Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202600736/1/A2

Uitspraak 202600736/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3968
Datum uitspraak
8 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij beslissing van 15 april 2025 is aan [appellant] het rangnummer 881 toegekend in de decentrale selectie voor de bacheloropleiding Aerospace Engineering. [appellant] heeft deelgenomen aan de selectieprocedure van de bacheloropleiding Aerospaece Engineering aan de TU Delft in studiejaar 2025-2026. De selectieprocedure bestaat uit een matchingsfase zonder beoordeling, met onder meer informatie over de opleiding en een verplichte zelfreflectie, en een selectiefase met beoordeling. In de selectiefase moeten kandidaten toetsen maken, op grond waarvan het rangnummer voor toelating tot de opleiding wordt bepaald. Er hebben zich 3.400 kandidaten aangemeld voor de opleiding. De opleiding heeft 440 beschikbare plekken voor nieuwe studenten. Aan [appellant] is het rangnummer 881 toegekend, wat betekent dat hij de bacheloropleiding niet kon volgen in studiejaar 2025-2026. Er hebben zich 3.400 kandidaten aangemeld voor de opleiding. De opleiding heeft 440 beschikbare plekken voor nieuwe studenten. Aan [appellant] is het rangnummer 881 toegekend, wat betekent dat hij de bacheloropleiding niet kon volgen in studiejaar 2025-2026.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202600736/1/A2.
Datum uitspraak: 8 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,

en

het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft (CvB),
verweerder.

Procesverloop

Bij beslissing van 15 april 2025 is aan [appellant] het rangnummer 881 toegekend in de decentrale selectie voor de bacheloropleiding Aerospace Engineering.

Bij beslissing van 11 september 2025 heeft het CvB het bezwaar van [appellant] daartegen ongegrond verklaard.

Tegen deze beslissing heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het CvB heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 mei 2026, waar [appellant], vergezeld van zijn ouders, en het CvB, vertegenwoordigd door mr. E.J. van Heiningen en J.A. Melkert, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       [appellant] heeft deelgenomen aan de selectieprocedure van de bacheloropleiding Aerospaece Engineering aan de TU Delft in studiejaar 2025-2026. De selectieprocedure bestaat uit een matchingsfase zonder beoordeling, met onder meer informatie over de opleiding en een verplichte zelfreflectie, en een selectiefase met beoordeling. In de selectiefase moeten kandidaten toetsen maken, op grond waarvan het rangnummer voor toelating tot de opleiding wordt bepaald.

2.       Het CvB hanteert in de selectiefase twee onderdelen. De kandidaat moet een motivatietoets en een persoonlijkheidstest maken voor het onderdeel van de academische geschiktheid (‘academic aptitude’). Daarnaast moet de kandidaat een selectie-examen maken voor het onderdeel van de academische prestaties (‘academic performance’), waarin onder meer vragen over wiskunde en natuurkunde zijn opgenomen. De resultaten van het onderdeel van de academische geschiktheid wegen mee voor 40% en het resultaat van het onderdeel van de academische prestaties weegt mee voor 60% bij het bepalen van het rangnummer. [appellant] heeft voor de toetsen over de academische geschiktheid een lager resultaat behaald dan gemiddeld. Voor het selectie-examen over zijn academische prestaties heeft hij een hoger resultaat behaald dan gemiddeld.

3.       Er hebben zich 3.400 kandidaten aangemeld voor de opleiding. De opleiding heeft 440 beschikbare plekken voor nieuwe studenten. Aan [appellant] is het rangnummer 881 toegekend, wat betekent dat hij de bacheloropleiding niet kon volgen in studiejaar 2025-2026.

4.       De relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.

Beslissing op bezwaar

5.       [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen de toekenning van het rangnummer. Het CvB heeft in zijn beslissing op bezwaar geconcludeerd dat het op grond van artikel 7.53 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw) bevoegd is om een selectieprocedure voor te schrijven op basis van ten minste twee selectiecriteria. De twee selectiecriteria zijn de twee onderdelen van de selectiefase, namelijk de academische geschiktheid en de academische prestaties. De selectieprocedure en de selectiecriteria zijn opgenomen in de ‘Regulation Selection Criteria and Procedure for the bachelor’s degree programme Aerospace Engineering 2025-2026’ (het reglement) van de opleiding. Het CvB schakelt het onafhankelijke psychologisch advies- en onderzoeksbureau NOA in voor het opstellen en beoordelen van de toetsen van de academische geschiktheid. De toetsen worden jaarlijks geëvalueerd. Het CvB heeft zich op het standpunt gesteld dat het voldoende waarborgen heeft geboden tegen willekeur of subjectiviteit bij de toetsing van het onderdeel van de academische geschiktheid. Dat de TU Eindhoven een andere selectieprocedure heeft, is niet relevant omdat de TU Delft bevoegd is om gebruik te maken van een eigen selectieprocedure met andere selectiecriteria.

Beroep

Selectiecriteria

6.       [appellant] betoogt dat de selectieprocedure van het CvB in strijd is met het kader van de koepelorganisatie Universiteiten van Nederland voor Selectie Bachelor (UNL-kader), waarin richtlijnen en handvatten zijn opgenomen voor de ontwikkeling van selectieprocedures van bacheloropleidingen. De selectieprocedure van Aerospace Engineering voldoet niet aan de drie voorschriften van het UNL-kader, namelijk dat de procedure minimaal, transparant en goed gefundeerd moet zijn. Verder betoogt [appellant] dat het CvB niet heeft aangetoond dat het criterium van de academische geschiktheid, zoals opgenomen in artikel 4, eerste lid, van het reglement, geschikt is voor de selectie van kandidaten voor de opleiding. Hij wijst erop dat het CvB in plaats daarvan voor een ander vakinhoudelijk selectiecriterium had kunnen kiezen.

6.1.    Het CvB heeft beleidsruimte bij het bepalen van de selectiecriteria als bedoeld in artikel 7.53, tweede lid, aanhef en onder a, van de Whw (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:859, onder 2.3). De Afdeling kan gelet op de aard van de keuzes die een instelling bij het inrichten van een selectieprocedure moet maken de invulling en toepassing van deze criteria slechts terughoudend toetsen. Zij kan de selectieprocedure verder niet toetsen aan het UNL-kader, omdat dit geen bindende regels bevat, maar slechts beoogt richtlijnen en handvaten voor de invulling van selectieprocedures te bieden. Hierna gaat de Afdeling in op het betoog van [appellant] over het selectiecriterium van de academische geschiktheid en de toetsing daarvan.

6.2.    De Afdeling vindt het niet onredelijk dat het CvB op basis van een motivatietoets en een persoonlijkheidstest de academische geschiktheid van kandidaten beoordeelt. Het CvB heeft er namelijk op gewezen dat studenten van de opleiding in teamverband opdrachten moeten maken, omdat in het werkveld van Aerospace Engineering er veelal internationaal en in teamverband wordt gewerkt. In het kader van de academische geschiktheid wordt onder meer het persoonlijkheidsprofiel en het vermogen tot het werken in teamverband beoordeeld. Verder heeft het CvB ter onderbouwing gewezen op de stijging van het percentage van afgegeven positieve bindende studieadviezen aan eerstejaarsstudenten sinds het begin van de huidige selectieprocedure met het criterium van de academische geschiktheid, namelijk van 54% in studiejaar 2012-2013 naar 78% in studiejaar 2023-2024. Daaruit mocht het CvB concluderen dat de huidige invulling van de selectieprocedure effectief is. De Afdeling ziet gelet op het voorgaande geen aanleiding voor het oordeel dat het selectiecriterium, dan wel de toetsing daarvan, ongeschikt zijn voor de selectieprocedure.

6.3.    Het betoog slaagt niet.

Totstandkoming van het rangnummer

7.       [appellant] betoogt dat het CvB onvoldoende inzicht heeft gegeven in de totstandkoming van zijn rangnummer. [appellant] begrijpt niet hoe de scores zijn bepaald en hij heeft nauwelijks feedback gekregen op zijn resultaten. Hij vermoedt dat er sprake zou kunnen zijn van willekeur of subjectieve voorkeuren bij de beoordeling van zijn antwoorden van de motivatietoets en de persoonlijkheidstest. Verder heeft de selectiecommissie hem gevraagd om een motivatiebrief in te dienen, waaruit volgt dat de selectiecommissie de motivatiebrief heeft gebruikt bij het bepalen van het rangnummer, terwijl nergens is vermeld dat de motivatiebrief wordt betrokken in de selectieprocedure.

7.1.    Het CvB heeft, naast het opstellen van een reglement, voorafgaand aan de selectieprocedure aan alle kandidaten een handboek over de selectieprocedure verstrekt. In het handboek is opgenomen dat kandidaten, in de matchingsfase voorafgaand aan de selectiefase, onder meer een zelfreflectie moeten schrijven waarin zij ingaan op hun ervaringen. Het CvB heeft toegelicht dat [appellant] geen motivatiebrief heeft ingediend maar dat hij kennelijk doelt op de in de (niet beoordeelde) matchingsfase ingediende zelfreflectie. Met de zelfreflectie worden kandidaten in de gelegenheid gesteld om bewust te kiezen voor een tijdrovende selectieprocedure, of daar naar aanleiding van de zelfreflectie vanaf te zien. Deze zelfreflectie speelt, zoals staat in het reglement en het handboek, verder geen rol in het bepalen van het rangnummer van de kandidaat. De Afdeling ziet geen aanwijzingen dat de procedure anders is verlopen dan is voorgeschreven in het reglement en het handboek.

7.2.    Verder is in het handboek informatie opgenomen over de selectiecriteria en de inhoud van de toetsen die kandidaten moeten maken, waaronder de motivatietoets en de persoonlijkheidstest. Het CvB heeft in zijn beslissing toegelicht dat het onafhankelijke psychologisch advies- en onderzoeksbureau NOA wordt ingeschakeld voor het opstellen en beoordelen van de motivatietoets en de persoonlijkheidstest. De selectiecommissie heeft verder bij e-mail van 28 mei 2025 en tijdens de hoorzitting in bezwaar aanvullende informatie verschaft over de inhoud van de toetsing en [appellant] aangeboden om een afspraak bij het bureau NOA te maken om inzage te krijgen in de vragen en antwoorden van de toetsen. Hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Het CvB heeft verder toegelicht dat het geen aanvullende inzage in de selectieprocedure zou kunnen geven, bijvoorbeeld in de weging van antwoorden op de toetsvragen, omdat dat ertoe kan leiden dat kandidaten zich op basis daarvan calculerend zullen voorbereiden op volgende selectieprocedures.

7.3.    De Afdeling is van oordeel dat het CvB de totstandkoming van het rangnummer van [appellant] voldoende inzichtelijk heeft gemaakt en onderbouwd. Daarbij is van belang dat [appellant] geen gebruik heeft gemaakt van het aanbod van het CvB om bij het bureau NOA inzage te krijgen in de vragen en antwoorden, waarmee hij zijn beoordeling ook had kunnen controleren. Het CvB was daarom niet verplicht om verdere inzage te geven.

7.4.    Het betoog slaagt niet.

Bekendmaking van het resultaat

8.       [appellant] betoogt dat het CvB de resultaten van de toetsen over de academische geschiktheid bekend had moeten maken voordat hij het selectie-examen over de academische prestaties maakte. Dat zou hem tijd en geld bespaard hebben, gelet op zijn voorbereiding van het selectie-examen met aangeschaft oefenmateriaal.

8.1.    Het CvB heeft toegelicht dat het, wegens het hoge aantal kandidaten, een grote logistieke opgave zou zijn om het resultaat van de toetsen over de academische geschiktheid op een eerder moment bekend te maken. Verder wijst de Afdeling erop dat in het reglement en het handboek staat dat de toetsen over de academische geschiktheid uiterlijk op 3 maart 2025 ingediend moesten zijn en dat het selectie-examen over de academische prestaties is afgenomen op 12 maart 2025. Deze korte periode tussen de toetsen over de academische geschiktheid en het selectie-examen maakt het belang van [appellant] bij de eerdere bekendmaking van de resultaten van de toetsen beperkt, voor zover dat al uitvoerbaar zou zijn. Er is ook overigens geen grondslag om te oordelen dat het CvB het resultaat eerder bekend had moeten maken.

8.2.    Het betoog slaagt niet.

Procedure

9.       [appellant] betoogt dat het CvB meer dan zes weken na zijn bezwaar een beslissing daarop heeft genomen. Dat heeft vertraging veroorzaakt voor het nieuwe studiejaar. [appellant] heeft verder geen verslag van de hoorzitting in bezwaar ontvangen, terwijl hem dat wel is beloofd.

9.1.    Het CvB moet op grond van artikel 7.63b van de Whw binnen tien weken na ontvangst van het bezwaar daarop een beslissing nemen. Het CvB heeft in zijn verweerschrift erkend dat het te laat een beslissing op bezwaar heeft genomen. Hoewel dat inderdaad vervelend is, betekent dat niet dat de beslissing op bezwaar onrechtmatig is. [appellant] had overigens na het verstrijken van de beslistermijn het CvB in gebreke kunnen stellen om een beslissing binnen kortere termijn af te dwingen.

9.2.    Het CvB heeft er verder op gewezen dat het niet afzonderlijk een verslag van de hoorzitting heeft verstrekt, maar dat een zakelijke weergave van de mondelinge behandeling is opgenomen in hoofdstuk 3 ‘Mondelinge behandeling’ van het door het CvB overgenomen advies van de commissie bezwaarschriften voor studentzaken. In hoofdstuk 3 zijn de mondelinge standpunten van (de vader van) [appellant] op de hoorzitting in bezwaar en de mondelinge standpunten van het CvB zakelijk weergegeven. De Afdeling is van oordeel dat het CvB hiermee heeft voldaan aan zijn plicht om een schriftelijk verslag op te stellen, zoals bedoeld in artikel 7:7 van de Awb. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling is het immers toegestaan om in het verslag een zakelijke weergave van het besprokene op te nemen en is het bestuursorgaan niet verplicht om het verslag afzonderlijk van de beslissing op bezwaar over te leggen (vergelijk onder meer de uitspraak van de Afdeling van 18 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:163, onder 23.1-23.3). Er is dus ook geen sprake van procedurele gebreken.

9.3.    Het betoog slaagt niet.

Conclusie beroep

10.     Het beroep is ongegrond.

11.     Het CvB hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Verzoek om schadevergoeding

12.     [appellant] verzoekt om een schadevergoeding van € 20.000,00 als gevolg van de beslissingen van het CvB. Hij wijst erop dat hij tijd heeft verspild, meerdere procedurele voorschriften zijn geschonden en dat hij naar de TU Eindhoven moest gaan om een andere studie te volgen.

12.1.  Uit deze uitspraak volgt dat de beslissing op bezwaar van het CvB niet onrechtmatig is. Eventueel geleden schade als gevolg daarvan komt daarom niet in aanmerking voor vergoeding. Voor zover [appellant] ook verzoekt om schadevergoeding als gevolg van de overschrijding van de beslistermijn en de duur van de procedure, overweegt de Afdeling het volgende.

12.2.  De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en één rechterlijke instantie bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste twee jaar redelijk. Hierbij wordt een half jaar gerekend voor de behandeling van het bezwaar en anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep. De termijn begint op het moment van ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuursorgaan.

12.3.  Het CvB heeft het bezwaarschrift van [appellant] ontvangen op 22 mei 2025. Het CvB heeft op 11 september 2025 beslist op het bezwaar. De redelijke termijn van de bezwaarprocedure van een half jaar was op dat moment dus nog niet overschreden. De redelijke termijn van de totale procedure van twee jaar, na ontvangst van het bezwaarschrift, is op het moment van deze uitspraak ook nog niet overschreden.

12.4.  De Afdeling wijst het verzoek van [appellant] om schadevergoeding daarom af.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het beroep ongegrond;

II.       wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Schuurman, griffier.

w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schuurman
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2026

1100

Bijlage

Relevante regelgeving

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Artikel 7.53. Beperking inschrijving op grond van beschikbare onderwijscapaciteit

1. Het instellingsbestuur kan per opleiding in verband met de beschikbare onderwijscapaciteit het maximum aantal studenten vaststellen dat voor de eerste maal kan worden ingeschreven voor de propedeutische fase van de desbetreffende opleiding. De vaststelling geschiedt voor een studiejaar. Indien in een opleiding geen propedeutische fase is ingesteld, wordt onder «propedeutische fase» mede verstaan de fase in een bacheloropleiding die samenvalt met de eerste periode in een opleiding met een studielast van 60 punten.

2. Het instellingsbestuur selecteert de aspirant-studenten in verband met de beschikbare onderwijscapaciteit uitsluitend op grond van:

a. ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria;

b. ongewogen loting; of

c. een combinatie van ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria en loting, waarbij:

1°. een deel van de aspirant-studenten toegelaten wordt op basis van selectie op grond van ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria en de overige aspirant-studenten worden toegelaten op basis van ongewogen loting of de wijze van loting als bedoeld in subonderdeel 2°; of

2°. alle aspirant-studenten op basis van loting worden toegelaten, waarbij gewicht wordt toegekend aan ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria.

2a. Bij de toepassing van het tweede lid, onderdeel c, subonderdeel 1°, kan het instellingsbestuur de overige aspirant-studenten die op basis van selectie op grond van de kwalitatieve selectiecriteria niet zijn toegelaten, uitsluiten van de ongewogen loting of de wijze van loting als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, subonderdeel 2° op basis van de kwalitatieve selectiecriteria.

3. Het instellingsbestuur maakt tijdig de selectieprocedure en, indien van toepassing, de kwalitatieve selectiecriteria of de wijze van loting bekend op grond waarvan de toelating zal plaatsvinden indien het aantal aspirant-studenten het maximum aantal, bedoeld in het eerste lid, zou overschrijden. Het instellingsbestuur stelt daartoe een reglement vast. Bij het vaststellen van het reglement houdt het instellingsbestuur rekening met de belangen van aspirant-studenten afkomstig uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba onderscheidenlijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

4. Het instellingsbestuur schrijft niet meer studenten in dan het maximum aantal dat het instellingsbestuur in verband met de beschikbare capaciteit heeft vastgesteld.

5. Indien ten aanzien van een opleiding een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 7.56 is vastgesteld, blijft dit artikel buiten toepassing.

6. Voor 1 december van het kalenderjaar voorafgaande aan het studiejaar waarvoor de eerste vaststelling geschiedt, doet het instellingsbestuur hiervan mededeling aan Onze Minister.

7. Bij ministeriële regeling kunnen in ieder geval voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot:

a.de aanmeldingsdatum voor selectie;

b. indien een opleiding door meer dan één instelling als bedoeld in artikel 1.2, onder a, wordt verzorgd, het aantal selectieprocedures van een bepaalde opleiding waaraan een gegadigde in hetzelfde studiejaar kan deelnemen;

c. de loting; en

d. de wijze waarop twee kwalitatieve selectiecriteria en loting gecombineerd kunnen worden.

Regulation Selection Criteria and Procedure for the bachelor’s degree programme Aerospace Engineering 2025-2026

Paragraph 1. General

Article 3. General regulations

1. The numerus clausus for the 2025-2026 academic year is 440 due to the capacity, the availability of space and facilities. This means that 440 new bachelor students can be admitted to the first year of our bachelor programme for the 2025-2026 academic year.

[…]

Paragraph 2. Selection

Article 4. Selection criteria

1. Selection for the bachelor programme Aerospace Engineering is based on two criteria:

a. Academic Aptitude;

b. Academic Performance.

Article 5. Selection procedure

1. Candidates must complete all elements in the matching phase and selection phase within the selection procedure to

receive a ranking number.

[…]

3. The matching phase is conducted to assess the suitability of a candidate to become a student in Aerospace Engineering at TU Delft. The matching phase will require a substantial time investment for candidates to interact with and learn from the material, but is not graded and thus will have no part in determining the ranking number. Within the matching phase, the candidates can really get a taste of the bachelor programme in Aerospace Engineering. Article 6 - The Digital Learning Environment is the main element of the matching phase.

[…]

Paragraph 4. Selection phase

Article 7. Academic Aptitude Assessment

1. All candidates who have completed the mandatory assignments within the Digital Learning Environment by the deadline of 20 February 2025 will be invited in week 9, starting 24 February 2025, to complete the Academic Aptitude Assessment. The invitation contains the necessary information to access the platform for the tests.

2. The Academic Aptitude Assessment consists of two separate tests:

a. The Study Motivation Test (SMT), where the candidate’s personal study motivation will be tested.

b. The MPT-Study, a personality test focused on your behavior in study situations.

The results of these two tests will be used to score the first criterion, Academic Aptitude.

3. The Academic Aptitude Assessment must be completed no later than 3 March 2025.

[…]

Article 8. Selection Exam

1. All candidates who have completed the Academic Aptitude Assessment by the deadline of 3 March 2025 will be informed by email that they will be allowed to take the Selection Exam on 12 March 2025.

[…]

3. The Selection Exam assesses the academic abilities of the candidate. The results of the Selection Exam will be used to score the second criterion, Academic Performance.

4. The Selection Exam consists of questions related to the domains of mathematics, physics and first-year Aerospace Engineering topics. Required first-year study material will be made available to candidates in the Digital Learning Environment.

[…]


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon