voldoende waterberging.
Het betoog slaagt in zoverre niet.
11.3. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat D&K Electronics B.V. terecht betoogt dat in de artikelen 3.5.2. en 7.4.3. van de planregels bij het bestemmingsplan ten onrechte niet is gewaarborgd dat de waterbergingen na de realisatie ervan in stand moeten worden gehouden.
Het betoog slaagt in zoverre. Ook hier ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de bestuurlijke lus toe te passen en de raad hierna onder 13 op te dragen deze gebreken in het bestreden besluit binnen twintig weken te herstellen.
Bestuurlijke lus en opdracht aan de raad
12. Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil zal de Afdeling de raad opdragen om binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak de onder 9.2., 10.2., 11.2. en 12.3. geconstateerde gebreken te herstellen.
De raad kan dit doen door alsnog nader te (laten) onderzoeken of sprake is van aanvaardbare geurhinder in de tuinen van de voorziene woningen en zijn standpunt daarover deugdelijk te motiveren.
Verder dient de raad artikel 7.4.2. van de planregels aldus aan te passen dat daaruit de bedoeling van de raad blijkt dat de lengte van het te realiseren geluidsscherm overeenkomt met de lengte van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding -1" zoals weergegeven op de verbeelding. Daarnaast moet in artikel 7.4.2. worden opgenomen dat het geluidsscherm moet zijn geplaatst op het moment waarop de gronden in gebruik worden genomen voor de doeleinden als bedoeld in artikel 7.1. van de planregels.
De raad dient verder alsnog toereikend te motiveren waarom, gelet op de ligging van het bouwvlak dat het dichtst bij het perceel van
D&K Electronics B.V. is gelegen, waardoor het mogelijk is om binnen de richtafstand van 10 meter woningen te realiseren, ter plaatse van die woningen een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd, dan wel het bestemmingsplan aldus aan te passen dat daar een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd.
Ten slotte dient de raad de artikelen 3.5.2. en 7.4.3. van de planregels bij het bestemmingsplan aldus aan te passen dat wordt gewaarborgd dat de te realiseren waterbergingen in stand zullen worden gehouden.
13. De raad moet de voorzieningenrechter en de andere partijen de uitkomst meedelen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendmaken en meedelen. Afdeling 3.4 van de Awb hoeft bij de voorbereiding van een gewijzigd of nieuw besluit niet opnieuw te worden toegepast. Op een gewijzigd of nieuw besluit blijft het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing. De voorzieningenrechter verwijst in dat verband naar de uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1174, onder 25.4).
14. De voorzieningenrechter past de bestuurlijke lus toe. Dat betekent dat de procedure nog niet is beëindigd. De raad krijgt eerst de opdracht de door de voorzieningenrechter in deze tussenuitspraak omschreven gebreken te herstellen binnen de in de beslissing genoemde termijn. Afhankelijk van de uitkomst zal in de einduitspraak zo nodig worden beoordeeld of de raad hierin is geslaagd.
15. De voorzieningenrechter ziet geen noodzaak om in afwachting hiervan met toepassing van artikel 8:80b, derde lid, van de Awb een voorlopige voorziening te treffen.
Proceskosten en griffierecht
16. In de einduitspraak zal worden beslist over vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
draagt de raad van de gemeente West Maas en Waal op:
- om binnen twintig weken na verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van wat daarin is overwogen de onder 9.2., 10.2., 11.2., 12.3. en 13 omschreven gebreken in het besluit van de raad van de gemeente West Maas en Waal van 30 januari 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Dreumel, Industrieweg" te herstellen, en;
- de voorzieningenrechter en de andere partijen de uitkomst mee te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen.
Aldus vastgesteld door mr. J.F. de Groot, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Melenhorst, griffier.
w.g. De Groot
voorzieningenrechter
w.g. Melenhorst
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026
490