Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202302957/1/A2

Uitspraak 202302957/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5374
Datum uitspraak
24 december 2024
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 juli 2021 met kenmerk 5DS9430 heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor door [appellante] verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 2.250,85. [appellante] heeft als advocaat rechtsbijstand verleend in een asielzaak op basis van een toevoeging met nummer 5DS9430. De raad heeft voor de door [appellante] verrichte werkzaamheden in de Algemene Asiel (hierna: A.A.)-procedure een vergoeding vastgesteld op basis van 12 punten. De raad heeft aan zijn besluit om geen toeslag van 2 punten toe te kennen artikel 5a, tweede lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand ten grondslag gelegd. Ingevolge dit artikel wordt, zakelijk weergegeven, een aanvullende vergoeding van 2 punten toegekend, als de V.A.-procedure wordt gevolgd. Volgens de in dat geval van toepassing zijnde werkinstructie van de raad dient de advocaat bij de declaratie een v.a.-brief mee te sturen om in aanmerking te komen voor die toeslag. [appellante] heeft niet aan deze voorwaarde voldaan.
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202302957/1/A2.
Datum uitspraak: 24 december 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], kantoorhoudend in [plaats],
appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-­Brabant, van 23 maart 2023 in zaak nr. 21/3347 in het geding tussen:

[appellante]

en

het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad).

Procesverloop

Bij besluit van 27 juli 2021 met kenmerk 5DS9430 heeft de raad de vergoeding voor door [appellante] verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 2.250,85.

Bij besluit van 22 november 2021 heeft de raad het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 maart 2023 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld en aanvullende gronden ingediend.

De raad heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 december 2024, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. M. Doets en M. Spiegelenberg, is verschenen.

Overwegingen

1.       [appellante] heeft als advocaat rechtsbijstand verleend in een asielzaak op basis van een toevoeging met nummer 5DS9430. De raad heeft voor de door [appellante] verrichte werkzaamheden in de Algemene Asiel (hierna: A.A.)-procedure een vergoeding vastgesteld op basis van 12 punten. De raad heeft deze vergoeding in bezwaar gehandhaafd en [appellante] geen toeslag van 2 punten toegekend in geval van het volgen van de Verlengde Asiel (hierna: V.A.)-procedure.

2.       De raad heeft aan zijn besluit om geen toeslag van 2 punten toe te kennen artikel 5a, tweede lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand ten grondslag gelegd. Ingevolge dit artikel wordt, zakelijk weergegeven, een aanvullende vergoeding van 2 punten toegekend, als de V.A.-procedure wordt gevolgd. Volgens de in dat geval van toepassing zijnde werkinstructie van de raad dient de advocaat, voor zover thans van belang, bij de declaratie een v.a.-brief mee te sturen om in aanmerking te komen voor die toeslag. [appellante] heeft niet aan deze voorwaarde voldaan. De raad heeft verder vermeld dat zij ook geen verklaring van de IND heeft overgelegd dat in dit geval de V.A.-procedure is gevolgd. Tevens is in de relevante beschikking van de IND niet vermeld dat de V.A.-procedure is gevolgd. Het beroep van [appellante] op het gelijkheidsbeginsel slaagt volgens de raad dan ook niet, omdat in de door haar aangevoerde zaak met toevoegingsnummer 5DS9423 dat wel in de desbetreffende beschikking is vermeld.

3.       De gronden die [appellante] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellante] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 4.2 tot en met 4.4 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt hieraan toe dat [appellante] haar stelling in hoger beroep dat de IND niet meer bereid is in voorkomend geval een verklaring af te geven dat een zaak in de V.A.-procedure is afgedaan niet heeft onderbouwd. De raad heeft dit op de zitting ook weersproken. Verder zijn de door [appellante] in hoger beroep genoemde zaken waarin de raad een v.a.-toeslag heeft toegekend, anders dan zij stelt, niet gelijk aan deze zaak. Zoals de raad in de schriftelijke uiteenzetting heeft toegelicht, heeft de raad weliswaar in zaak nr. 5DS7065 2 extra punten toegekend terwijl een v.a.-brief ontbrak, maar zij heeft eind 2021 naar aanleiding van die zaak het beleid aangescherpt in die zin dat zij dat sinds die tijd niet meer doet. De zaken met nrs. 5DQ0916 en 5DT7417 dateren uit 2020, dus van vóór die aanscherping. Ten slotte is zaak nr. 2EQ2469 een kennelijke misslag, terwijl de toeslag van 2 punten in zaak nr. 5DQ0915, anders dan [appellante] stelt, niet is toegekend, maar geweigerd, aldus de raad. [appellante] heeft hier vervolgens niets meer tegenover gesteld.

4.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

5.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.

w.g. Willems
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Goeverden-Clarenbeek

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2024

488/1132


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon