Uitspraak 202407922/2/V3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2024:5472
- Datum uitspraak
- 25 december 2024
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
- Mondelinge uitspraak
- Vreemdelingenkamer - Overige
Toon inhoud
202407922/2/V3.
Datum uitspraak: 25 december 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 24 december 2024 in zaak nr. NL24.48785 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister.
Tegenwoordig:
voorzieningenrechter: mr. H.G. Sevenster
griffier: mr. R.J.A. Meerman
====================================
Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Bij uitspraak van 24 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de wijziging van de tenuitvoerlegging van de maatregel met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De voorzieningenrechter, bij mondelinge uitspraak van 25 december 2024:
wijst het verzoek toe.
Gronden:
1. De rechtbank heeft de minister opgedragen om de vrijheidsontnemende maatregel per direct op een andere plaats dan het Justitieel Complex Schiphol ten uitvoer te leggen. De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. Hij betoogt dat er onvoldoende capaciteit beschikbaar is in de andere accommodaties en dat het oordeel van de rechtbank daarom betekent dat aan de vreemdeling de toegang tot het Schengengebied zal moeten worden verleend. Dit leidt volgens de minister tot onomkeerbare gevolgen.
2. Onder de gegeven omstandigheden komt doorslaggevend gewicht toe aan het door de minister ingeroepen grensbewakingsbelang.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Meerman
griffier
960-1020