Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202305708/1/A2

Uitspraak 202305708/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5372
Datum uitspraak
24 december 2024
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 22 februari 2022 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvragen van [appellant] om toevoeging voor rechtsbijstand voor het indienen van beroep en voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening, afgewezen. De gemachtigde van [appellant] heeft namens hem twee aanvragen ingediend voor vergoeding van te verlenen rechtsbijstand voor het indienen van beroep en voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening in het kader van het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag van [appellant]. De raad heeft beide aanvragen afgewezen, omdat de gemachtigde in de aanvragen heeft vermeld dat [appellant] met onbekende bestemming is vertrokken. Gelet op artikel 12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet op de rechtsbijstand, gelezen in samenhang met artikel 3, aanhef en onder b, van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria blijkt uit de aanvragen daarom niet dat er voldoende reden is voor rechtsbijstand.
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202305708/1/A2.
Datum uitspraak: 24 december 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], woonplaats onbekend,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 21 juli 2023 in zaak nr. 22/3279 in het geding tussen:

[appellant]

en

het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad).

Procesverloop

Bij besluiten van 22 februari 2022 heeft de raad de aanvragen van [appellant] om toevoeging voor rechtsbijstand voor het indienen van beroep en voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening, afgewezen.

Bij besluit van 17 november 2022 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 juli 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De raad heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 december 2024, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. M. Doets en M. Spiegelenberg, is verschenen.

Overwegingen

1.       De gemachtigde van [appellant] heeft namens hem twee aanvragen ingediend voor vergoeding van te verlenen rechtsbijstand voor het indienen van beroep en voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening in het kader van het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag van [appellant]. De raad heeft beide aanvragen afgewezen, omdat de gemachtigde in de aanvragen heeft vermeld dat [appellant] met onbekende bestemming is vertrokken. Gelet op artikel 12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet op de rechtsbijstand, gelezen in samenhang met artikel 3, aanhef en onder b, van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria blijkt uit de aanvragen daarom niet dat er voldoende reden is voor rechtsbijstand.

2.       De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 5.1 tot en met 5.5 en onder 6.1 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daaraan toe dat dat oordeel in overeenstemming is met haar uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662, onder 2.7.

3.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

4.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.

w.g. Willems
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Goeverden-Clarenbeek

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2024

488/1132


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon