Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202403874/1/V2

Uitspraak 202403874/1/V2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3348
Datum uitspraak
22 juli 2025
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 16 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202403874/1/V2.
Datum uitspraak: 22 juli 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 11 juni 2024 in zaken nrs. NL23.35597 en NL23.35599 in het geding tussen:

[betrokkene 1] en [betrokkene 2]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 16 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 11 juni 2024 heeft de rechtbank de daartegen door betrokkenen ingestelde beroepen gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris binnen twee weken na bekendmaking van de uitspraak hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd moet verlenen.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

Betrokkenen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De minister heeft een nader stuk ingediend.

De minister heeft op verzoek van de Afdeling nadere schriftelijke inlichtingen gegeven.

Overwegingen

1.       Wat de minister in de eerste grief heeft aangevoerd, leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat de grief geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       De minister klaagt in de tweede grief terecht dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak heeft voorzien door de staatssecretaris, de rechtsvoorganger van de minister, in haar uitspraak op te dragen om binnen twee weken na de bekendmaking hiervan aan betrokkenen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen en te bepalen dat die uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Het is in beginsel niet aan de rechtbank, maar aan de minister om te beslissen of de uitspraak van de rechtbank noopt tot verlening van de gevraagde verblijfsvergunning. De Afdeling wijst op haar uitspraak van 20 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:619. De grief slaagt.

3.       Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover de rechtbank heeft bepaald dat de staatssecretaris binnen twee weken na bekendmaking van de uitspraak betrokkenen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd moet verlenen. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 11 juni 2024 in zaken nrs. NL23.35597 en NL23.35599, voor zover de rechtbank heeft bepaald dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid binnen twee weken na bekendmaking van de uitspraak betrokkenen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd moet verlenen;

III.      bevestigt die uitspraak voor het overige.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. J. Schipper-Spanninga en mr. M. den Heyer, leden, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.

w.g. Sevenster
voorzitter

w.g. Tibold
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2025

853


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon