Uitspraak BRS.26.002818
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:4076
- Datum uitspraak
- 16 juli 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 17 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.
- Hoger beroep
- Regulier
Toon inhoud
BRS.26.002818
ECLI:NL:RVS:2026:4076
Datum uitspraak: 16 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[betrokkene],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 15 mei 2026 in zaak nr. NL24.8558 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 17 juli 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.
Bij uitspraak van 15 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. U heeft bij brief van 9 juni 2026 hoger beroep ingesteld en verzocht om een nadere termijn voor het indienen van gronden. Die mogelijkheid biedt de Nederlandse wet (de Vw 2000) niet. De hogerberoepstermijn liep tot en met 12 juni 2026. Omdat u vóór die datum niet heeft uitgelegd waarom de uitspraak van de rechtbank volgens u niet juist is, kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2026
644-1204