Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202501731/1/R2

Uitspraak 202501731/1/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3939
Datum uitspraak
6 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss de aanvraag van [appellante] voor een omgevingsvergunning voor het restaureren en renoveren van een historische boerderij ten behoeve van wonen op de [locatie] in Herpen, geweigerd. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de aangevraagde activiteit in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Oss 2020". In artikel 3.1.1, onder a, van de planregels staat dat de gronden met de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschap" zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, daaronder begrepen hobbymatig agrarisch grondgebruik. Anders dan [appellante] onder verwijzing naar de letterlijke uitleg van de planregel betoogt, acht de Afdeling de zinsnede "daaronder begrepen" onvoldoende duidelijk om te kunnen beoordelen of daarmee ook uitsluitend hobbymatig agrarisch grondgebruik is toegestaan zonder de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Daartoe acht de Afdeling relevant dat deze twee activiteiten samen onder a zijn gezet in plaats van twee losstaande activiteiten in twee aparte leden.
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202501731/1/R2.
Datum uitspraak: 6 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in Herpen, gemeente Oss,
appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 6 februari 2025 in zaak nr. 23/3233 en 24/1114 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Oss.

Openbare zitting gehouden op 6 juli 2026 om 15:00 uur.

Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, voorzitter
griffier: mr. J.J. Pistoor
jurist: mr. C. van Rooy

Verschenen:
[appellante], bijgestaan door mr. E.T.E. Kemperman;
Het college, vertegenwoordigd door mr. P.J.G. Goumans, advocaat in Nijmegen.

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft het college de aanvraag van [appellante] voor een omgevingsvergunning voor het restaureren en renoveren van een historische boerderij ten behoeve van wonen op de [locatie] in Herpen, geweigerd.

Bij uitspraak van 6 februari 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

De Afdeling:

I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.       wijst het verzoek om schadevergoeding af;

III.      wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.

Redenen voor dit oordeel:

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Voor de beoordeling van het hoger beroep blijft het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing.

2.       De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de aangevraagde activiteit in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Oss 2020". In artikel 3.1.1, onder a, van de planregels staat dat de gronden met de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschap" zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, daaronder begrepen hobbymatig agrarisch grondgebruik. Anders dan [appellante] onder verwijzing naar de letterlijke uitleg van de planregel betoogt, acht de Afdeling de zinsnede "daaronder begrepen" onvoldoende duidelijk om te kunnen beoordelen of daarmee ook uitsluitend hobbymatig agrarisch grondgebruik is toegestaan zonder de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Daartoe acht de Afdeling relevant dat deze twee activiteiten samen onder a zijn gezet in plaats van twee losstaande activiteiten in twee aparte leden.

2.1.    Daarom heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat uit de planregels in onderlinge samenhang gelezen volgt dat hobbymatig agrarisch grondgebruik uitsluitend is toegestaan naast de uitoefening van het agrarische bedrijf. De Afdeling acht daarbij de artikelen 1.7, 1.57 en 3.1.2 in samenhang gelezen met artikel 3.1.1, onder a, van de planregels van belang. In wat [appellante] aanvoert ziet de Afdeling geen reden om anders te oordelen.

Gelet hierop is de aangevraagde activiteit, wonen in een bedrijfswoning ten behoeve van hobbymatig agrarisch grondgebruik, in strijd met het bestemmingsplan. Of de huisvesting van [appellante] gelet op de bestemming noodzakelijk is, hoeft daarom geen bespreking.

3.       Niet in geschil is dat de vergunning niet met een binnenplanse afwijking of op grond van het Besluit omgevingsrecht kon worden verleend. Gelet hierop en omdat de aangevraagde activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de vergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3° van de Wabo kon worden geweigerd. Uit artikel 3.10 van de Wabo volgt dan dat de uitgebreide procedure van toepassing is. Dit betekent dat er geen vergunning van rechtswege is ontstaan.

3.1.    Gelet hierop is de beslistermijn niet overschreden en zijn er geen dwangsommen verbeurd.

4.       Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Uit de bevestiging van de uitspraak van de rechtbank volgt dat zich geen van de in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb opgenomen omstandigheden voordoen op grond waarvan een veroordeling tot schadevergoeding kan worden uitgesproken. Alleen al daarom zal het verzoek worden afgewezen.

5.       Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen. De totale redelijke termijn voor een zaak met twee rechterlijke instanties is vier jaar. Het beroepschrift is op 5 december 2023 ingediend. De totale procedure heeft daarmee niet langer dan vier jaar geduurd.

6.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Minderhoud
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Pistoor
griffier

932-1191


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon