Uitspraak 202205272/1/A3
- Datum uitspraak
- 15 juli 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 6 november 2020 heeft de burgemeester van Utrecht de exploitatievergunning voor de exploitatie van een hostel aan de Biltstraat 31 in Utrecht ingetrokken. Bij het besluit van 6 november 2020 heeft de burgemeester de exploitatievergunning ingetrokken op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b en f, van de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018, omdat de [leidinggevende] volgens de burgemeester niet langer voldoet aan de eis dat een leidinggevende van een horecabedrijf niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, en omdat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf op ontoelaatbare wijze wordt verstoord door de aanwezigheid van het bedrijf. Sam Companies exploiteert het Stone Hostel Utrecht, dat is gelegen op de eerste en tweede verdieping van het pand aan de Biltstraat 31 in Utrecht. Bij besluit van 18 juni 2019 heeft de burgemeester hiervoor aan Sam Companies een exploitatievergunning verleend. De burgemeester heeft de exploitatievergunning ingetrokken op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b en f, van de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018, omdat de [leidinggevende] volgens de burgemeester niet langer voldoet aan de eis dat een leidinggevende van een horecabedrijf niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, en omdat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf op ontoelaatbare wijze wordt verstoord door de aanwezigheid van het bedrijf.
- Hoger beroep
- Drank en horeca
- Verordeningen
Toon inhoud
Vijf uitspraken over een hostel in Utrecht
Uitspraak over het besluit van de burgemeester van Utrecht om de exploitatievergunning in te trekken van een hostel in het centrum van Utrecht. De burgemeester kwam tot dit besluit omdat de vennoot van de vennootschap die het hostel exploiteert, ‘in enig opzicht van slecht levensgedrag is’. Het zou onder meer gaan om rijden onder invloed, overmatig alcoholgebruik, het destijds overtreden van de coronaregels en overtredingen van de huisvestingsregels. De vennoot kwam tegen het besluit van de burgemeester in beroep bij de rechtbank Midden-Nederland. Die oordeelde dat de burgemeester haar besluit niet voldoende had gemotiveerd en droeg haar op om een nieuw besluit te nemen. Volgens de rechtbank had de burgemeester niet alle feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt die hij ten grondslag heeft gelegd aan de conclusie dat de vennoot in ‘enig opzicht van slecht levensgedrag is’. De burgemeester nam een nieuw besluit en bleef bij haar eerdere beslissing om de vergunning in te trekken. Tegen zowel de uitspraak van de rechtbank als het nieuwe besluit is de vennoot in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zie ook de vier uitspraken met zaaknummers 202201346/1, 202207014/1, 202305234/1, 202400173/1 die de Afdeling bestuursrechtspraak eveneens op 15 juli 2026 openbaar maakt. Die uitspraken gaan over een dwangsom die is opgelegd aan het hostel vanwege het feit dat er tijdens openingstijden geen leidinggevende aanwezig was, over het besluit om het hostel in 2021 te ontruimen nadat de brandweer had geconstateerd dat het pand onveilig was, over de weigering van een vergunning voor het uitbreiden van het hostel en over het besluit om de bouwwerkzaamheden in het hostel stil te leggen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de vijf zaken gezamenlijk op 25 september 2025 op zitting behandeld.