Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202202210/1/V3

Uitspraak 202202210/1/V3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5353
Datum uitspraak
23 december 2024
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat de vreemdeling wordt overgedragen aan Spanje.
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202202210/1/V3.
Datum uitspraak: 23 december 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 5 april 2022 in zaak nr. NL22.5219 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 28 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat de vreemdeling wordt overgedragen aan Spanje.

Bij uitspraak van 5 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.M.G.M. Raafs, advocaat in Sittard, hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft nadere stukken ingediend.

Overwegingen

1.       De vreemdeling klaagt in zijn eerste grief terecht dat de rechtbank ten onrechte de schending van het verdedigingsbeginsel door de minister op grond van artikel 6:22 van de Awb heeft gepasseerd. Hij betoogt terecht dat de minister ook bij zelfstandige overdrachtsbesluiten moet beoordelen of de overdracht in strijd is met artikel 4 van het EU Handvest en de minister hem daarom tijdens de besluitvormingsprocedure in de gelegenheid had moeten stellen om zijn bezwaren daarover kenbaar te maken. Dat heeft de minister niet gedaan. De Afdeling wijst op haar uitspraken van 23 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4244, en van 29 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4919.

1.1.    De grief slaagt.

2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het is niet nodig wat de vreemdeling verder heeft aangevoerd te bespreken. Het beroep is gegrond en het besluit van 28 maart 2022 wordt vernietigd. Uit een oogpunt van definitieve geschilbeslechting laat de Afdeling de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand (artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb). Dit betekent dat het besluit feitelijk toch blijft gelden. Daarover overweegt de Afdeling het volgende.

3.       Niet is gebleken dat de vreemdeling in Spanje in een situatie terechtkomt als bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van 19 maart 2019, Jawo, ECLI:EU:C:2019:218. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 22 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5289, bevestigd dat de minister nog van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan bij Spanje. De vreemdeling heeft in beroep en hoger beroep niet toegelicht waarom in zijn geval wel een reëel risico bestaat op schending van artikel 4 van het EU Handvest na de overdracht.

4.       De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 5 april 2022 in zaak nr. NL22.5219;

III.      verklaart het beroep gegrond;

IV.      vernietigt het besluit van 28 maart 2022, V-[…];

V.       bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven;

VI.      veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.M. de Poorter, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, leden, in tegenwoordigheid van S. van Dijk LLM, griffier.

w.g. De Poorter
voorzitter

w.g. Van Dijk
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2024

967


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon