Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202400826/1/A2

Uitspraak 202400826/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:238
Datum uitspraak
15 januari 2025
Inhoudsindicatie
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 20 december 2023 van de rechtbank Amsterdam, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 22 juli 2022 ongegrond heeft verklaard. Bij dit besluit is het college bij de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gebleven. Bij besluit van 1 november 2024 is door het college aan [appellant] in het kader van een WMO-beschikking ‘Begeleid thuis voor gezinnen’ toegekend. [appellant] heeft vervolgens een zelfstandige woning toegewezen gekregen, waar zij per 3 april 2024 samen met haar zoon staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen. De huurovereenkomst voor deze woning staat op dit moment nog op naam van de zorginstantie, maar zoals door het college ter zitting is toegelicht zal die op haar eigen naam worden gezet, zodra zij geen begeleiding meer nodig heeft.
  • Hoger beroep
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202400826/1/A2.
Datum uitspraak: 15 januari 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Amsterdam,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2023 in zaak nr. 22/4214 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam
(hierna: het college)

Openbare zitting gehouden op 15 januari 2025 om 11:30 uur.

Tegenwoordig:
staatsraad mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer
griffier: mr. O. van Loon
jurist: mr. F.F. Schuhmacher

Verschenen:
mr. A. Ang namens [appellant], advocaat in Haarlem;
het college, vertegenwoordigd door mr. K. van den Boorn.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 20 december 2023 van de rechtbank Amsterdam, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van het college van 22 juli 2022 ongegrond heeft verklaard. Bij dit besluit is het college bij de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gebleven.

De Afdeling verklaart het hoger beroep van [appellant] niet-ontvankelijk en veroordeelt het college tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.814,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Gronden

Bij besluit van 1 november 2024 is door het college aan [appellant] in het kader van een WMO-beschikking ‘Begeleid thuis voor gezinnen’ toegekend. [appellant] heeft vervolgens een zelfstandige woning toegewezen gekregen, waar zij per 3 april 2024 samen met haar zoon staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen. De huurovereenkomst voor deze woning staat op dit moment nog op naam van de zorginstantie, maar zoals door het college ter zitting is toegelicht zal die op haar eigen naam worden gezet, zodra zij geen begeleiding meer nodig heeft.

Het doel van een urgentieverklaring is huisvesting. Tussen partijen is niet meer in geschil dat [appellant] op dit moment over zelfstandige huisvesting beschikt. Daarmee komt zij op dit moment niet meer in aanmerking voor de door haar gevraagde urgentieverklaring. Het procesbelang van [appellant] is daarmee komen te vervallen. Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Omdat het college pas ter zitting met gegevens is gekomen die het al maanden onder zich heeft, is besloten dat het college de proceskosten moet vergoeden.

w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Loon
griffier

284-1132


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon