Uitspraak 202303447/1/R3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3967
- Datum uitspraak
- 8 juli 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 5 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de Fryske Marren geweigerd om aan GoodFoodFastJoure omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een reclamemast aan de Sewei 4 in Joure. GoodFoodFastJoure exploiteert sinds 1992 een McDonald's-restaurant aan Sewei 4 in Joure. Deze locatie grensde aanvankelijk vrijwel direct aan het verkeersknooppunt tussen de Rijkswegen A6 en A7 bij Joure. Op 4 november 2013 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu het tracébesluit "A6/A7 Knooppunt Joure" genomen, dat voorzag in reconstructie van dit knooppunt. Het restaurant kwam daardoor verder van het knooppunt af te liggen en was van daaraf niet meer goed zichtbaar voor het verkeer. Daarom achtte GoodFoodFastJoure voor de bedrijfsvoering van het restaurant een vanaf de weg zichtbare reclamemast noodzakelijk.
- Hoger beroep
- RO - Friesland
Toon inhoud
202303447/1/R3.
Datum uitspraak: 8 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op de hoger beroepen van:
1.het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren en de raad van de gemeente De Fryske Marren,
2. GoodFoodFastJoure B.V., gevestigd in Joure, gemeente De Fryske Marren,
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 28 maart 2023 in zaak nr. 21/3753 in het geding tussen:
GoodFoodFastJoure
en
het college.
Procesverloop
Bij besluit van 5 oktober 2021 heeft het college geweigerd om aan GoodFoodFastJoure omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een reclamemast aan de Sewei 4 in Joure.
Bij uitspraak van 28 maart 2023 heeft de rechtbank het door GoodFoodFastJoure daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 1 januari 2022 vernietigd en het college opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak hebben het college en de raad hoger beroep ingesteld. GoodFoodFastJoure heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.
Het college en de raad en GoodFoodFastJoure hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Bij besluit van 22 mei 2023 heeft het college opnieuw geweigerd om aan GoodFoodFastJoure de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen.
GoodFoodFastJoure heeft beroepsronden tegen het besluit van 22 mei 2023 ingediend.
De Afdeling heeft de zaak behandeld op een zitting van 23 juni 2026, waar het college en de raad, vertegenwoordigd door mr. K. Timmer, advocaat in Groningen, vergezeld door P.J.H. Karseboom, en GoodFoodFastJoure, vertegenwoordigd door mr. P. van Lingen, advocaat in Amsterdam, vergezeld door [persoon], zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (de Wabo).
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 29 november 2019. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Inleiding
2. GoodFoodFastJoure exploiteert sinds 1992 een McDonald's-restaurant aan Sewei 4 in Joure. Deze locatie grensde aanvankelijk vrijwel direct aan het verkeersknooppunt tussen de Rijkswegen A6 en A7 bij Joure. Op 4 november 2013 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu het tracébesluit "A6/A7 Knooppunt Joure" genomen, dat voorzag in reconstructie van dit knooppunt. Het restaurant kwam daardoor verder van het knooppunt af te liggen en was van daaraf niet meer goed zichtbaar voor het verkeer. Daarom achtte GoodFoodFastJoure voor de bedrijfsvoering van het restaurant een vanaf de weg zichtbare reclamemast noodzakelijk.
De raad van de gemeente Joure heeft op 22 oktober 2014 het bestemmingsplan "Joure - Entree Joure" vastgesteld, dat voorziet in een regeling voor de herinrichting van de entree van Joure bij het gereconstrueerde knooppunt. Het restaurant ligt in het plangebied van dat plan. GoodFoodFastJoure heeft tegen dat plan beroep ingesteld in verband met de door haar gewenste reclamemast. Dat beroep heeft geleid tot een herstelbesluit van de raad van 15 december 2015. Daarmee werd in het bestemmingsplan, kort weergegeven, de mogelijkheid opgenomen om op daartoe aangewezen gronden bij het restaurant een reclamemast met een hoogte van maximaal 16 m, en met toepassing van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid maximaal 20 m, te realiseren, ter vervanging van de bestaande reclamemast van het restaurant. Door de einduitspraak van de Afdeling van 30 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:829) is het bestemmingsplan met deze regeling onherroepelijk geworden.
3. Na de feitelijke uitvoering van de reconstructie van het knooppunt is volgens GoodFoodFastJoure gebleken dat een hogere reclamemast noodzakelijk is dan bij de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan nog was aangenomen. Een mastmeting uit 2019 heeft volgens haar uitgewezen dat de reclamemast een hoogte van 30 m moet hebben voor een effectieve zichtbaarheid vanaf het knooppunt. Zij heeft het college gevraagd om een omgevingsvergunning voor het in strijd met het bestemmingsplan realiseren van een reclamemast met deze hoogte. Voor het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning is onder meer een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de raad vereist. Die heeft de raad geweigerd. Daarop heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning geweigerd.
4. De rechtbank heeft het hiertegen gerichte beroep van GoodFoodFastJoure gegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank was het besluit van de raad om de vvgb te weigeren niet deugdelijk gemotiveerd, zodat het college daar bij zijn besluit om de omgevingsvergunning te weigeren niet van uit had mogen gaan. De rechtbank heeft het college opgedragen om in samenspraak met de raad opnieuw op de aanvraag om omgevingsvergunning te beslissen. Het college en de raad zijn het daar niet mee eens en hebben daartegen hoger beroep ingesteld. GoodFoodFastJoure heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.
5. In afwachting van de uitkomst van het hoger beroep hebben de raad en het college uitvoering gegeven aan de uitspraak van de rechtbank door een nieuw besluit op de aanvraag te nemen. Bij besluit van 17 mei 2023 heeft de raad opnieuw geweigerd een vvgb af te geven. Daarop heeft het college bij besluit van 22 mei 2023 opnieuw geweigerd om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. GoodFoodFastJoure is het niet eens met die besluiten en heeft daartegen beroepsgronden aangevoerd.
Goede ruimtelijke ordening
6. Het college en de raad betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het ruimtelijke belang dat zich tegen de gevraagde reclamemast verzet zwaarder weegt dan het financiële belang van GoodFoodFastJoure bij die mast. Zij verzetten zich tegen de overweging van de rechtbank dat na de feitelijke reconstructie van het verkeersknooppunt is gebleken dat in het bestemmingsplan onvoldoende rekening is gehouden met de zichtbaarheid van het restaurant. Zij betwisten dat, zoals de rechtbank heeft aangenomen, de ongelijkvloerse afslag Joure hoger is komen te liggen dan waar in de bestemmingsplanprocedure nog van was uitgegaan. Verder voeren zij aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de raad had moeten motiveren waarom twee al bestaande bouwwerken nabij de snelweg, namelijk een reclamemast van Hajé en een kunstobject bij het verkeersknooppunt, ruimtelijk wel aanvaardbaar zijn, en de gevraagde reclamemast niet. Deze bouwwerken zijn in hoogte, omvang en uitstraling niet te vergelijken, aldus het college en de raad.
6.1. Gelet op artikel 2.20a van de Wabo moet het college een omgevingsvergunning voor een activiteit weigeren, als de raad weigert een voor die activiteit benodigde vvgb af te geven. Op grond van artikel 6.5, tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht kan een vvgb alleen worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De rechtmatigheid van het besluit van de raad over de vvgb wordt getoetst in het kader van het beroep tegen het besluit van het college over de omgevingsvergunning.
De raad komt bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om een vvgb te geven, beleidsruimte toe en moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen.
6.2. De raad heeft de vvgb bij zijn besluit van 29 september 2021 onder meer geweigerd omdat deze volgens hem in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De reclamemast is volgens hem landschappelijk niet inpasbaar en heeft een te grote impact op het landelijk gebied. De harmonie van de openbare ruimte wordt door een mast van 30 m hoog verstoord. Bij een mast van 20 m zoals onder voorwaarden mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan, is volgens de raad de grens van het aanvaardbare bereikt. De raad heeft hierbij in aanmerking genomen dat het gaat om een recent vastgesteld bestemmingsplan en dat de nu gevraagde reclamemast de helft hoger is. De ruimtelijke uitstraling daarvan is aanzienlijk, gelet op de omvang van de logo’s en deze hoogte. De reclamemast leidt tot horizonvervuiling en tot aantasting van het landschapsbeeld van het landelijk gebied, waar zich in de directe omgeving geen vergelijkbare bouwwerken bevinden. De raad heeft in zijn beoordeling ook betrokken dat de verlichting van de logo’s op gevraagde reclamemast naar drie kanten toe tot aantasting van het landschapsbeeld leidt. Hier komt bij dat volgens de raad valt te vrezen voor precedentwerking wanneer de reclamemast wordt toegestaan. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat het financieel-economische belang van GoodFoodFastJoure niet opweegt tegen het grote belang van een ruimtelijk aanvaardbaar landschap, waarin geen plaats is voor een reclamemast die door de aanzienlijke hoogte en ruimtelijke uitstraling een negatieve impact op de omgeving heeft.
6.3. De Afdeling overweegt dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Joure - Entree Joure" rekening heeft gehouden met het belang van GoodFoodFastJoure bij een reclamemast die zichtbaar is voor gebruikers van het verkeersknooppunt, zodat weggebruikers worden geattendeerd op de aanwezigheid van dat restaurant. Met het oog op dat belang heeft de raad een reclamemast van maximaal 20 m hoog mogelijk gemaakt. Zoals onder 2 is overwogen, is dat plan onherroepelijk geworden door een uitspraak van de Afdeling van 30 maart 2016.
6.4. De Afdeling is van oordeel dat de raad niet gehouden was om mee te werken aan een nog hogere mast. De motivering van de raad dat de ruimtelijke effecten, afgewogen tegen het belang van GoodFoodFastJoure, daarvoor te groot zijn, acht de Afdeling afdoende. Daarbij merkt de Afdeling nog op dat op de zitting is gebleken dat weggebruikers vanuit Heerenveen vóór het bereiken van de afslag Joure al via bebording langs de weg worden geattendeerd op de aanwezigheid van het restaurant.
6.5. De Afdeling volgt de rechtbank ook niet in haar oordeel dat de raad nader had moeten motiveren hoe de gevraagde reclamemast zich in ruimtelijke zin verhoudt tot de (ook verlichte) Hajé-mast en het kunstobject in de omgeving van de beoogde locatie. Beide bouwwerken zijn aanzienlijk lager dan de gevraagde mast en ook lager dan een reclamemast die wel binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan kan worden gerealiseerd.
6.6. De Afdeling komt tot de conclusie dat de raad hiermee een toereikende motivering ten grondslag heeft gelegd aan zijn besluit van 29 september 2019 om de vvgb in het belang van een goede ruimtelijke ordening te weigeren. De rechtbank heeft dat niet onderkend.
Het betoog slaagt.
7. Voor zover het college en de raad gronden naar voren hebben gebracht tegen overwegingen van de rechtbank over andere weigeringsgronden die de raad aan zijn besluit ten grondslag heeft gelegd, komt de Afdeling niet meer toe aan bespreking daarvan. Uit het voorgaande volgt al dat de raad de vvgb mocht weigeren, ongeacht of er meer weigeringsgronden aan de orde zijn of niet.
Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van GoodFoodFastJoure
8. GoodFoodFastJoure betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij geen beroepsgronden tegen de geweigerde omgevingsvergunning voor bouwen heeft aangevoerd.
8.1. Dit betoog kan niet leiden tot het daarmee beoogde doel. Bij het ontbreken van een vvgb van de raad moest het college de omgevingsvergunning op grond van artikel 2.20a van de Wabo weigeren.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie hoger beroep
9. Het hoger beroep van het college en de raad is gegrond. Het incidenteel hoger beroep van GoodFoodFastJoure is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Doende wat de rechtbank zou moeten doen, zal de Afdeling het bij de rechtbank ingestelde beroep van de GoodFoodFastJoure tegen het besluit van 5 oktober 2021 ongegrond verklaren. Dit betekent dat de weigering om een omgevingsvergunning te verlenen voor de gevraagde reclamemast van 30 m hoog in stand blijft.
Het beroep tegen het besluit van 22 mei 2023
10. Bij besluit van 22 mei 2023 heeft het college gevolg gegeven aan de opdracht van de rechtbank om in samenspraak met de raad een nieuw besluit te nemen op de aanvraag om omgevingsvergunning met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank. Gelet op artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht, gelezen in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, is dit besluit van rechtswege onderwerp van dit geding.
11. Omdat de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, is de grondslag aan dit besluit komen te ontvallen. Daarom zal de Afdeling ook dit besluit vernietigen.
Proceskosten
12. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren en van de raad van de gemeente De Fryske Marren gegrond;
II. verklaart het incidenteel hoger beroep van GoodFoodFastJoure B.V. ongegrond;
III. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 28 maart 2023 in zaak nr. 21/3753;
IV. verklaart het beroep van GoodFoodFastJoure B.V. tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren van 5 oktober 2021 ongegrond;
V. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren van 22 mei 2023 met kenmerk OV 20180521/4043661.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, mr. B. Meijer en mr. C.H. Bangma, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.N. Witsen, griffier.
w.g. Verheij
voorzitter
w.g. Witsen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2026
727
Gemeente weigert vergunning voor hogere reclamemast voor McDonald’s in Joure
Uitspraak over de weigering van het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren om een omgevingsvergunning te verlenen voor een hogere reclamemast voor een McDonald's-restaurant aan de Sewei in Joure. GoodFoodFastJoure exploiteert sinds 1992 dit McDonald’s-restaurant, op een locatie die aanvankelijk vrijwel direct grensde aan het verkeersknooppunt tussen de A6 en A7 bij Joure. Maar door een reconstructie van het knooppunt is het restaurant verder van het knooppunt af komen te liggen en was het van daaraf niet meer goed zichtbaar voor het verkeer. Daarom vroeg de exploitant een vergunning aan voor een hogere reclamemast. De gemeenteraad van De Fryske Marren weigerde hiervoor een zogenoemde verklaring van geen bedenkingen af te geven en daarom heeft het college van B&W de vergunning geweigerd. De exploitant is het daar niet mee eens en kwam in beroep bij de rechtbank Noord-Nederland die zijn beroep gegrond verklaarde. Naar het oordeel van de rechtbank had de gemeenteraad zijn besluit niet goed gemotiveerd. De rechtbank droeg het college van B&W op om opnieuw op de aanvraag van de exploitant te beslissen. Het college van B&W en de gemeenteraad zijn tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Die heeft de zaak op 23 juni 2026 op zitting behandeld.