Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202504332/1/R4

Uitspraak 202504332/1/R4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3951
Datum uitspraak
8 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 mei 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 12 mei 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 12 mei 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Hengelolaan 1128. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot haar herleidbaar poststuk is aangetroffen. Het poststuk is een brief, zonder envelop, van 24 maart 2025 van een apotheek. De brief bevat een kwitantie van de apotheek en is gericht aan de zoon van [appellante]. [appellante] betwist dat de aangetroffen huisvuilzak van haar afkomstig is. Zij stelt dat zij nooit ter hoogte van de Hengelolaan 1128 vuilnis heeft geplaatst, omdat zij woont op een geheel ander adres, namelijk [locatie] in Den Haag. Daarnaast stelt zij dat de brief die in de huisvuilzak is aangetroffen nooit bij haar is aangekomen.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202504332/1/R4.
Datum uitspraak: 8 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend in Den Haag,
appellante,

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 mei 2025 heeft het college zijn beslissing om op 12 mei 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt.

Bij besluit van 28 juli 2025 heeft het college het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 12 december 2025, waar [appellante] en het college, vertegenwoordigd door mr. W.P. van Lith, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 12 mei 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (hierna: ORAC) ter hoogte van de Hengelolaan 1128. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot haar herleidbaar poststuk is aangetroffen. Het poststuk is een brief, zonder envelop, van 24 maart 2025 van een apotheek. De brief bevat een kwitantie van de apotheek en is gericht aan de zoon van [appellante].

Overtreding

2.       [appellante] betwist dat de aangetroffen huisvuilzak van haar afkomstig is. Zij stelt dat zij nooit ter hoogte van de Hengelolaan 1128 vuilnis heeft geplaatst, omdat zij woont op een geheel ander adres, namelijk [locatie] in Den Haag. Daarnaast stelt zij dat de brief die in de huisvuilzak is aangetroffen nooit bij haar is aangekomen. Zij vermoedt dat de brief verkeerd is bezorgd op een adres aan de Hengelolaan, dat de bewoners de brief hebben weggegooid en vervolgens de huisvuilzak hebben achtergelaten naast de ORAC ter hoogte van de Hengelolaan 1128. [appellante] stelt daarnaast dat zij juist veel waarde hecht aan een schone en leefbare wijk. Zij maakt zelfs regelmatig melding van onjuist aangeboden afval en heeft een e-mailcorrespondentie overgelegd waaruit dit blijkt.

2.1.    Indien verkeerd aangeboden huishoudelijk afval tot een bepaalde persoon is te herleiden, bijvoorbeeld door middel van een daarin aangetroffen poststuk, mag er volgens vaste rechtspraak van de Afdeling van worden uitgegaan dat dit afval door de betrokkene op onjuiste wijze ter inzameling is aangeboden en dat hij derhalve de overtreder is (hierna: het bewijsvermoeden). Voor het mogen hanteren van dit bewijsvermoeden is voldoende dat in het afval één tot de betrokkene te herleiden poststuk is aangetroffen. Zie voor een uiteenzetting van deze rechtspraak de uitspraak van 18 juli 2018, 201702617/1/A1 (ECLI:NL:RVS:2018:2432).

Op grond van dit bewijsvermoeden is de enkele omstandigheid dat de aangetroffen afvalstoffen tot een persoon te herleiden zijn, in beginsel voldoende om diegene als overtreder aan te merken. Het is vervolgens aan diegene om het bewijsvermoeden te ontkrachten. De daarbij te hanteren maatstaf is of dat wat de betrokkene daartegen aanvoert de juistheid van dat vermoeden in twijfel doet trekken. De betrokkene hoeft dus niet te bewijzen dat hij niet de overtreder was. Ontstaat voldoende twijfel of de als overtreder aangemerkte persoon daadwerkelijk verantwoordelijk is voor het plaatsen van de afvalstoffen, dan is daarmee het bewijsvermoeden ontkracht. Het bestuursorgaan kan in dat geval aan de op hem rustende bewijslast voldoen door aannemelijk te maken dat de betrokkene toch de overtreder is. Daarvoor is dan meer nodig dan het enkel wijzen op de omstandigheden die ten grondslag lagen aan de toepassing van het bewijsvermoeden.

2.2.    Vast staat dat op 12 mei 2025 een huisvuilzak is aangetroffen naast een ORAC ter hoogte van de Hengelolaan 1128, die daarmee in strijd met de Afvalstoffenverordening ter inzameling is aangeboden. Door het daarin aangetroffen poststuk is de huisvuilzak tot [appellante] te herleiden. Dit betekent dat het college mag aannemen dat zij de overtreder is, tenzij door wat zij aanvoert voldoende twijfel ontstaat of zij daadwerkelijk verantwoordelijk is voor het verkeerd aanbieden van de huisvuilzak.

De locatie waar de huisvuilzak is aangetroffen, bevindt zich op 507 m afstand van haar woning op [locatie]. De omstandigheid dat de huisvuilzak op die afstand van haar woning is aangetroffen, maakt op zichzelf niet dat voldoende twijfel ontstaat of [appellante] daadwerkelijk verantwoordelijk is voor het plaatsen van de huisvuilzak. Hoewel het aannemelijk is dat [appellante] in de regel gebruik zal maken van een container dichter bij haar woning, neemt dat niet weg dat zij in dit geval toch om een bepaalde reden gebruik kan hebben gemaakt van de ORAC ter hoogte van de Hengelolaan 1128.

Ook het opperen van de mogelijkheid dat het aangetroffen poststuk verkeerd is bezorgd en door de ontvanger is weggegooid, zorgt niet dat er voldoende twijfel ontstaat of [appellante] degene is geweest die de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden. [appellante] heeft geen omstandigheden naar voren gebracht die aannemelijk maken dat het in deze zaak in de huisvuilzak aangetroffen poststuk verkeerd is bezorgd.

Verder zorgt ook de omstandigheid dat [appellante] regelmatig melding maakt van onjuist aangeboden grofvuil er niet voor dat voldoende twijfel ontstaat of zij degene is geweest die de huisvuilzak naast de ORAC heeft gezet.

Gelet op het voorgaande heeft het college [appellante] terecht als overtreder aangemerkt.

Het betoog slaagt niet.

Kostenverhaal

3.       [appellante] betoogt dat het onredelijk is om de kosten voor het opruimen van de huisvuilzak te laten betalen door iemand die geen overtreding heeft gepleegd. Het argument van het college dat de kosten anders uit algemene middelen moeten worden betaald, vindt zij geen rechtvaardiging om haar de kosten voor het opruimen van de huisvuilzak te laten betalen. Deze last mag volgens haar niet bij een onschuldige burger worden gelegd.

3.1.    Doordat de huisvuilzak verkeerd is aangeboden, heeft het college kosten moeten maken voor het verwijderen daarvan. In beginsel behoren die kosten voor rekening van de overtreder te komen. Zoals hiervoor is overwogen, heeft het college [appellante] terecht aangemerkt als overtreder. De Afdeling ziet in het aangevoerde dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de daadwerkelijk door het college gemaakte kosten redelijkerwijze niet of niet geheel voor haar rekening behoren te komen.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

4.       Het beroep is ongegrond.

5.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. G.O. van Veldhuizen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Schmidt, griffier.

w.g. Van Veldhuizen
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schmidt
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2026

1133


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon