Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202403334/2/A3

Uitspraak 202403334/2/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1070
Datum uitspraak
27 februari 2025
Inhoudsindicatie
Bij twee afzonderlijke besluiten van 20 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de bedrijfswoning en de bedrijfshal aan [locatie] in Apeldoorn aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de Algemene plaatselijke verordening 2014. Bij besluit van 9 januari 2023 heeft het college de door Compromis en [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 mei 2024 (ARN 23/295) heeft de rechtbank het door hen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben Compromis en [verzoeker] hoger beroep ingesteld.
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202403334/2/A3.
Datum uitspraak: 27 februari 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

Compromis Vastgoed B.V. en [verzoeker], gevestigd onderscheidenlijk wonend in Apeldoorn,
verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn,
verweerder.

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 20 juli 2022 heeft het college de bedrijfswoning en de bedrijfshal aan [locatie] in Apeldoorn aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de Algemene plaatselijke verordening 2014.

Bij besluit van 9 januari 2023 heeft het college de door Compromis en [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 mei 2024 (ARN 23/295) heeft de rechtbank het door hen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben Compromis en [verzoeker] hoger beroep ingesteld.

Compromis en [verzoeker] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Compromis en [verzoeker] hebben nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 februari 2025, waar Compromis en [verzoeker], vertegenwoordigd door [gemachtigde] en mr. F.J.M. Kobossen, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.       De aanwijzingsbesluiten maken dat het verboden is om in de panden zonder vergunning van de burgemeester goederen en diensten aan te bieden, te verkopen en te leveren. Op 9 januari 2025 heeft de burgemeester besloten het bedrijfspand voor onbepaalde tijd te sluiten omdat volgens hem de vergunningplicht is overtreden. Hij heeft namelijk geconstateerd dat er ten minste sinds begin november 2024 vanuit het bedrijfspand door het bedrijf van [verzoeker] bedrijfsmatige activiteiten worden uitgevoerd. De burgemeester heeft toegezegd de feitelijke sluiting van het pand op te schorten tot één week na de uitspraak in deze procedure. Gelet daarop, en nu de bedrijfswoning en de bedrijfshal met elkaar samenhangen, acht de voorzieningenrechter het spoedeisend belang bij schorsing van de aanwijzingsbesluiten gegeven.

3.       Het verzoek strekt ertoe om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de vergunningplicht voor de panden wordt opgeheven totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure.

4.       Verzoekers hebben aangevoerd dat de leefbaarheid en/of openbare orde en veiligheid niet onder druk staan. Ten onrechte heeft het college waarde gehecht aan de sluiting op grond van de Opiumwet in januari 2022. Er is geen drugs of handelsgeld aangetroffen en ook waren er geen klachten van overlast. Compromis en [verzoeker] valt niets te verwijten. Zij hebben zelf geen strafrechtelijke antecedenten en wisten verder van niets. Het autobedrijf wordt door de kleinzoon van [gemachtigde] - [naam kleinzoon] - geëxploiteerd. Het moet mogelijk zijn dat in de panden bedrijfsactiviteiten door de familie worden uitgeoefend.

4.1.    De voorzieningenrechter ziet in hetgeen is aangevoerd op voorhand geen aanwijzingen voor het oordeel dat de uitspraak van de rechtbank en de aanwijzingsbesluiten niet in stand zouden kunnen blijven. De gronden van het verzoek zijn een herhaling van een deel van de beroepsgronden. De rechtbank is daarop gemotiveerd ingegaan in overwegingen 8.2 en 9.2 en volgende van haar uitspraak. De voorzieningenrechter ziet in het verzoek geen duidelijke redenen waarom die gemotiveerde beoordeling onjuist of onvolledig zou zijn. Ook komt aan de belangen van Compromis en [verzoeker] bij schorsing ten opzichte van de belangen die zijn gediend met de vergunningplicht geen doorslaggevend gewicht toe. Hierbij weegt de voorzieningenrechter allereerst mee dat, gelet op de aanleiding tot het geven van de aanwijzingsbesluiten, ook hangende de hogerberoepsprocedure malafide ondernemers geweerd moeten kunnen worden. Verder is van belang dat de besluiten niet aan activiteiten van Compromis, [verzoeker] en/of familieleden in de weg hoeven te staan. Zij kunnen immers voor de activiteiten aan de burgemeester een vergunning vragen, in welk kader de burgemeester zal beoordelen of de activiteiten in strijd zijn met doel en strekking van de aanwijzingsbesluiten.

5.       Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

6.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E.E. Konings, griffier.

w.g. Daalder
voorzieningenrechter

w.g. Konings
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2025

612


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon