Uitspraak 202407919/2/V3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2024:5470
- Datum uitspraak
- 25 december 2024
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
- Mondelinge uitspraak
- Vreemdelingenkamer - Overige
Toon inhoud
202407919/2/V3.
Datum uitspraak: 25 december 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 24 december 2024 in zaak nr. NL24.50284 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister.
Tegenwoordig:
voorzieningenrechter: mr. H.G. Sevenster
griffier: mr. R.J.A. Meerman
====================================
Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Bij uitspraak van 24 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag opgeheven en de vreemdeling schadevergoeding toegekend.
De minister heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De minister heeft op verzoek van de voorzieningenrechter van de Afdeling een aanvullende reactie gegeven.
De voorzieningenrechter, bij mondelinge uitspraak van 25 december 2024:
I. wijst het verzoek toe;
II. beveelt een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging van de grensdetentie binnen drie dagen na de mondelinge uitspraak;
III. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Gronden:
De voorzieningenrechter ziet bij afweging van alle betrokken belangen aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen toe te wijzen, omdat doorslaggevend gewicht toekomt aan het door de minister ingeroepen grensbewakingsbelang.
De voorzieningenrechter ziet wel aanleiding om te bevelen dat binnen drie dagen na deze mondelinge uitspraak de wijze van tenuitvoerlegging zal worden gewijzigd. De vreemdeling is namelijk een vrouwelijke verzoeker in de zin van artikel 1, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn. Uit de door de minister op verzoek van de voorzieningenrechter gegeven aanvullende reactie volgt dat vrouwelijke verzoekers in het Justitieel Complex Schiphol niet afgescheiden worden gehuisvest van mannelijke verzoekers, omdat zij op dezelfde vleugel verblijven. Deze wijze van tenuitvoerlegging is in strijd met artikel 11, vijfde lid, van de Opvangrichtlijn.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Meerman
griffier
347-960