Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202407951/1/R2

Uitspraak 202407951/1/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4268
Datum uitspraak
22 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 september 2024 heeft de raad van de gemeente Alphen-Chaam het bestemmingsplan "De Werf, Chaam" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 18 woningen op een inbreidingslocatie tussen de Horst en de Kapelstraat in Chaam. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] vrezen voor verkeers- en parkeerhinder doordat het bestemmingsplan een ontsluiting via de thans doodlopende Horst mogelijk maakt. Deze zogenoemde doorsteek ligt direct voor hun woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2]. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat de ontsluiting van het plangebied is voorzien via de thans doodlopende straat Horst. Het extra verkeer in de Horst, langs de speeltuin, zal leiden tot gevaarlijke situaties. Bovendien zal een sluiproute ontstaan voor verkeer dat de drukke N639 wil vermijden, aldus [appellant sub 1] en [appellant sub 2].
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202407951/1/R2.
Datum uitspraak: 22 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.       [appellant sub 1], wonend in Chaam, gemeente Alphen-Chaam,
2.       [appellant sub 2], wonend in Chaam, gemeente Alphen-Chaam,
appellanten,

en

de raad van de gemeente Alphen-Chaam,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "De Werf, Chaam" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op de zitting van 23 juni 2026 behandeld, waar de raad, vertegenwoordigd door ing. I. de Lange-Verschuren, is verschenen. Voorts zijn ter zitting [partij] en Blink B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 12 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet (Chw), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2.       Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 18 woningen op een inbreidingslocatie tussen de Horst en de Kapelstraat in Chaam. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] vrezen voor verkeers- en parkeerhinder doordat het bestemmingsplan een ontsluiting via de thans doodlopende Horst mogelijk maakt. Deze zogenoemde doorsteek ligt direct voor hun woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2].

Toetsingskader

3.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Toezegging

4.       [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat in de raadsvergadering waarin het bestemmingsplan is vastgesteld, is toegezegd dat omwonenden worden betrokken bij het te nemen verkeersbesluit en dat de raad geïnformeerd wordt over het verkeersbesluit alvorens dit wordt genomen. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] voeren aan dat zij dit niet teruglezen in het bestemmingsplan en dat ten onrechte geen voorbehoud is gemaakt ten aanzien van deze inspraak van omwonenden en hun mogelijkheid om op te komen tegen het verkeersbesluit.

4.1.    In het plan is het door middel van de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" mogelijk gemaakt om het plangebied te ontsluiten op de Horst en op De Werf. In de nota van zienswijzen staat in dit kader dat de aansluiting op de Horst gelet op de wegbreedte enkel kan worden gerealiseerd als eenrichtingsverkeer.

Op de website van de gemeente staat dat de volgende toezegging is gedaan tijdens de raadsvergadering van 19 september 2024:

"Aandacht voor verkeerssituatie bij uitwerking bestemmingsplan Kapelstraat ong. Chaam

- in gesprek te gaan met omwonenden over de verkeerssituatie en hun zorgen serieus te nemen;

- dat de afweging van het college om de verbinding vooralsnog niet in te richten als wandel- en fietsontsluiting toe te lichten en open te staan voor andere inzichten;

- het verkeersbesluit met betrekking tot de ontsluiting van de Werf terug te koppelen aan de raad."

4.2.    Deze toezegging heeft geen betrekking op het bestemmingsplan maar op de procedure die gevolgd zal worden voorafgaand aan de vaststelling van het verkeersbesluit dat nodig is voor de ontsluiting van het plangebied. Anders dan [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen, wordt reeds in de bestemmingsplanprocedure en dus niet pas bij het te nemen verkeersbesluit door de raad beoordeeld of het bestemmingsplan gelet op de planologisch mogelijk gemaakte verkeerssituaties in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hierna onder 5 en verder zal de Afdeling aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden deze beoordeling toetsen. In dat kader komen de bezwaren van omwonenden tegen de planologisch toegestane verkeerssituaties aan de orde. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat de raad in het bestemmingsplan een voorbehoud had moeten opnemen met de strekking dat omwonenden kunnen instemmen met de keuze van het gemeentebestuur betreffende de toekomstige verkeerssituatie, waarvoor al dan niet een verkeersbesluit moet worden genomen.

Het betoog slaagt niet.

Verkeer

5.       [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat de ontsluiting van het plangebied is voorzien via de thans doodlopende straat Horst. Het extra verkeer in de Horst, langs de speeltuin, zal leiden tot gevaarlijke situaties. Bovendien zal een sluiproute ontstaan voor verkeer dat de drukke N639 wil vermijden, aldus [appellant sub 1] en [appellant sub 2].

5.1.    Het plangebied ligt ten zuiden van de N639. Zoals hiervoor onder 4.1 uiteen is gezet maakt het plan het mogelijk om het plangebied te ontsluiten op de Horst en op De Werf en kan de doorsteek naar de Horst gelet op de wegbreedte enkel worden gerealiseerd als eenrichtingsverkeer voor motorvoertuigen. Ook kan ervoor gekozen worden dat de Horst enkel dient als ontsluiting voor fietsers en voetgangers.

5.2.    In paragraaf 2.4 van de plantoelichting staat dat de 18 in het plan voorziene woningen leiden tot maximaal 146 voertuigbewegingen per etmaal (mvt/etmaal). Volgens de raad zal, indien de doorsteek toegankelijk is voor motorvoertuigen, ongeveer de helft van deze voertuigbewegingen via de doorsteek worden afgewikkeld en zullen daarnaast ongeveer 25 mvt/etmaal uit de omgeving van de doorsteek gebruik maken. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben de verkeersgeneratie van het plan en de gelijke verdeling over de Horst en De Werf niet bestreden. Voorts hebben zij niet aannemelijk gemaakt dat gemotoriseerd verkeer dat de drukke N639 wil vermijden, gebruik zal maken van de smalle doorsteek en dat daarom het aantal van 25 mvt/etmaal te laag is ingeschat. In dit kader is allereerst van belang dat de Horst thans reeds als sluiproute gebruikt zou kunnen worden, maar dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] in hun beroepschrift hebben gesteld dat dat niet gebeurt. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben niet aannemelijk gemaakt dat de realisering van de doorsteek ertoe zal leiden dat in de toekomst sluipverkeer wel gebruik zal maken van de Horst. Hierbij betrekt de Afdeling dat ter zitting is gebleken dat de route via de Horst geen logische route is omdat, als de doorsteek toegankelijk wordt voor motorvoertuigen, dit een smalle eenrichtingsstraat zal worden en omdat een sluiproute via de Kapelstraat veel logischer is omdat dit één rechte weg is in tegenstelling tot een sluiproute via de doorsteek. Gelet hierop heeft de raad kunnen uitgaan van een toename van 100 mvt/etmaal op de Horst na realisering van het bestemmingsplan en de doorsteek.

5.3.    In het rapport "Onderzoek wegverkeerslawaai Kapelstraat (ong.) te Chaam" van Econsultancy van 8 juli 2022, bijlage 6 bij de plantoelichting, staat dat de verkeersintensiteiten op de Horst vergelijkbaar zijn met de Schootakkerstraat, zijnde 210 mvt/etmaal. De raad heeft toegelicht dat de capaciteit van de Horst 2.000 tot 3.000 mvt/etmaal is. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben deze intensiteit en capaciteit niet bestreden. Evenmin hebben zij bestreden dat de Horst een toename van 100 mvt/etmaal gelet op de huidige intensiteit en capaciteit aankan. Wel betogen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] dat onveilige situaties zullen ontstaan. Naar het oordeel van de Afdeling hebben zij echter niet aannemelijk gemaakt dat de toename van 100 mvt/etmaal op de Horst, mede gelet op de daar aanwezige speeltuin, leidt tot onveilige situaties. In dit kader is van belang dat de verkeerintensiteiten ook na realisering van de doorsteek beperkt zijn, dat de Horst in een 30 km/uur-zone ligt en dat de raad op de zitting heeft gesteld dat er geen ongevallen bekend zijn op de Horst.

Het betoog slaagt niet.

Parkeren

6.       [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen verder dat realisering van de doorsteek tot gevolg heeft dat het doodlopende deel van de Horst ter hoogte van de woningen [locatie 1] t/m [locatie 3] niet meer kan worden gebruikt om te parkeren, waardoor een parkeerprobleem ontstaat. In dit kader wijzen zij erop dat deze woningen weliswaar een carport hebben, maar dat deze te smal is om een auto te parkeren en een doorgang vrij te laten om met een fiets of kinderwagen de voordeur of berging te bereiken. Daarnaast wijzen zij erop dat de parkeerplekken elders in de straat reeds bezet zijn door bewoners die evenmin een parkeerplaats op eigen terrein hebben.

6.1.    Uit paragraaf 2.4 van de plantoelichting blijkt dat de parkeerbehoefte van de voorziene woningen in het plangebied kan worden opgelost. Gelet hierop heeft de raad ervan mogen uitgaan dat bewoners en bezoekers van het plangebied niet in de Horst zullen parkeren. Verder heeft het bestemmingsplan geen betrekking op de doorsteek ter hoogte van de [locatie 1] t/m [locatie 3]. Het bestemmingsplan heeft dan ook niet tot gevolg dat parkeerplaatsen in de Horst verdwijnen. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] gaan er echter vanuit dat zij na realisering van de doorsteek niet langer hun auto’s op het trottoir kunnen parkeren. Nu dit op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) altijd, en dus ook in de huidige situatie, verboden is, is het eventuele handhavend optreden hiertegen en het niet langer parkeren van de auto’s op het trottoir geen gevolg van het bestemmingsplan, maar van het feit dat dit strijdig is met het RVV 1990. Het betoog dat het bestemmingsplan leidt tot een parkeerprobleem in de Horst, slaagt dan ook niet.

Conclusie

7.       De beroepen zijn ongegrond.

8.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.P. van Kooten-Vroegindeweij, griffier.

w.g. Hoekstra
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Kooten-Vroegindeweij
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026

559


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon